Waarom je een gebedshuis binnenstapt
is eigenlijk om weer naar buiten te stappen
onschuldig als die twee spelende kinderen
Voor de één is het een stiltecentrum, tempel, kerk, synagoge of moskee die toevlucht biedt,
voor de ander is het een plek in het bos, achter een rietkraag
of in een hutje luisterend naar vertrouwd hemelwater op het dak
dat groen nog groener maakt en neerstroomt in het water van een beek ,
waaruit alle leven is ontstaan.
Woorden hierover zijn levende wezens en brengen ons emoties groter dan wijzelf.
Boven ons uitreikend als een bos, tegelijkertijd onderbewustzijn en naar de hemel reikend.
God in de Islam: Wie is Allah?
بسم الله والصلاة على رسوله
In de naam van Allah, en zegengroeten aan Zijn Boodschapper
Allah ﷻ heeft Zichzelf op talloze plaatsen in de Koran beschreven.
De Koran begint met
بسم الله الرحمن الرحيم
In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle
Zijn goddelijke Barmhartigheid ervaren we dageljks.
Allah ﷻ beschrijft Zijn genade op nog een plaats:
ورحمتي وسعت كل شيئ
Mijn Barmhartigheid omvat alles
De eerste drie verzen van het eerste hoofdstuk, al-Fatiha (de Opener):
الحمد لله رب العالمين . الرحمن الرحيم . مالك يوم الدين .
(Alle) lof komt toe aan Allah, Heer der Werelden. De Barmhartige, de Genadevolle. Soeverein van de Dag der Vergelding.
Hier wordt ons verteld dat Allah de Schepper en Verzorger is van alles wat bestaat. Hij is Degene die barmhartig is jegens Zijn schepping. Vervolgens wordt ons duidelijk gemaakt dat we hier niet zonder doel zijn, en dat we op een dag allemaal voor Hem zullen verschijnen om rekenschap af te leggen over onze daden. Dit doel wordt elders als volgt beschreven:
وما خلقت الجن والإنس إلا ليعبدون
En Ik heb de djinn en de mensheid alleen geschapen om Mij te aanbidden. (51:56)
Bij de beschrijving van de Eenheid, de belangrijkste eigenschap van Allah, zegt Allah:
و إلهكم إله واحد لا إله إلا هو الرحمن الرحيم
En jullie god is één God. Er is geen god (die het waard is aanbeden te worden) behalve Hij, (Hij is) de Barmhartige, de Genadevolle. (2:163)
Vervolgens beschrijft Allah Zichzelf op een alomvattende manier in een van de meest gezegende verzen van de Koran, de Ayah al-Kursi (het vers van de Troon). Het is de beste beschrijving van Allah:
الله لا إله إلا هو الحي القيوم لا تاخذه سنة و لا نوم له ما في السموات و ما في الأرض من ذا الذي يشفع عنده إلا بإذنه يعلم ما بين أيديهم و ما خلفهم و لا يحيطون بشيئ من علمه إلا بما شاء وسع كرسيه السماوات و الأرض و لا يؤده حفظهما و هو العلي العظيم
Allah - er is geen god dan Hij, de Eeuwig Levende, de Onderhouder van (al) dat bestaat. Sluimer noch slaap overvalt Hem. Aan Hem behoort alles wat in de hemelen en op de aarde is. Wie kan bij Hem bemiddelen zonder Zijn toestemming? Hij weet wat er voor hen is en wat er na hen zal zijn, en zij bevatten niets van Zijn kennis behalve wat Hij wil. Zijn troon strekt zich uit over de hemelen en de aarde, en het behoud ervan vermoeit Hem niet. En Hij is de Allerhoogste, de Allergrootste. (2:255)
Allah ﷻ beschrijft zichzelf ook in de slotverzen van Soera al-Hasjr met een aantal van Zijn gezegende eigenschappen.
هو الله الذي لا إله إلا هو عالم الغيب و الشهادة هو الرحمن الرحيم . هو الله الذي لا إله إلا هو الملك القدس السلام المؤمن المهيمن العزيز الجبار المتكبر سبحان الله عما يشركون . هو الله الخالق البارئ المصور لا الأسماء الحسنى يسبح له ما في السماوات و الأرض و هو العزيز الحكيم
Hij is Allah, er is geen god dan Hij, Kenner van het onzienlijke en het zichtbare. Hij is de Barmhartige, de Genadevolle. Hij is Allah, er is geen god dan Hij, de Soeverein, de Zuivere, de Volmaakte, de Schenker van Geloof, de Toezichthouder, de Verhevene in Macht, de Dwingende, de Superieure. Verheven is Allah boven alles wat men met Hem associeert. Hij is Allah, de Schepper, de Uitvinder, de Vormgever; aan Hem behoren de beste namen. Alles wat in de hemel en op aarde is, verheerlijkt Hem. En Hij is de Machtige, de Wijze. (59:22-24)
De profeet Musa (Mozes) beschreef Allah in de Koran als volgt aan de farao:
De farao zei: "En wie is de Heer der werelden?" [Mozes] zei: "De Heer van de hemel en de aarde en alles wat daartussen ligt, als u overtuigd bent." [De farao] zei tegen degenen die om hem heen stonden: "Horen jullie het niet?" [Mozes] zei: "Jullie Heer en de Heer van jullie voorvaderen." [De farao] zei: "Jullie 'boodschapper' die naar jullie is gezonden, is inderdaad gek." [Mozes] zei: "Heer van het oosten en het westen en alles wat daartussen ligt, als jullie dat kunnen begrijpen." [De farao] zei: "Als jullie een andere god dan mij aanbidden, zal ik jullie zeker gevangen zetten." (26:23-29)
Hoe de profeet Ibrahim (Abraham) Allah beschreef:
(Allah is) Degene die mij geschapen heeft, en Hij is Degene die mij leidt. En Hij is Degene die mij voedt en mij te drinken geeft. En wanneer ik ziek ben, is Hij Degene die mij geneest. En Hij is Degene die mij laat sterven en mij vervolgens weer tot leven wekt. En van wie ik hoop dat hij mij mijn zonde zal vergeven op de dag der vergelding." (26:78-82)
Surah al-Ikhlas beschrijft het Islamitische credo van Gods eenheid en onafhankelijkheid
قُلْ هُوَ اللَّهُ أَحَدٌ (1) اللَّهُ الصَّمَدُ (2) لَمْ يَلِدْ (3) وَلَمْ يُولَدْ (3) وَلَمْ يَكُنْ لَهُ كُفُوًا أَحَدٌ (4)
"Zeg: Hij is Allah, de Ene! Allah, de Eeuwige Toevlucht. Hij verwekt niet en werd niet verwekt. En er is niets of niemand die met Hem te vergelijken is." (112:1-4)
Essentiële Islamitische geloofsovertuigingen over God (Allah):
Allah is Eén. Hij heeft geen partner (of gelijke).
Er is niets zoals Hij.
Niets kan Hem overweldigen (of Hem van Zijn wil weerhouden).
Er is geen god dan Hij.
Hij is eeuwig, zonder begin, eeuwig, zonder einde.
Hij zal nooit vergaan en Hij zal nooit een einde kennen.
Niets gebeurt behalve wat Hij wil.
Geen verbeelding kan Hem bevatten en geen verstand kan Hem doorgronden.
Hij lijkt niet op de schepping.
Hij leeft; Hij zal nooit sterven. Hij onderhoudt; Hij slaapt nooit.
Hij schept zonder dat Hij dat nodig heeft.
Hij voorziet (in Zijn schepping) zonder enige moeite.
Hij brengt de dood zonder angst, en wekt ons opnieuw tot leven zonder moeite.
Hoe verklaart de Koran God?
Een fundamenteel onderdeel van de religieuze structuur van de Islam is het concept van tawhied, oftewel monotheïsme. Zoals het zaad voor de boom is, zo is tawhied voor de Islam. Monotheïsme in de Islam betekent namelijk niet simpelweg het geloof in één God, maar in Gods eenheid in alle opzichten. Niemand deelt in deze eenheid van God.
Antropologen willen ons doen geloven dat het concept van God in de religie begon met polytheïsme, dat zich geleidelijk ontwikkelde tot monotheïsme. Dat wil zeggen, het concept van tawhied was een evolutionair kenmerk van religie dat in een later stadium ontstond. Maar volgens het islamitische geloof bestaat tawhied al sinds het begin van de mensheid. De eerste mens was de eerste boodschapper die de mensheid de religie van tawhied leerde.
Pas in latere generaties begon dit systeem te veranderen. Dit gebeurde voornamelijk omdat mensen aannamen dat goddelijkheid inherent was aan natuurlijke verschijnselen. Ze verwonderden zich over de hoogte van de bergen, de onophoudelijke stroom van de rivieren en de buitengewone schittering van de zon en de maan, en concludeerden daaruit dat dingen met zulke ontzagwekkende eigenschappen noodzakelijkerwijs deel moesten hebben aan Gods goddelijkheid.
Mensen met bijzondere talenten werden eveneens tot de categorie van het goddelijke gerekend; zij werden beschouwd als incarnaties van God zelf. Op deze manier sloop het polytheïsme de religie binnen. Bijvoorbeeld India en Griekenland hebben beide een rijke geschiedenis en mythologisch erfgoed. Zowel de hindoeïstische als de Griekse mythologie zijn bekend. Griekse en hindoeïstische goden leken op aarde te leven. In beide mythologieën is er een hel en hemel aanwezig. Ook zijn er overeenkomsten in de functies van goden. Maar er zijn veel verschillen tussen hindoeïstische en Griekse goden.
Al-Kindi kwam wellicht het dichtst bij de Koran toen hij Gods absolute eenheid bevestigde: “De Ware [Wahid Haqq] is pure en eenvoudige eenheid, niets anders dan eenheid, terwijl ieder ander meervoudig is….Volgens de metafysica van al-Kindi is God, ‘De Ware’, eveneens een eeuwig, noodzakelijk en onveroorzaakt wezen, noch genus noch species, onveranderlijk, onvernietigbaar en volmaakt. (De Opkomst van Falsafah: de filosofische traditie).
Als je kijkt naar de termen uit de Koran: God is ‘Al-Wahid’ en ‘Al-Ahad’, oftewel één absolute eenheid. Als Hij verandert, is Hij niet constant één.
God is ‘Al-Hayy’, oftewel eeuwig levend. Hij kan niet veranderen om beter te leven, want Hij leeft al eeuwig. Hij kan niet veranderen om slechter te leven en een kortere levensduur te hebben, want Hij is eeuwig.
God is ‘Al-Haqq’, oftewel De Waarheid. De waarheid verandert niet in een mindere waarheid.
God is volmaakt. Dat betekent dat Zijn waarheid al de volmaakte waarheid is. Het kan niet veranderen in een betere waarheid, want het is al perfect.
Wanneer de waarheid tegen de leugen wordt ingezet, vergaat de leugen, want de leugen is van nature gedoemd te vergaan. (17:81).
Er is niets zoals Hij (112:4). Veranderlijkheid is een eigenschap van alles en alles vergaat, behalve God, die onveranderlijk is.
Alles is gedoemd te vergaan, behalve Zijn [eeuwige] Zelf. (28:88)
Regels voor onze levensstijl veranderen, omdat openbaringen op verschillende momenten in de geschiedenis zijn gekomen, maar God is niet gebonden aan regels. Wat Hij heeft, zijn Zijn eigenschappen. Hij oordeelt mensen door middel van Zijn eigenschap Rechtvaardigheid, die nooit verandert. Wanneer we bidden en om iets vragen, zien we dat het ons wordt verleend. Maar God bestaat in elk tijdperk, dus Hij verleent altijd wat bedoeld is om verleend te worden. Daarom geloven moslims in predestinatie.
Volgens dit geloof wordt iemands handelen niet veroorzaakt door wat er op de bewaarde tablet staat geschreven, maar is het handelen juist op de tablet geschreven omdat God alle gebeurtenissen al kent, zonder de beperkingen van tijd.
Als bewijs voor het bestaan van de Schepper voert de Koran het bestaan van het universum zelf aan. Alle studies van het universum tonen aan dat het niet uit het niets kan ontstaan: een andere kracht is essentieel voor het ontstaan van het universum. Dit betekent dat de keuze niet is tussen een universum met God of een universum zonder God, maar eerder tussen een universum met God of helemaal geen universum. En zo blijft ons alleen de optie van een universum met God over – een voorwaarde die ook noodzakelijk is voor het bestaan van de mens.
Hoewel tawhied de eenheid van God betekent, moet benadrukt worden dat dit concept radicaal verschilt van pantheïstische of animistische opvattingen dat alle bestaansvormen verschillende manifestaties zijn van één en dezelfde werkelijkheid. Integendeel, de eenheid van God zoals gedefinieerd in de Islam betekent dat er slechts één Wezen is met de aard van God. Alle andere dingen in het universum, fysiek of niet-fysiek, zijn scheppingen van deze Ene God: ze zijn in geen enkel opzicht bestanddelen van, of partners in de goddelijke godheid.
De deelbaarheid van de goddelijke eigenschappen is volkomen vreemd aan de Islam. Net zoals God alleen is in Zijn wezen, zo is Hij ook alleen in Zijn eigenschappen.
Hij is nu zoals Hij altijd was, eeuwig met Zijn eigenschappen, voordat Zijn schepping tot stand kwam. Niets is aan Zijn eigenschappen toegevoegd dat Hem niet al eerder werd toegeschreven.
Net zoals Hem Zijn eigenschappen Hem als eeuwig worden toegeschreven, zal Hij er nooit mee ophouden ze ut te voeren.
Hij kreeg de naam Al-Khaliq (de Schepper) niet na de schepping, noch de naam Al-Bārī (de Oorsprong) door de schepping tot stand te brengen. Dat wil zeggen dat Hij altijd de Schepper en Oorsprong was, deze namen zijn Hem niet later toegevoegd.
Hij heeft de eigenschap Koning te zijn, onafhankelijk van het bestaan van onderdanen. Dat wil zeggen dat Hij, in tegenstelling tot wereldse koningen en heersers, geen onderdanen nodig heeft om Heer te zijn. Hij heeft de eigenschap Schepper te zijn, onafhankelijk van het bestaan van een schepping.
Net zoals Hem het geven van leven wordt toegeschreven. Zowel vóór als nádat Hij het geeft, is Hij de Schepper, ook vóórdat Hij het bestaan gaf.
Dit komt doordat Hij de macht over alles heeft, en alles van Hem afhankelijk is, en niets moeilijk voor Hem is.
Hij heeft niets nodig, Er is niets gelijk aan Hem, en Hij is Alziend, Alhorend. (42:11)
De schone namen van Allah
Allah ﷻ zegt in de Koran:
Zeg, O Muhammad: Roep Allah aan of roep de Barmhartige (Allah) aan, met welke naam je Hem aanroept maakt niet uit, want aan Hem behoren de schoonste Namen. (17:110)
In een hadith zei Profeet Mohammed (ﷺ): ‘Allah heeft negenennegentig namen, d.w.z. honderd min één, en wie ze kent, zal naar het Paradijs gaan.’
Elk van de 99 namen vertegenwoordigt een eigenschap van Allah.
Lees ze eens en denk erover na:
ٱلْرَّحْمَـنُ De Barmhartige
ٱلْرَّحِيْمُ De Genadevolle
ٱلْمَلِكُ De Soevereine
ٱلْقُدُّوسُ De geheel zuivere Heilige
ٱلْسَّلَامُ De perfecte Schenker van vrede
ٱلْمُؤْمِنُ De Schenker van Veiligheid
ٱلْمُهَيْمِنُ De Beschermer
ٱلْعَزِيزُ De Verhevene in macht
ٱلْجَبَّارُ De Onweerstaanbare
ٱلْمُتَكَبِّرُ De Bezitter van Grootheid
ٱلْخَالِقُ De Schepper
ٱلْبَارِئُ De Initiatiefnemer
ٱلْمُصَوِّرُ De Vormgever
ٱلْغَفَّارُ De herhaaldelijk Vergevingsgezinde
ٱلْقَهَّارُ De Onderwerper
ٱلْوَهَّابُ De absolute Schenker
ٱلْرَّزَّاقُ De Onderhouder
ٱلْفَتَّاحُ De Opener
ٱلْعَلِيمُ De Alwetende
ٱلْقَابِضُ De Weerhouder
ٱلْبَاسِطُ De Verruimer
ٱلْخَافِضُ De Vernederaar
ٱلْرَّافِعُ De Verheffer
ٱلْمُعِزُّ De Gever van Eer
ٱلْمُذِلُّ De Verlager van hoogmoedigen
ٱلْسَّمِيعُ De Alhorende
ٱلْبَصِيرُ De Alziende
ٱلْحَكَمُ De Wijze Rechter
ٱلْعَدْلُ De Rechtvaardige
ٱلْلَّطِيفُ De Zachtmoedige, Subtiele
ٱلْخَبِيرُ De Albewuste
ٱلْحَلِيمُ De Verdraagzame
ٱلْعَظِيمُ De Grootse
ٱلْغَفُورُ De vaak Vergevensgezinde
ٱلْشَّكُورُ De dank Aanvaardende
ٱلْعَلِيُّ De Allerhoogste
ٱلْكَبِيرُ De Bezitter van grootheid
ٱلْحَفِيظُ De Instandhouder
ٱلْمُقِيتُ De Voeder
ٱلْحَسِيبُ De Beoordelaar
ٱلْجَلِيلُ De majestueuze
ٱلْكَرِيمُ De Edelmoedge
ٱلْرَّقِيبُ De Waakzame
ٱلْمُجِيبُ De Verhoorder
ٱلْوَاسِعُ De Alomvattende
ٱلْحَكِيمُ De Wijze
ٱلْوَدُودُ De Liefhebbende
ٱلْمَجِيدُ De Luisterrijke
ٱلْبَاعِثُ Degene Die tot leven brengt
ٱلْشَّهِيدُ De Getuige
ٱلْحَقُّ De Ware
ٱلْوَكِيلُ Degene Die alles onder Zijn hoede heeft
ٱلْقَوِيُّ De Sterke
ٱلْمَتِينُ De Standvastige
ٱلْوَلِيُّ De beschermende Vriend
ٱلْحَمِيدُ De Alprijzenswaardige
ٱلْمُحْصِيُ Degene met volledig overzcht
ٱلْمُبْدِئُ De Beginner
ٱلْمُعِيدُ De Hersteller
ٱلْمُحْيِى De Gever van Leven
ٱلْمُمِيتُ De Brenger van de dood
ٱلْحَىُّ De eeuwig Levende
ٱلْقَيُّومُ De Zelfbestaande
ٱلْوَاجِدُ De Vinder
ٱلْمَاجِدُ De Glorieuze
ٱلْوَاحِدُ De Ene
ٱلْأَحَد De Unieke
ٱلْصَّمَدُ De Zelfvoorzienende
ٱلْقَادِرُ De Almachtige
ٱلْمُقْتَدِرُ De Bepaler
ٱلْمُقَدِّمُ Degene Die bevordert
ٱلْمُؤَخِّرُ De Vertrager
ٱلأَوَّلُ De Eerste
ٱلْآخِرُ De Laatste
ٱلْظَّاهِرُ De Openlijke
ٱلْبَاطِنُ De Verborgene
ٱلْوَالِي De Zorgdragende
ٱلْمُتَعَالِي De Allerhoogst Verhevene
ٱلْبَرُّ De Bron van alle goedheid
ٱلْتَّوَّابُ De Berouwaanvaardende
ٱلْمُنْتَقِمُ De Vergelder
ٱلْعَفُوُّ De Uitwisser van zonden
ٱلْرَّؤُفُ De Vriendelijke Milde
مَالِكُ ٱلْمُلْكُ De Eigenaar van alle soevereiniteit
ذُو ٱلْجَلَالِ وَٱلْإِكْرَامُ De Heer van Majesteit en Eer
ٱلْمُقْسِطُ De Onpartijdige
ٱلْجَامِعُ De Vereniger
ٱلْغَنيُّ De Rijke
ٱلْمُغْنِيُّ De Verrijker
ٱلْمَانِعُ De Voorkomer
ٱلْضَّارُ De Brenger van nood
ٱلْنَّافِعُ De Weldoener
ٱلْنُّورُ Het Licht
ٱلْهَادِي De Gids
ٱلْبَدِيعُ De onvergelijkbare Schepper
ٱلْبَاقِي De Bljvende
ٱلْوَارِثُ De Erfgenaam van alles
ٱلْرَّشِيدُ De Gids naar het juiste pad
ٱلْصَّبُورُ De Geduldige
is eigenlijk om weer naar buiten te stappen
onschuldig als die twee spelende kinderen
Voor de één is het een stiltecentrum, tempel, kerk, synagoge of moskee die toevlucht biedt,
voor de ander is het een plek in het bos, achter een rietkraag
of in een hutje luisterend naar vertrouwd hemelwater op het dak
dat groen nog groener maakt en neerstroomt in het water van een beek ,
waaruit alle leven is ontstaan.
Woorden hierover zijn levende wezens en brengen ons emoties groter dan wijzelf.
Boven ons uitreikend als een bos, tegelijkertijd onderbewustzijn en naar de hemel reikend.
God in de Islam: Wie is Allah?
بسم الله والصلاة على رسوله
In de naam van Allah, en zegengroeten aan Zijn Boodschapper
Allah ﷻ heeft Zichzelf op talloze plaatsen in de Koran beschreven.
De Koran begint met
بسم الله الرحمن الرحيم
In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle
Zijn goddelijke Barmhartigheid ervaren we dageljks.
Allah ﷻ beschrijft Zijn genade op nog een plaats:
ورحمتي وسعت كل شيئ
Mijn Barmhartigheid omvat alles
De eerste drie verzen van het eerste hoofdstuk, al-Fatiha (de Opener):
الحمد لله رب العالمين . الرحمن الرحيم . مالك يوم الدين .
(Alle) lof komt toe aan Allah, Heer der Werelden. De Barmhartige, de Genadevolle. Soeverein van de Dag der Vergelding.
Hier wordt ons verteld dat Allah de Schepper en Verzorger is van alles wat bestaat. Hij is Degene die barmhartig is jegens Zijn schepping. Vervolgens wordt ons duidelijk gemaakt dat we hier niet zonder doel zijn, en dat we op een dag allemaal voor Hem zullen verschijnen om rekenschap af te leggen over onze daden. Dit doel wordt elders als volgt beschreven:
وما خلقت الجن والإنس إلا ليعبدون
En Ik heb de djinn en de mensheid alleen geschapen om Mij te aanbidden. (51:56)
Bij de beschrijving van de Eenheid, de belangrijkste eigenschap van Allah, zegt Allah:
و إلهكم إله واحد لا إله إلا هو الرحمن الرحيم
En jullie god is één God. Er is geen god (die het waard is aanbeden te worden) behalve Hij, (Hij is) de Barmhartige, de Genadevolle. (2:163)
Vervolgens beschrijft Allah Zichzelf op een alomvattende manier in een van de meest gezegende verzen van de Koran, de Ayah al-Kursi (het vers van de Troon). Het is de beste beschrijving van Allah:
الله لا إله إلا هو الحي القيوم لا تاخذه سنة و لا نوم له ما في السموات و ما في الأرض من ذا الذي يشفع عنده إلا بإذنه يعلم ما بين أيديهم و ما خلفهم و لا يحيطون بشيئ من علمه إلا بما شاء وسع كرسيه السماوات و الأرض و لا يؤده حفظهما و هو العلي العظيم
Allah - er is geen god dan Hij, de Eeuwig Levende, de Onderhouder van (al) dat bestaat. Sluimer noch slaap overvalt Hem. Aan Hem behoort alles wat in de hemelen en op de aarde is. Wie kan bij Hem bemiddelen zonder Zijn toestemming? Hij weet wat er voor hen is en wat er na hen zal zijn, en zij bevatten niets van Zijn kennis behalve wat Hij wil. Zijn troon strekt zich uit over de hemelen en de aarde, en het behoud ervan vermoeit Hem niet. En Hij is de Allerhoogste, de Allergrootste. (2:255)
Allah ﷻ beschrijft zichzelf ook in de slotverzen van Soera al-Hasjr met een aantal van Zijn gezegende eigenschappen.
هو الله الذي لا إله إلا هو عالم الغيب و الشهادة هو الرحمن الرحيم . هو الله الذي لا إله إلا هو الملك القدس السلام المؤمن المهيمن العزيز الجبار المتكبر سبحان الله عما يشركون . هو الله الخالق البارئ المصور لا الأسماء الحسنى يسبح له ما في السماوات و الأرض و هو العزيز الحكيم
Hij is Allah, er is geen god dan Hij, Kenner van het onzienlijke en het zichtbare. Hij is de Barmhartige, de Genadevolle. Hij is Allah, er is geen god dan Hij, de Soeverein, de Zuivere, de Volmaakte, de Schenker van Geloof, de Toezichthouder, de Verhevene in Macht, de Dwingende, de Superieure. Verheven is Allah boven alles wat men met Hem associeert. Hij is Allah, de Schepper, de Uitvinder, de Vormgever; aan Hem behoren de beste namen. Alles wat in de hemel en op aarde is, verheerlijkt Hem. En Hij is de Machtige, de Wijze. (59:22-24)
De profeet Musa (Mozes) beschreef Allah in de Koran als volgt aan de farao:
De farao zei: "En wie is de Heer der werelden?" [Mozes] zei: "De Heer van de hemel en de aarde en alles wat daartussen ligt, als u overtuigd bent." [De farao] zei tegen degenen die om hem heen stonden: "Horen jullie het niet?" [Mozes] zei: "Jullie Heer en de Heer van jullie voorvaderen." [De farao] zei: "Jullie 'boodschapper' die naar jullie is gezonden, is inderdaad gek." [Mozes] zei: "Heer van het oosten en het westen en alles wat daartussen ligt, als jullie dat kunnen begrijpen." [De farao] zei: "Als jullie een andere god dan mij aanbidden, zal ik jullie zeker gevangen zetten." (26:23-29)
Hoe de profeet Ibrahim (Abraham) Allah beschreef:
(Allah is) Degene die mij geschapen heeft, en Hij is Degene die mij leidt. En Hij is Degene die mij voedt en mij te drinken geeft. En wanneer ik ziek ben, is Hij Degene die mij geneest. En Hij is Degene die mij laat sterven en mij vervolgens weer tot leven wekt. En van wie ik hoop dat hij mij mijn zonde zal vergeven op de dag der vergelding." (26:78-82)
Surah al-Ikhlas beschrijft het Islamitische credo van Gods eenheid en onafhankelijkheid
قُلْ هُوَ اللَّهُ أَحَدٌ (1) اللَّهُ الصَّمَدُ (2) لَمْ يَلِدْ (3) وَلَمْ يُولَدْ (3) وَلَمْ يَكُنْ لَهُ كُفُوًا أَحَدٌ (4)
"Zeg: Hij is Allah, de Ene! Allah, de Eeuwige Toevlucht. Hij verwekt niet en werd niet verwekt. En er is niets of niemand die met Hem te vergelijken is." (112:1-4)
Essentiële Islamitische geloofsovertuigingen over God (Allah):
Allah is Eén. Hij heeft geen partner (of gelijke).
Er is niets zoals Hij.
Niets kan Hem overweldigen (of Hem van Zijn wil weerhouden).
Er is geen god dan Hij.
Hij is eeuwig, zonder begin, eeuwig, zonder einde.
Hij zal nooit vergaan en Hij zal nooit een einde kennen.
Niets gebeurt behalve wat Hij wil.
Geen verbeelding kan Hem bevatten en geen verstand kan Hem doorgronden.
Hij lijkt niet op de schepping.
Hij leeft; Hij zal nooit sterven. Hij onderhoudt; Hij slaapt nooit.
Hij schept zonder dat Hij dat nodig heeft.
Hij voorziet (in Zijn schepping) zonder enige moeite.
Hij brengt de dood zonder angst, en wekt ons opnieuw tot leven zonder moeite.
Hoe verklaart de Koran God?
Een fundamenteel onderdeel van de religieuze structuur van de Islam is het concept van tawhied, oftewel monotheïsme. Zoals het zaad voor de boom is, zo is tawhied voor de Islam. Monotheïsme in de Islam betekent namelijk niet simpelweg het geloof in één God, maar in Gods eenheid in alle opzichten. Niemand deelt in deze eenheid van God.
Antropologen willen ons doen geloven dat het concept van God in de religie begon met polytheïsme, dat zich geleidelijk ontwikkelde tot monotheïsme. Dat wil zeggen, het concept van tawhied was een evolutionair kenmerk van religie dat in een later stadium ontstond. Maar volgens het islamitische geloof bestaat tawhied al sinds het begin van de mensheid. De eerste mens was de eerste boodschapper die de mensheid de religie van tawhied leerde.
Pas in latere generaties begon dit systeem te veranderen. Dit gebeurde voornamelijk omdat mensen aannamen dat goddelijkheid inherent was aan natuurlijke verschijnselen. Ze verwonderden zich over de hoogte van de bergen, de onophoudelijke stroom van de rivieren en de buitengewone schittering van de zon en de maan, en concludeerden daaruit dat dingen met zulke ontzagwekkende eigenschappen noodzakelijkerwijs deel moesten hebben aan Gods goddelijkheid.
Mensen met bijzondere talenten werden eveneens tot de categorie van het goddelijke gerekend; zij werden beschouwd als incarnaties van God zelf. Op deze manier sloop het polytheïsme de religie binnen. Bijvoorbeeld India en Griekenland hebben beide een rijke geschiedenis en mythologisch erfgoed. Zowel de hindoeïstische als de Griekse mythologie zijn bekend. Griekse en hindoeïstische goden leken op aarde te leven. In beide mythologieën is er een hel en hemel aanwezig. Ook zijn er overeenkomsten in de functies van goden. Maar er zijn veel verschillen tussen hindoeïstische en Griekse goden.
Al-Kindi kwam wellicht het dichtst bij de Koran toen hij Gods absolute eenheid bevestigde: “De Ware [Wahid Haqq] is pure en eenvoudige eenheid, niets anders dan eenheid, terwijl ieder ander meervoudig is….Volgens de metafysica van al-Kindi is God, ‘De Ware’, eveneens een eeuwig, noodzakelijk en onveroorzaakt wezen, noch genus noch species, onveranderlijk, onvernietigbaar en volmaakt. (De Opkomst van Falsafah: de filosofische traditie).
Als je kijkt naar de termen uit de Koran: God is ‘Al-Wahid’ en ‘Al-Ahad’, oftewel één absolute eenheid. Als Hij verandert, is Hij niet constant één.
God is ‘Al-Hayy’, oftewel eeuwig levend. Hij kan niet veranderen om beter te leven, want Hij leeft al eeuwig. Hij kan niet veranderen om slechter te leven en een kortere levensduur te hebben, want Hij is eeuwig.
God is ‘Al-Haqq’, oftewel De Waarheid. De waarheid verandert niet in een mindere waarheid.
God is volmaakt. Dat betekent dat Zijn waarheid al de volmaakte waarheid is. Het kan niet veranderen in een betere waarheid, want het is al perfect.
Wanneer de waarheid tegen de leugen wordt ingezet, vergaat de leugen, want de leugen is van nature gedoemd te vergaan. (17:81).
Er is niets zoals Hij (112:4). Veranderlijkheid is een eigenschap van alles en alles vergaat, behalve God, die onveranderlijk is.
Alles is gedoemd te vergaan, behalve Zijn [eeuwige] Zelf. (28:88)
Regels voor onze levensstijl veranderen, omdat openbaringen op verschillende momenten in de geschiedenis zijn gekomen, maar God is niet gebonden aan regels. Wat Hij heeft, zijn Zijn eigenschappen. Hij oordeelt mensen door middel van Zijn eigenschap Rechtvaardigheid, die nooit verandert. Wanneer we bidden en om iets vragen, zien we dat het ons wordt verleend. Maar God bestaat in elk tijdperk, dus Hij verleent altijd wat bedoeld is om verleend te worden. Daarom geloven moslims in predestinatie.
Volgens dit geloof wordt iemands handelen niet veroorzaakt door wat er op de bewaarde tablet staat geschreven, maar is het handelen juist op de tablet geschreven omdat God alle gebeurtenissen al kent, zonder de beperkingen van tijd.
Als bewijs voor het bestaan van de Schepper voert de Koran het bestaan van het universum zelf aan. Alle studies van het universum tonen aan dat het niet uit het niets kan ontstaan: een andere kracht is essentieel voor het ontstaan van het universum. Dit betekent dat de keuze niet is tussen een universum met God of een universum zonder God, maar eerder tussen een universum met God of helemaal geen universum. En zo blijft ons alleen de optie van een universum met God over – een voorwaarde die ook noodzakelijk is voor het bestaan van de mens.
Hoewel tawhied de eenheid van God betekent, moet benadrukt worden dat dit concept radicaal verschilt van pantheïstische of animistische opvattingen dat alle bestaansvormen verschillende manifestaties zijn van één en dezelfde werkelijkheid. Integendeel, de eenheid van God zoals gedefinieerd in de Islam betekent dat er slechts één Wezen is met de aard van God. Alle andere dingen in het universum, fysiek of niet-fysiek, zijn scheppingen van deze Ene God: ze zijn in geen enkel opzicht bestanddelen van, of partners in de goddelijke godheid.
De deelbaarheid van de goddelijke eigenschappen is volkomen vreemd aan de Islam. Net zoals God alleen is in Zijn wezen, zo is Hij ook alleen in Zijn eigenschappen.
Hij is nu zoals Hij altijd was, eeuwig met Zijn eigenschappen, voordat Zijn schepping tot stand kwam. Niets is aan Zijn eigenschappen toegevoegd dat Hem niet al eerder werd toegeschreven.
Net zoals Hem Zijn eigenschappen Hem als eeuwig worden toegeschreven, zal Hij er nooit mee ophouden ze ut te voeren.
Hij kreeg de naam Al-Khaliq (de Schepper) niet na de schepping, noch de naam Al-Bārī (de Oorsprong) door de schepping tot stand te brengen. Dat wil zeggen dat Hij altijd de Schepper en Oorsprong was, deze namen zijn Hem niet later toegevoegd.
Hij heeft de eigenschap Koning te zijn, onafhankelijk van het bestaan van onderdanen. Dat wil zeggen dat Hij, in tegenstelling tot wereldse koningen en heersers, geen onderdanen nodig heeft om Heer te zijn. Hij heeft de eigenschap Schepper te zijn, onafhankelijk van het bestaan van een schepping.
Net zoals Hem het geven van leven wordt toegeschreven. Zowel vóór als nádat Hij het geeft, is Hij de Schepper, ook vóórdat Hij het bestaan gaf.
Dit komt doordat Hij de macht over alles heeft, en alles van Hem afhankelijk is, en niets moeilijk voor Hem is.
Hij heeft niets nodig, Er is niets gelijk aan Hem, en Hij is Alziend, Alhorend. (42:11)
De schone namen van Allah
Allah ﷻ zegt in de Koran:
Zeg, O Muhammad: Roep Allah aan of roep de Barmhartige (Allah) aan, met welke naam je Hem aanroept maakt niet uit, want aan Hem behoren de schoonste Namen. (17:110)
In een hadith zei Profeet Mohammed (ﷺ): ‘Allah heeft negenennegentig namen, d.w.z. honderd min één, en wie ze kent, zal naar het Paradijs gaan.’
Elk van de 99 namen vertegenwoordigt een eigenschap van Allah.
Lees ze eens en denk erover na:
ٱلْرَّحْمَـنُ De Barmhartige
ٱلْرَّحِيْمُ De Genadevolle
ٱلْمَلِكُ De Soevereine
ٱلْقُدُّوسُ De geheel zuivere Heilige
ٱلْسَّلَامُ De perfecte Schenker van vrede
ٱلْمُؤْمِنُ De Schenker van Veiligheid
ٱلْمُهَيْمِنُ De Beschermer
ٱلْعَزِيزُ De Verhevene in macht
ٱلْجَبَّارُ De Onweerstaanbare
ٱلْمُتَكَبِّرُ De Bezitter van Grootheid
ٱلْخَالِقُ De Schepper
ٱلْبَارِئُ De Initiatiefnemer
ٱلْمُصَوِّرُ De Vormgever
ٱلْغَفَّارُ De herhaaldelijk Vergevingsgezinde
ٱلْقَهَّارُ De Onderwerper
ٱلْوَهَّابُ De absolute Schenker
ٱلْرَّزَّاقُ De Onderhouder
ٱلْفَتَّاحُ De Opener
ٱلْعَلِيمُ De Alwetende
ٱلْقَابِضُ De Weerhouder
ٱلْبَاسِطُ De Verruimer
ٱلْخَافِضُ De Vernederaar
ٱلْرَّافِعُ De Verheffer
ٱلْمُعِزُّ De Gever van Eer
ٱلْمُذِلُّ De Verlager van hoogmoedigen
ٱلْسَّمِيعُ De Alhorende
ٱلْبَصِيرُ De Alziende
ٱلْحَكَمُ De Wijze Rechter
ٱلْعَدْلُ De Rechtvaardige
ٱلْلَّطِيفُ De Zachtmoedige, Subtiele
ٱلْخَبِيرُ De Albewuste
ٱلْحَلِيمُ De Verdraagzame
ٱلْعَظِيمُ De Grootse
ٱلْغَفُورُ De vaak Vergevensgezinde
ٱلْشَّكُورُ De dank Aanvaardende
ٱلْعَلِيُّ De Allerhoogste
ٱلْكَبِيرُ De Bezitter van grootheid
ٱلْحَفِيظُ De Instandhouder
ٱلْمُقِيتُ De Voeder
ٱلْحَسِيبُ De Beoordelaar
ٱلْجَلِيلُ De majestueuze
ٱلْكَرِيمُ De Edelmoedge
ٱلْرَّقِيبُ De Waakzame
ٱلْمُجِيبُ De Verhoorder
ٱلْوَاسِعُ De Alomvattende
ٱلْحَكِيمُ De Wijze
ٱلْوَدُودُ De Liefhebbende
ٱلْمَجِيدُ De Luisterrijke
ٱلْبَاعِثُ Degene Die tot leven brengt
ٱلْشَّهِيدُ De Getuige
ٱلْحَقُّ De Ware
ٱلْوَكِيلُ Degene Die alles onder Zijn hoede heeft
ٱلْقَوِيُّ De Sterke
ٱلْمَتِينُ De Standvastige
ٱلْوَلِيُّ De beschermende Vriend
ٱلْحَمِيدُ De Alprijzenswaardige
ٱلْمُحْصِيُ Degene met volledig overzcht
ٱلْمُبْدِئُ De Beginner
ٱلْمُعِيدُ De Hersteller
ٱلْمُحْيِى De Gever van Leven
ٱلْمُمِيتُ De Brenger van de dood
ٱلْحَىُّ De eeuwig Levende
ٱلْقَيُّومُ De Zelfbestaande
ٱلْوَاجِدُ De Vinder
ٱلْمَاجِدُ De Glorieuze
ٱلْوَاحِدُ De Ene
ٱلْأَحَد De Unieke
ٱلْصَّمَدُ De Zelfvoorzienende
ٱلْقَادِرُ De Almachtige
ٱلْمُقْتَدِرُ De Bepaler
ٱلْمُقَدِّمُ Degene Die bevordert
ٱلْمُؤَخِّرُ De Vertrager
ٱلأَوَّلُ De Eerste
ٱلْآخِرُ De Laatste
ٱلْظَّاهِرُ De Openlijke
ٱلْبَاطِنُ De Verborgene
ٱلْوَالِي De Zorgdragende
ٱلْمُتَعَالِي De Allerhoogst Verhevene
ٱلْبَرُّ De Bron van alle goedheid
ٱلْتَّوَّابُ De Berouwaanvaardende
ٱلْمُنْتَقِمُ De Vergelder
ٱلْعَفُوُّ De Uitwisser van zonden
ٱلْرَّؤُفُ De Vriendelijke Milde
مَالِكُ ٱلْمُلْكُ De Eigenaar van alle soevereiniteit
ذُو ٱلْجَلَالِ وَٱلْإِكْرَامُ De Heer van Majesteit en Eer
ٱلْمُقْسِطُ De Onpartijdige
ٱلْجَامِعُ De Vereniger
ٱلْغَنيُّ De Rijke
ٱلْمُغْنِيُّ De Verrijker
ٱلْمَانِعُ De Voorkomer
ٱلْضَّارُ De Brenger van nood
ٱلْنَّافِعُ De Weldoener
ٱلْنُّورُ Het Licht
ٱلْهَادِي De Gids
ٱلْبَدِيعُ De onvergelijkbare Schepper
ٱلْبَاقِي De Bljvende
ٱلْوَارِثُ De Erfgenaam van alles
ٱلْرَّشِيدُ De Gids naar het juiste pad
ٱلْصَّبُورُ De Geduldige
Aux arbres
Victor Hugo (1802-1885)
Arbres de la forêt, vous connaissez mon âme !
Au gré des envieux la foule loue et blâme ;
Vous me connaissez, vous ! — vous m'avez vu souvent,
Seul dans vos profondeurs, regardant et rêvant.
Vous le savez, la pierre où court un scarabée,
Une humble goutte d'eau de fleur en fleur tombée,
Un nuage, un oiseau, m'occupent tout un jour.
La contemplation m'emplit le cœur d'amour.
Vous m'avez vu cent fois, dans la vallée obscure,
Avec ces mots que dit l'esprit à la nature,
Questionner tout bas vos rameaux palpitants,
Et du même regard poursuivre en même temps,
Pensif, le front baissé, l'oeil dans l'herbe profonde,
L'étude d'un atome et l'étude du monde.
Attentif à vos bruits qui parlent tous un peu,
Arbres, vous m'avez vu fuir l'homme et chercher Dieu !
Feuilles qui tressaillez à la pointe des branches,
Nids dont le vent sème au loin les plumes blanches,
Clairières, vallons verts, déserts sombres et doux,
Vous savez que je suis calme et pur comme vous.
Comme au ciel vos parfums, mon culte à Dieu s'élance,
Je suis plein d'oubli comme vous de silence !
La haine sur mon nom répand en vain son fiel ;
Toujours, — je vous atteste, ô bois aimés du ciel ! --
J'ai chassé loin de moi toute pensée amère,
Et mon cœur est encore tel que le fit ma mère !
Arbres de ces grands bois qui frissonnez toujours,
Je vous aime, et vous, lierre au seuil des antres sourds,
Ravins où l'on entend filtrer les sources vives,
Buissons que les oiseaux pillent, joyeux convives !
Quand je suis parmi vous, arbres de ces grands bois,
Dans tout ce qui m'entoure et me cache à la fois,
Dans votre solitude où je rentre en moi-même,
Je sens quelqu'un de grand qui m'écoute et qui m'aime !
Aussi, taillis sacrés où Dieu même apparaît,
Arbres religieux, chênes, mousses, forêt,
Forêt ! c'est dans votre ombre et dans votre mystère,
C'est sous votre branchage auguste et solitaire,
Que je veux abriter mon sépulcre ignoré,
Et que je veux dormir quand je m'endormirai.
Recueil : Les contemplations (1856).
Juin 1843.
Read more at http://www.poesie-francaise.fr/victor-hugo/poeme-aux-arbres.php#FC0RjMqE8DCs75DQ.99
https://youtu.be/U8DD1c24bwk?list=PLmZwRr4NM_7in3Ln1bmBsGKERHJJasgOz
Aan de bomen
Victor Hugo (1802-1885)
Bomen van het woud, jullie kennen mijn ziel!
Op de grillen van de afgunstigen prijst en bekritiseert de menigte;
Jullie kennen mij! — jullie hebben mij vaak gezien,
Alleen in jullie diepten, starend en dromend.
Jullie weten dat een steen waar een kever overheen rent,
Een nederige waterdruppel die van bloem naar bloem valt,
Een wolk, een vogel, mij een hele dag bezighouden.
Contemplatie vult mijn hart met liefde.
Jullie hebben mij honderd keer gezien, in het donkere dal,
Met die woorden die de geest tot de natuur spreekt,
Fluisterend vragend aan jullie trillende takken,
En met dezelfde blik tegelijkertijd,
Peinzend, met gebogen hoofd, ogen in het diepe gras,
De studie van een atoom en de studie van de wereld.
Aandachtig luisterend naar jullie geluiden, elk een beetje sprekend,
Bomen, jullie zagen mij vluchten voor de mens en God zoeken!
Bladeren die trillen aan de uiteinden van de takken,
Nesten waarvan de witte veren door de wind wijd en zijd worden verspreid,
Open plekken, groene valleien, donkere en zachte woestijnen,
Jullie weten dat ik kalm en puur ben zoals jullie.
Zoals jullie geuren opstijgen naar de hemel, zo stijgt mijn aanbidding van God op,
Ik ben vol vergetelheid zoals jullie vol stilte zijn!
Haat verspreidt tevergeefs zijn gif over mijn naam;
Altijd – ik zweer het jullie, o bossen, geliefd door de hemel! –
Ik heb alle bittere gedachten uit mijn binnenste verbannen,
En mijn hart is stil zoals mijn moeder het maakte!
Bomen van deze grote bossen die altijd trillen,
Ik houd van jullie, en van jullie, klimop op de drempel van stille grotten,
Ravijnen waar men het kabbelende water van de levende bronnen hoort,
Struiken die door de vogels worden geplunderd, vrolijke gasten!
Wanneer ik onder jullie ben, bomen van deze grote wouden,
in alles wat mij omringt en tegelijkertijd verbergt,
in jullie eenzaamheid waar ik tot mezelf terugkeer,
voel ik iemand groots die naar mij luistert en mij liefheeft!
Ook heilige struikgewassen waar God zelf verschijnt,
religieuze bomen, eiken, mossen, bos,
bos! Het is in jullie schaduw en in jullie mysterie,
het is onder jullie verheven en eenzame takken,
dat ik mijn onbekende graf wil beschutten,
en dat ik wil slapen wanneer ik in slaap val.
Collectie: Contemplaties (1856).
Juni 1843.
Victor Hugo (1802-1885)
Arbres de la forêt, vous connaissez mon âme !
Au gré des envieux la foule loue et blâme ;
Vous me connaissez, vous ! — vous m'avez vu souvent,
Seul dans vos profondeurs, regardant et rêvant.
Vous le savez, la pierre où court un scarabée,
Une humble goutte d'eau de fleur en fleur tombée,
Un nuage, un oiseau, m'occupent tout un jour.
La contemplation m'emplit le cœur d'amour.
Vous m'avez vu cent fois, dans la vallée obscure,
Avec ces mots que dit l'esprit à la nature,
Questionner tout bas vos rameaux palpitants,
Et du même regard poursuivre en même temps,
Pensif, le front baissé, l'oeil dans l'herbe profonde,
L'étude d'un atome et l'étude du monde.
Attentif à vos bruits qui parlent tous un peu,
Arbres, vous m'avez vu fuir l'homme et chercher Dieu !
Feuilles qui tressaillez à la pointe des branches,
Nids dont le vent sème au loin les plumes blanches,
Clairières, vallons verts, déserts sombres et doux,
Vous savez que je suis calme et pur comme vous.
Comme au ciel vos parfums, mon culte à Dieu s'élance,
Je suis plein d'oubli comme vous de silence !
La haine sur mon nom répand en vain son fiel ;
Toujours, — je vous atteste, ô bois aimés du ciel ! --
J'ai chassé loin de moi toute pensée amère,
Et mon cœur est encore tel que le fit ma mère !
Arbres de ces grands bois qui frissonnez toujours,
Je vous aime, et vous, lierre au seuil des antres sourds,
Ravins où l'on entend filtrer les sources vives,
Buissons que les oiseaux pillent, joyeux convives !
Quand je suis parmi vous, arbres de ces grands bois,
Dans tout ce qui m'entoure et me cache à la fois,
Dans votre solitude où je rentre en moi-même,
Je sens quelqu'un de grand qui m'écoute et qui m'aime !
Aussi, taillis sacrés où Dieu même apparaît,
Arbres religieux, chênes, mousses, forêt,
Forêt ! c'est dans votre ombre et dans votre mystère,
C'est sous votre branchage auguste et solitaire,
Que je veux abriter mon sépulcre ignoré,
Et que je veux dormir quand je m'endormirai.
Recueil : Les contemplations (1856).
Juin 1843.
Read more at http://www.poesie-francaise.fr/victor-hugo/poeme-aux-arbres.php#FC0RjMqE8DCs75DQ.99
https://youtu.be/U8DD1c24bwk?list=PLmZwRr4NM_7in3Ln1bmBsGKERHJJasgOz
Aan de bomen
Victor Hugo (1802-1885)
Bomen van het woud, jullie kennen mijn ziel!
Op de grillen van de afgunstigen prijst en bekritiseert de menigte;
Jullie kennen mij! — jullie hebben mij vaak gezien,
Alleen in jullie diepten, starend en dromend.
Jullie weten dat een steen waar een kever overheen rent,
Een nederige waterdruppel die van bloem naar bloem valt,
Een wolk, een vogel, mij een hele dag bezighouden.
Contemplatie vult mijn hart met liefde.
Jullie hebben mij honderd keer gezien, in het donkere dal,
Met die woorden die de geest tot de natuur spreekt,
Fluisterend vragend aan jullie trillende takken,
En met dezelfde blik tegelijkertijd,
Peinzend, met gebogen hoofd, ogen in het diepe gras,
De studie van een atoom en de studie van de wereld.
Aandachtig luisterend naar jullie geluiden, elk een beetje sprekend,
Bomen, jullie zagen mij vluchten voor de mens en God zoeken!
Bladeren die trillen aan de uiteinden van de takken,
Nesten waarvan de witte veren door de wind wijd en zijd worden verspreid,
Open plekken, groene valleien, donkere en zachte woestijnen,
Jullie weten dat ik kalm en puur ben zoals jullie.
Zoals jullie geuren opstijgen naar de hemel, zo stijgt mijn aanbidding van God op,
Ik ben vol vergetelheid zoals jullie vol stilte zijn!
Haat verspreidt tevergeefs zijn gif over mijn naam;
Altijd – ik zweer het jullie, o bossen, geliefd door de hemel! –
Ik heb alle bittere gedachten uit mijn binnenste verbannen,
En mijn hart is stil zoals mijn moeder het maakte!
Bomen van deze grote bossen die altijd trillen,
Ik houd van jullie, en van jullie, klimop op de drempel van stille grotten,
Ravijnen waar men het kabbelende water van de levende bronnen hoort,
Struiken die door de vogels worden geplunderd, vrolijke gasten!
Wanneer ik onder jullie ben, bomen van deze grote wouden,
in alles wat mij omringt en tegelijkertijd verbergt,
in jullie eenzaamheid waar ik tot mezelf terugkeer,
voel ik iemand groots die naar mij luistert en mij liefheeft!
Ook heilige struikgewassen waar God zelf verschijnt,
religieuze bomen, eiken, mossen, bos,
bos! Het is in jullie schaduw en in jullie mysterie,
het is onder jullie verheven en eenzame takken,
dat ik mijn onbekende graf wil beschutten,
en dat ik wil slapen wanneer ik in slaap val.
Collectie: Contemplaties (1856).
Juni 1843.
Als u last heeft van de hitte plant dan een boom.
Als zware regenval u angst aanjaagt, plant een boom
Als u van fruit houdt, plant een boom.
Als u van vogels houdt, plant een boom.
Als u van uw longen houdt, plant een boom.
Als van het leven houdt, plant een boom.
Massoudy: in schaduw het licht
De schaduw betekent in de Jungiaanse psychologie het deel van het onbewuste, bestaande uit verdrongen zwakheden, tekortkomingen en instincten. Het is een van de drie meest herkenbare archetypen, de andere zijn de anima en animus, en de persona. Iedereen draagt een schaduw", zei Jung, "en hoe minder hij is belichaamd in het bewuste leven van het individu, des te zwarter en dichter hij is." Het kan echter ook beschouwd worden als een verbinding met de primitieve dierlijke instincten, die tijdens de vroege kinderjaren door de bewuste geest vervangen zijn. Vandaar dat Jung de schaduw ook met creativiteit in verband brengt. Een beschaafd mens onderdrukt deze dierlijke neigingen, maar dit gaat ten koste van de spontaneïteit, creativiteit, gevoeligheid en inzicht. Dit reservoir van duisternis herbergt dus ook bronnen waaruit de scheppende kunstenaar zijn inspiratie haalt. Inspiraties zijn altijd het werk van de schaduw en een leven zonder schaduw zou saai en oppervlakkig zijn. 1. Vertrouwen Je schaduwkant laat zich meestal niet zomaar zien, daar moet iets voor gebeuren. Iets onaangenaams. En hoe onaangenamer de situatie, hoe heftiger en krachtiger je schaduwzijde van zich zal laten horen. Ik zat in een situatie die me zoveel stress gaf, dat mijn lichaam doorlopend in de vechten-of-vluchten-stand stond. Daardoor weet ik nu dat er een ongekende kracht in mij schuilt, goed verborgen in de schaduw. Maar als het moet, als het écht nodig is, komt die tevoorschijn. En dan zal ik overleven! Wat je schaduwkant ook is, hij helpt je overleven. Daar mag je altijd op vertrouwen. 2. Completer en relaxter zijn Als je je schaduwkant accepteert dan hoef je je niet meer beter voor te doen dan je bent. Yin-yang, licht-donker, je bent het allebei. Wat een rust en ruimte geeft dat, jezelf toestemming geven helemaal te zijn wie je bent. Dat is helend. Dat maakt je heel. Een heel, compleet, mens. 3. Oordelen loslaten en compassie laten stromen Door dit inzicht kun je écht naar anderen luisteren, kun je anderen écht zien. Je prikt door die buitenkant heen en kan daardoor heel veel compassie voelen, voor jezelf en voor anderen. Dat is rijkdom! 4. Verbinding met anderen Als je kunt inzien dat we allemaal onze licht- en schaduwkant hebben, hoef je je ook niet meer anders te voelen dan anderen. Niet beter of slechter. Je voelt je dan meer verbonden met anderen, omdat je weet dat we allemaal streven naar gelukkig zijn, hoe onhandig soms ook. En door jezelf te accepteren met je lichte en donkere kant, zullen anderen zich uitgenodigd voelen om ook helemaal zichzelf te zijn. Doordat we allemaal ons authentieke zelf kunnen laten zien, kunnen we ook een echte verbinding aangaan. 5. Meer licht Door je schaduwkant te accepteren, gaat je licht helderder schijnen. Want hoe donkerder de nacht, hoe helderder de sterrenhemel. En als je je schaduwkant écht kunt omarmen, het écht een deel van jou mag zijn, dan hoef je er ook geen energie meer in te steken die kant van jezelf weg te drukken of te ontkennen. In plaats daarvan kun je die energie gebruiken om je licht nóg oogverblindender te laten stralen. En jij? Ken jij de kracht van jouw schaduwkant al? Durf jij je schaduw in de ogen te kijken, te omarmen en zo een mooier, completer en liefdevoller mens te worden? [Iets ingekorte en relevante tekst van: Marleen Bosch] Walk gently upon the earth, o my soul,
and speak words of beauty and truth, live simply and well. Make no grandiose claims, lest proof is demanded and you are found wanting. Be humane, be human, whilst you still walk upon the earth: in the end, we all bid the world farewell. |
Hangmat of vangnet?
Zoals de atomen in de ruimte vloog ik honderdduizend jaar willoos en besluiteloos heen en weer. Die toestand en die tijd is uit mijn geheugen verdwenen, maar ik word er in mijn slaap aan herinnerd, het zit nog in mijn genen. Wanneer ik in slaap val, bevrijd ik mij van die dwangbuis van de vier elementen en spring ik van benauwenis naar de geest. O Heer! Laat mij toch van zoogmoeder slaap de melk drinken van die mooie, voorbije dagen. Alle mensen hebben de neiging te vluchten voor de verantwoordelijkheid van hun vrije wil naar een onbewuste staat. Om maar een moment van hun nuchtere rationaliteit te worden bevrijd, verdragen zij de schaamteloosheid van gezang en wijn. Allen weten dat dit bestaan een valkuil kan zijn, dat onze overgave aan onbevredigbare wensen en wilsuitingen een hel kan zijn. Daarom vluchten wij van onze opgezwollen ego’s naar zelflozing, door middel van werkverslaving of door middel van verdoving. Na de kater komen we terug tot ons zelf en onze oude toestand, omdat we zonder toestemming aan onze ratio zijn ontsnapt. Voor geesten noch voor mensen is het mogelijk om tussen de tralies van de afbakeningen van tijd en ruimte weg te glippen. Er is geen mogelijkheid door te dringen tot de hoogste hemelsferen, behalve door de kracht van goddelijke leiding. Er is geen goddelijke leiding dan door de kracht die de geesten van devote mensen beschermt tegen de wakers van de hemelgeheimen. Aan niemand wordt toegang verleend, dan aan hen die zelfloos aan de toegangsdeur van de ontvangstkamer van de Majesteit staan. Wat is het vervoermiddel tijdens die hemelreis? Dat is zelfloosheid. De religie en leerschool van de minnaars is zelfloosheid. Rumi ‘Een hangmat, tussen twee sterren opgehangen in de hemel… slaap, slaap … buiten tijd en ruimte, slapen, ik wil slapen; mijn hoofd is een strijdveld; zonder letters, zonder woorden, aan de Schepper denken. Onverschilligheid, van alles afgesneden onverschilligheid; We weten niet met een onwetendheid aan de hoogste wetenschap gelijk van stand. Genoeg heb ik van doelloos komen en gaan. Laat mij, laat mij slapengaan, De woorden hebben mij uitgebrand!’ Necip Fazil Kisakürek ‘Hieruit hebben We u geschapen,
en hierin keert u terug en hieruit zullen Wij u een laatste keer opwekken.’ (20:55). |
Dietrich Bonhoeffer omschreef vanwege Charlie Hebdo de zachtmoedigen als volgt:
Het is een gemeente van vreemdelingen in de wereld.
Er is geen recht dat hen beschermt.
Zij maken daar ook geen aanspraak op.
Zij doen afstand van ieder recht, omwille van God.
Scheldt men hen uit, zo zwijgen ze.
Doet men hun geweld aan, zo dulden zij dat.
Verstoot men hen, zo gaan ze aan de kant.
Ze voeren geen processen om hun recht, zij baren geen opzien, wanneer hun onrecht geschiedt.
Ze willen geen eigen recht. Aan ieder woord, elk gebaar wordt het duidelijk, dat ze niet op deze aarde horen.
Laat hun de hemel, zegt de wereld medelijdend, daar horen ze.
Maar zij zullen het aardrijk beërven.
Deze recht- en machtelozen behoort de aarde.
Die haar nu bezitten met geweld en onrecht, zullen haar verliezen en die hier geheel en al afstand van haar gedaan hebben, die zachtmoedig waren zullen de nieuwe aarde beheersen.
Zonder het zich bewust te zijn beschreef hij daders én slachtoffers:
van oorsprong zachtmoedigen in zowel Bijbel als Koran:
En de dienaren van de Barmhartige zijn zij die zachtmoedig
op aarde wandelen en als de onwetenden hen aanspreken, zeggen zij: ‘Vrede!’ (25:63).
Het is een gemeente van vreemdelingen in de wereld.
Er is geen recht dat hen beschermt.
Zij maken daar ook geen aanspraak op.
Zij doen afstand van ieder recht, omwille van God.
Scheldt men hen uit, zo zwijgen ze.
Doet men hun geweld aan, zo dulden zij dat.
Verstoot men hen, zo gaan ze aan de kant.
Ze voeren geen processen om hun recht, zij baren geen opzien, wanneer hun onrecht geschiedt.
Ze willen geen eigen recht. Aan ieder woord, elk gebaar wordt het duidelijk, dat ze niet op deze aarde horen.
Laat hun de hemel, zegt de wereld medelijdend, daar horen ze.
Maar zij zullen het aardrijk beërven.
Deze recht- en machtelozen behoort de aarde.
Die haar nu bezitten met geweld en onrecht, zullen haar verliezen en die hier geheel en al afstand van haar gedaan hebben, die zachtmoedig waren zullen de nieuwe aarde beheersen.
Zonder het zich bewust te zijn beschreef hij daders én slachtoffers:
van oorsprong zachtmoedigen in zowel Bijbel als Koran:
En de dienaren van de Barmhartige zijn zij die zachtmoedig
op aarde wandelen en als de onwetenden hen aanspreken, zeggen zij: ‘Vrede!’ (25:63).
"I always look upwards to see the light and not see my own shadow."
Khalil Gibran (1883-1931)
انظر الى العلو دائما كي أرى النور ولا أرى خيالي ـ جبران
"Je regarde toujours vers le haut pour voir la lumière et ne pas voir mon ombre."
hassanmassoudy
Hoe vind je de leeuw die jou verzwolg?
vroeg de Zwitserse psycholoog Carl Jung zich af. Hij leverde daarmee commentaar op het morele dilemma dat wordt veroorzaakt door het begrip ‘schaduw’.
Ondertussen is onze schaduwkant een ingeburgerd begrip.
De dichter Robert Bly noemt het in ‘A Little Book on the Human Shadow’, de zak die wij achter ons aanslepen, waar wij als individuen alle dingen in gooien waarvan wij ons willen ontdoen; die we niet onder ogen willen zien, die wij verdringen en ontkennen van ons te zijn.
Het benoemen van het schaduw-begrip, was Jung’s manier om de duistere verborgen zijde van de menselijke psyche inzichtelijk te maken. Zijn antwoord luidde dat je de leeuw niet kan zien of vinden zolang je je in hem bevindt. En daarin zit het kerndilemma van de ‘groepsschaduw’: voor hen die zich in een groepssysteem van geloof bevinden is het vrijwel onmogelijk om hun eigen duistere zijde met helderheid en objectiviteit onder ogen te zien of zich eraan te ontworstelen.
Deze verborgen kant groeit met de tijd. Ontwikkelt zich in zijn achteruitgang – en door de frustraties die dat oplevert wordt de levenshouding die eruit voortkomt ook steeds agressiever. Voltaire waarschuwde ervoor: “Zij die ons kunnen laten geloven in absurditeiten kunnen ons monsterachtigheden laten plegen.”
Onwetendheid over onze groepsschaduw en haar destructieve consequenties, veroorzaakt een wederzijdse destructieve omhelzing met onze tegenstanders. Ironisch genoeg hebben beide zijden elkaars kwaad nodig om te kunnen voortbestaan en eventueel onsterfelijk te worden.
Zo lijkt het dat verminkte beweegredenen voor een oorlog tegen terreur een spiegelbeeld vormen van de moslim djihâd tegen het westen. Zij zijn gezamenlijk verstrengeld in een ‘Never ending story van wapenindustrie en geweldspiralen. Zoals Bush zei: “There's no telling how many wars it will take to secure freedom in the homeland.”
Dat homeland moet dan wel de hele wereld zijn, en hij lijkt daarmee op een van zijn moslimtegenhangers, wijlen Ayatollah Khomeiny, die zei: “Het is de plicht van elke gezonde volwassene zich als vrijwilliger voor deze veroveringsoorlog te melden met als einddoel de wet van de Koran, van het ene tot het andere eind van de wereld van kracht te laten zijn.” In tegenstelling tot de analyse die onveranderlijk uitwijst dat religie de ‘root of all evil’ zou zijn doet de hoeveelheid tot oorlog en geweld aanleiding gevende citaten uit alle religieuze en atheïstische kampen het vermoeden bevestigen dat geweld sinds Kain en Abel ‘des mensen’ is.
In zijn boek People of the Lie, legt de schrijver Scott Peck de glibberige natuur van goed en kwaad nog eens uit. Volgens hem zijn mensen die we als slecht beschouwen, vaak destructief omdat zij het kwaad (in anderen) en daarmee die anderen, proberen te vernietigen. In plaats van anderen te vernietigen zouden zij de ziekte van het kwaad in zichzelf moeten bestrijden. Deze paradox lijkt op de observatie van Jung die zegt dat ‘het zogenaamd goede’ waaraan wij dreigen te bezwijken, zijn ethische karakter verliest. Wat wil zeggen dat wij paradoxaal genoeg het kwaad bevorderen wanneer we ‘eenzijdig’ worden, wanneer we geloven dat alleen ónze groep aan de kant van de deugd en goedheid staat. Het uitsluitingsmechanisme dat het privilege op deugd en goedheid veroorzaakt, produceert tijdens het zoeken naar vrede onvermijdelijk een ‘groepsschaduw’ die zich langzamerhand vult met agressie en geweld.
Hoe weet je nou wanneer de groepsschaduw wordt geactiveerd? Dat weet je zo gauw je merkt dat je alleen nog gelooft in jouw land of in jouw uitverkoren groep en in jouw bezittelijke god. Op het moment dat er wordt gezegd dat jouw land of groep in gevaar is, ontstaat de groepsschaduw. Of het nou de vlag, de president of God is, dát soort geloof mobiliseert militante energie. Beslissingen worden dan snel genomen en het wordt steeds moeilijker om afstand te nemen. Twijfel die voorgenomen acties op losse schroeven zet en zekerheden bevraagt, wordt snel als verraad geïnterpreteerd.
Of we het leuk vinden of niet, maar in onze mensengeschiedenis zitten we altijd wel opgescheept met een dilemma, dat wordt gevoed door het conflict tussen collectiviteit creërende groepen. De dodelijke ‘schaduwen’ lijken nu voornamelijk voortgebracht door letterknechterig christendom van een groep neo-conservatieven in de Verenigde Staten en soms ongrijpbare groepen moslimextremisten. Beide fundamentalistisch, beide kwaadaardige ondernemingen op het gebied van groepsdenken, en beide erop uit economische, politieke en mentale domeinen voor zichzelf op te eisen. Als de god van de ene groep de enige god is, moeten alle andere goden wel inferieur zijn. Als de politieke visie van de ene groep superieur is, dan zijn alle andere politieke systemen en visies dus inferieur.
Samenvattend betekent dit dat intolerantie het belangrijkste kenmerk is van de fundamentalistische politieke ‘schaduw’. Op deze manier verspreiden eenzijdige sektarische bewegingen zich als besmettelijke ziekten, die geweld en immoreel gedrag veroorzaken. Een van onze conclusies moet luiden dat het feit dat fundamentalistische cults, of ze nou islamitisch, christelijk, hindoe, fascistisch, communistisch of anderszins atheïstisch zijn, nog steeds in staat zijn groepen mensen achter zich te verzamelen en te brainwashen, erop wijst dat er een verbazingwekkend mondiaal analfabetisme bestaat waar het rudimentaire groepsdynamieken betreft.
"I always look upwards to see the light and not see my own shadow."
Khalil Gibran (1883-1931)
انظر الى العلو دائما كي أرى النور ولا أرى خيالي ـ جبران
"Je regarde toujours vers le haut pour voir la lumière et ne pas voir mon ombre."
hassanmassoudy
Hoe vind je de leeuw die jou verzwolg?
vroeg de Zwitserse psycholoog Carl Jung zich af. Hij leverde daarmee commentaar op het morele dilemma dat wordt veroorzaakt door het begrip ‘schaduw’.
Ondertussen is onze schaduwkant een ingeburgerd begrip.
De dichter Robert Bly noemt het in ‘A Little Book on the Human Shadow’, de zak die wij achter ons aanslepen, waar wij als individuen alle dingen in gooien waarvan wij ons willen ontdoen; die we niet onder ogen willen zien, die wij verdringen en ontkennen van ons te zijn.
Het benoemen van het schaduw-begrip, was Jung’s manier om de duistere verborgen zijde van de menselijke psyche inzichtelijk te maken. Zijn antwoord luidde dat je de leeuw niet kan zien of vinden zolang je je in hem bevindt. En daarin zit het kerndilemma van de ‘groepsschaduw’: voor hen die zich in een groepssysteem van geloof bevinden is het vrijwel onmogelijk om hun eigen duistere zijde met helderheid en objectiviteit onder ogen te zien of zich eraan te ontworstelen.
Deze verborgen kant groeit met de tijd. Ontwikkelt zich in zijn achteruitgang – en door de frustraties die dat oplevert wordt de levenshouding die eruit voortkomt ook steeds agressiever. Voltaire waarschuwde ervoor: “Zij die ons kunnen laten geloven in absurditeiten kunnen ons monsterachtigheden laten plegen.”
Onwetendheid over onze groepsschaduw en haar destructieve consequenties, veroorzaakt een wederzijdse destructieve omhelzing met onze tegenstanders. Ironisch genoeg hebben beide zijden elkaars kwaad nodig om te kunnen voortbestaan en eventueel onsterfelijk te worden.
Zo lijkt het dat verminkte beweegredenen voor een oorlog tegen terreur een spiegelbeeld vormen van de moslim djihâd tegen het westen. Zij zijn gezamenlijk verstrengeld in een ‘Never ending story van wapenindustrie en geweldspiralen. Zoals Bush zei: “There's no telling how many wars it will take to secure freedom in the homeland.”
Dat homeland moet dan wel de hele wereld zijn, en hij lijkt daarmee op een van zijn moslimtegenhangers, wijlen Ayatollah Khomeiny, die zei: “Het is de plicht van elke gezonde volwassene zich als vrijwilliger voor deze veroveringsoorlog te melden met als einddoel de wet van de Koran, van het ene tot het andere eind van de wereld van kracht te laten zijn.” In tegenstelling tot de analyse die onveranderlijk uitwijst dat religie de ‘root of all evil’ zou zijn doet de hoeveelheid tot oorlog en geweld aanleiding gevende citaten uit alle religieuze en atheïstische kampen het vermoeden bevestigen dat geweld sinds Kain en Abel ‘des mensen’ is.
In zijn boek People of the Lie, legt de schrijver Scott Peck de glibberige natuur van goed en kwaad nog eens uit. Volgens hem zijn mensen die we als slecht beschouwen, vaak destructief omdat zij het kwaad (in anderen) en daarmee die anderen, proberen te vernietigen. In plaats van anderen te vernietigen zouden zij de ziekte van het kwaad in zichzelf moeten bestrijden. Deze paradox lijkt op de observatie van Jung die zegt dat ‘het zogenaamd goede’ waaraan wij dreigen te bezwijken, zijn ethische karakter verliest. Wat wil zeggen dat wij paradoxaal genoeg het kwaad bevorderen wanneer we ‘eenzijdig’ worden, wanneer we geloven dat alleen ónze groep aan de kant van de deugd en goedheid staat. Het uitsluitingsmechanisme dat het privilege op deugd en goedheid veroorzaakt, produceert tijdens het zoeken naar vrede onvermijdelijk een ‘groepsschaduw’ die zich langzamerhand vult met agressie en geweld.
Hoe weet je nou wanneer de groepsschaduw wordt geactiveerd? Dat weet je zo gauw je merkt dat je alleen nog gelooft in jouw land of in jouw uitverkoren groep en in jouw bezittelijke god. Op het moment dat er wordt gezegd dat jouw land of groep in gevaar is, ontstaat de groepsschaduw. Of het nou de vlag, de president of God is, dát soort geloof mobiliseert militante energie. Beslissingen worden dan snel genomen en het wordt steeds moeilijker om afstand te nemen. Twijfel die voorgenomen acties op losse schroeven zet en zekerheden bevraagt, wordt snel als verraad geïnterpreteerd.
Of we het leuk vinden of niet, maar in onze mensengeschiedenis zitten we altijd wel opgescheept met een dilemma, dat wordt gevoed door het conflict tussen collectiviteit creërende groepen. De dodelijke ‘schaduwen’ lijken nu voornamelijk voortgebracht door letterknechterig christendom van een groep neo-conservatieven in de Verenigde Staten en soms ongrijpbare groepen moslimextremisten. Beide fundamentalistisch, beide kwaadaardige ondernemingen op het gebied van groepsdenken, en beide erop uit economische, politieke en mentale domeinen voor zichzelf op te eisen. Als de god van de ene groep de enige god is, moeten alle andere goden wel inferieur zijn. Als de politieke visie van de ene groep superieur is, dan zijn alle andere politieke systemen en visies dus inferieur.
Samenvattend betekent dit dat intolerantie het belangrijkste kenmerk is van de fundamentalistische politieke ‘schaduw’. Op deze manier verspreiden eenzijdige sektarische bewegingen zich als besmettelijke ziekten, die geweld en immoreel gedrag veroorzaken. Een van onze conclusies moet luiden dat het feit dat fundamentalistische cults, of ze nou islamitisch, christelijk, hindoe, fascistisch, communistisch of anderszins atheïstisch zijn, nog steeds in staat zijn groepen mensen achter zich te verzamelen en te brainwashen, erop wijst dat er een verbazingwekkend mondiaal analfabetisme bestaat waar het rudimentaire groepsdynamieken betreft.
Attentie: dit is een niet-commerciële website.
Indien er beeldmateriaal of tekst is die u verwijderd wilt zien, stuur een e-mail en ik verwijder het.
Attention please: this is a non-commercial website.
If there are any text's or images here that you wish to be removed, just email me and I will do so immediately.
Indien er beeldmateriaal of tekst is die u verwijderd wilt zien, stuur een e-mail en ik verwijder het.
Attention please: this is a non-commercial website.
If there are any text's or images here that you wish to be removed, just email me and I will do so immediately.

