Is het waar dat de Islam al vanaf de schepping van de eerste mens bestaat?
De Islam is niet 1400 jaar geleden ontstaan. Overgave maakt dat je deelneemt aan de schepping. Een moslim is iemand die tracht in overgave te leven tot Allah. Die overgave begon toen Allah Adam en Eva schiep.[i] Overgave kent een aantal dimensies. Je geeft je over aan natuurwetten. Je kunt niet anders. Je geeft je over aan het grote mysterie achter de natuurwetten. Sommigen noemen dat God. Anderen Allah. Overgave doe je in liefde. Dat kan voor een schepsel zijn. Of het kan voor de Schepper zijn.
En toch zijn er mensen die anderen als gelijken van Allah beschouwen. Daar houden zij van zoals zij van Allah zouden moeten houden. Maar de gelovigen zijn sterker in hun liefde voor Allah. (2:165).
Zeg, [O Mohammed]: "Als jullie Allah liefhebben, volg mij dan, [dan] zal Allah jullie liefhebben en jullie zonden vergeven. En Allah is Vergevend en Barmhartig. (3:31).
Veel mensen denken ten onrechte dat de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) de stichter van de Islam was. Maar de Islam bestaat al sinds de mens voor het eerst voet op aarde zette. In werkelijkheid gaat de Islam veel verder terug, naar Adam en Eva, die de eersten waren die zich overgaven aan Allah. De Koran is de laatste openbaring van God, maar andere heilige boeken, zoals de Tora en het Evangelie, zijn ook geschenken van Allah aan de mensheid. Moslims geloven in alle profeten, inclusief Jezus en Mozes.
Om een religie goed te begrijpen, is het essentieel om de boodschap te lezen en te begrijpen waarop hij is gebaseerd. In de Koran wordt het begrip ‘Islam’ uitgebreid behandeld. Wij moslims hebben net zoveel liefde voor Mohammed als voor Jezus en andere profeten. Als we als moslims niet in Jezus en andere profeten geloven, kunnen we onszelf geen moslim noemen. Die andere profeten, bijvoorbeeld ... Adam, Abraham, Noach, Mozes, Jezus, worden ook als moslims beschouwd. Overgave stond in hun boodschap centraal. En zo hebben ze geleefd.
Voor moslims is de Islam in essentie dezelfde religie die aan alle andere profeten is geopenbaard. De naam is afkomstig van Allah zelf:
Heden heb ik uw religie voor u vervolmaakt, en Mijn gunst aan u voltooid, en Ik heb de Islam voor u als religie gekozen. (5:3)
Iets over de thematiek van de Koran
1. De Eenheid van Allah (Tawhied)
Het concept van Tawhied, of de Eenheid van Allah, is fundamenteel in de Islamitische theologie. De Koran bevestigt herhaaldelijk Gods eenheid, almacht en alwetendheid. Dit thema gaat verder dan loutere erkenning van Gods bestaan; het vormt het Islamitische wereldbeeld en beïnvloedt elk aspect van het leven van een moslim, van aanbidding tot ethisch gedrag. De weergave van Gods eigenschappen in de Koran, zoals barmhartigheid, rechtvaardigheid en wijsheid, biedt een alomvattend begrip van de goddelijke natuur. Dit thema behandelt ook de valkuilen van sjirk (het toekennen van partners aan Allah) en afgoderij, en waarschuwt tegen afwijking van het monotheïsme.
Waarom God?
Waarom moeten we zo nodig een `hoger wezen' inbrengen die de werkelijkheid alleen maar moeilijker maakt en een last voor ons verstand en onze ziel vormt? De Koran noemt dit ‘geloof in en bewustwording van 'het onzienlijke'.
Mensen die niet ‘met geloof’ zijn opgegroeid, groeien er soms langzaam naar toe. Anderen maken een plotselinge sprong. Misschien komt eerst de ontdekking van de fitrah of natuurlijke aanleg van de mens. Waarom maken we ons druk om onrechtvaardigheid. Waarom voelen we barmhartigheid voor alles wat klein en zielig en vertrapt is? Waarom zegt een kind: Dat is niet eerlijk! Dat 'onzienlijke' wordt min of meer zichtbaar gemaakt door middel van openbaring aan profeten en daardoor aan ons.[ii]
God`s bestaan kan worden 'thuis gebracht' door hen die de moeite nemen het bestaan te overpeinzen, overdenken, te reflecteren, na te denken.[iii] Hierdoor is het niet langer een irrationeel of onredelijk geloof, omdat er een koppeling tussen weten en geloven blijkt te bestaan. Dat is de taak van de Koran en die taak zou tijdens de verklaring voor kinderen 'naar boven dienen te komen'. De Koran noemt een aantal manieren om God te 'vinden'. Luisteren is een erg belangrijke kunst, maar de Koran bedoelt ‘gehoor geven aan’: Daarin is zeker een gedachtenis voor hem die een hart heeft en luistert en oplettend is.[iv] Aan de ene kant wordt gezegd: Zij worden aangeroepen van een verre plaats.[v] Aan de andere kant: Wij hebben de mens geschapen en Wij weten alles wat zijn ego hem influistert.
De koran wil ons niet op het niveau van menselijke logica met theologische bewijzen overstelpen. Wel wil hij ons wakker schudden. Dat doet hij door de aandacht te vestigen op bepaalde feiten die door de Koran tot gedenkwaardige momenten worden verheven - die de gedachten op God brengen. Dat alles afhankelijk van Hem is, dus ook de hele natuur, heeft een metafysiek en moreel aspect. Zo is soera al-Fatiha, die in elk gebed door de moslims wordt gelezen een dialoog tussen mens en God. Zo laat de profeet zien dat die dialoog mogelijk is. De Islam moedigt niet aan om na te doen, maar wil ons tot een nieuwe Adam vormen. De nieuwe mens, die een nieuwe wereldorde kan creëren. Indien je je eigen waarde realiseert, breng je een oceaan voort. Als we dat letterlijke zien niet meer geloven en verwerpen, gooien we dan alles overboord?
Het is beter je dat alziende en alwetende van Allah voor te stellen als iets beschermends en geruststellends; dus als alles begrijpend. Als je Allah niet kan 'vinden' gaat hij misschien niet voor je leven. Vinden is niet zo maar een woord. Het houdt onder meer in dat je de in de werkelijkheid bestaande oerorde herwaardeert. Hierdoor komt alles in een nieuw perspectief te staan en kan opnieuw betekenis krijgen.
De eerste consequentie daarvan is dat God niet kan worden beschouwd als bestaande onder andere bestaansvormen.[vi] Hij is bestaand met en in alles, hij maakt het mogelijk dat ieder mens in de mensenmassa's zich individueel uniek voelt. Zijn bestaan maakt de integriteit van elk ding mogelijk:
En weest niet als zij die God vergaten, zodat zij zichzelf vergaten...[vii]
'De moraal en het religieuze ideaal van de mens is geen zelfontkenning maar zelfbevestiging en hij bereikt dat ideaal door meer en meer individueel te worden, meer en meer uniek.’[viii]
De profeet heeft gezegd: 'Absorbeer in jezelf de kwaliteiten van Allah.' De mens kan dus uniek worden door meer en meer als de meest unieke individu te worden. Hoe groter zijn afstand van God hoe minder zijn individualiteit. Zo is hij die God het meest nabij komt is de meest complete persoon.
Samenvattend kunnen we kort over God- en mensbeeld in de koran zeggen dat de visie op de mens niet optimistisch of pessimistisch is, maar 'voor verbetering vatbaar'.
En dat Allah met al Zijn macht en glorie in essentie de genadevolle God is. Uit deze twee aspecten kan een goede relatie met God en tussen mensen voortkomen
Misschien kunnen we zo tot een soort theo-democratisch besef komen. Een besef dat ons leert dat de Koran als pedagogisch instrument, het menselijk sociaal gedrag en sociale rechtvaardigheid als doel heeft.
2. Profeetschap en Openbaring
Het is de bedoeling dat elke moslim zich diepgaand verdiept in de verhalen van verschillende profeten die in de Koran staan. Deze verhalen dienen meerdere doelen: ze bieden morele en spirituele lessen, geven voorbeelden van geduld en doorzettingsvermogen en bevestigen de continuïteit van Allah’s boodschap door verschillende tijdperken en samenlevingen heen. Het concept van profeetschap in de Koran is niet alleen een historische weergave, maar ook een middel om de mensheid te leiden naar ethische en spirituele diepgang. De rol van de Profeet Mohammed (vrede zij met hem), als de laatste profeet, krijgt speciale aandacht, waarbij zijn leven en leer (Soennah) worden beschouwd als een rolmodel voor moslims.
De Heilige Koran werd geopenbaard om de mensheid te leiden en is de maatstaf voor wat goed en wat kwaad is. Allah zegt: Deze Koran leidt naar wat het meest rechtvaardig is...[ix] om de mensheid te verenigen die vóór de komst van de Islam verdeeld was als strijdende stammen. De Koran moest dienen als een paraplu van eenheid voor de verschillende stammen die voor de openbaring ervan vijanden van elkaar waren. Terwijl Allah zegt: De gelovigen zijn slechts broeders: sticht daarom vrede en verzoening tussen jullie broeders en wees je Allah bewust, opdat jullie barmhartigheid mogen ontvangen.[x]
De Koran is een boodschap van God en niet de persoonlijke biografie van de profeet.
Wij kunnen de biografie van de profeet Mohammed lezen als context voor de Koran, vooral wanneer
De laatste regel wil zeggen dat je je handeling baseert op een morele wet die universeel en absoluut is. En door eenieder zou kunnen worden gevolgd.[xi]
Maar al zijn persoonlijke emoties, zoals de pijn van het verlies van zijn geliefde vrouw Khadija na 25 jaar huwelijk, zijn oom Abu Talib en de dood van zijn kinderen, worden niet in de Koran beschreven. Ook zijn liefde voor zijn dochter Fatima (ra) en kleinkinderen, komen we niet in de Koran tegen.
De kennis, die hij niet alleen als profeet maar ook als mens heeft opgedaan in het Arabische culturele en sociale leven, wordt niet beschreven. Er wordt geen enkele poging gedaan om hem tot een onbereikbare, superieure profeet te maken in de Koran. De Koran laat hem zeggen: Ik ben slechts een mens als jullie, het enige bijzondere is dat ik openbaringen ontvang.[xii]
Zijn ontmoeting met de barmhartige God wordt levendig beschreven. De afwezigheid van zijn persoonlijke leven in de Koran en alle nederige lofprijzingen aan God bewijzen dat de Koran niet door hem is geschreven.
De Koran is helend voor ons
Het luisteren naar het reciet van de Koran kan helend werken. Het kalligraferen en illumineren van de Koran wordt beschouwd als een meditatieve bezigheid, die helend werkt. Maar de bedoeling van de Koran openbaring was mensen aan het denken te zetten. Wat zou moeten leiden tot het begrijpen en volgen van de inhoud. Dat kan onze psychologische toestand in balans brengen en onze geest tot een gelukkiger niveau brengen, niet alleen voor onszelf, maar ook voor anderen. Als we dit niet kunnen, hoe verwachten we dan een gezonde relatie met anderen? En als we geen gezonde relatie kunnen opbouwen, hoe verwachten we dan een vredige mentale toestand zonder onszelf psychologisch te kraken? Maar als je reciteert zonder te weten hoe prachtig de wijsheid is die God ons heeft geleerd in de Koran, heeft dat misschien toch minder waarde.
In naam van Allah, de Barmhartige, de Meedogende
Zeg: de Geest is van het gebod van mijn Heer.[xiii]
Het Hebreeuwse woord roeʹach, of het Arabische woord roeh, betekent geest. In de Koran wordt al gezegd dat we niet echt weten wat deze woorden betekenen.
Sommige mensen zeggen dat het reciteren van de Koran op zichzelf de geest geneest en stress vermindert. Nou, dat komt door de schoonheid van de Arabische taal in de Koran. Rijm en ritme spelen een rol en daarom heeft het reciteren ervan een impact op de geest en onze psychologische toestand wordt hierdoor beïnvloed.
Allah heeft ons opgedragen te lezen met het doel de inhoud van wat we lezen te begrijpen. Dan kunnen we Zijn geboden volgen en eerlijk en oprecht zijn.
Hetzelfde koranversregel wordt tot viermaal toe herhaald om de nadruk te leggen op ‘aandacht schenken aan iets’:
Wij hebben de Koran gemakkelijk te onthouden gemaakt, maar is er iemand die oplet?[xiv]
En alles is opgeschreven. God heeft ons het Boek gegeven en al het kleine en grote is in dit Boek opgeschreven. Elke keer dat God iets openbaarde, zei Hij erbij dat Hij ons een gemakkelijke Koran gaf, zodat wij het zouden begrijpen.[xv]
Wanhoop niet aan de Genade van Allah, waarlijk, Allah vergeeft alle zonden. Allah vergeeft niet (de zonde van) het toekennen van gelijken aan Hem, maar Hij vergeeft alle andere zonden van wie Hij wil.
Richt je gezicht daarom eerlijk en oprecht, tot geloof, als iemand die heel graag God ontmoet volgens de natuur of fitra - waarmee Allah je heeft gemaakt.[xvi]
Van de Koran weten we dat als iemand een zonde begaat en er berouw voor toont, Allah zijn berouw accepteert. Als je maar oprecht bent in je berouw.
3. De Laatste Dag en het Hiernamaals
De beschrijvingen van het leven na de dood in de Koran zijn levendig en gedetailleerd. Zij dienen om het islamitische perspectief op het doel van het aardse leven te begrijpen. De beschrijvingen in de Koran van de hemel en de hel, de Dag des Oordeels en het concept van goddelijke gerechtigheid dienen als moreel kompas voor gelovigen en sporen hen aan een rechtvaardig leven te leiden. Dit thema behandelt ook existentiële vragen over de ziel, verantwoordelijkheid en de eeuwige gevolgen van iemands daden.
Het parlement van wereldreligies is in 1893 in de Verenigde Staten opgericht om (1) harmonie te bevorderen tussen religieuze en spirituele gemeenschappen in de wereld en (2) hun engagement met de wereld en haar leidende instellingen te bevorderen, ten einde een rechtvaardige, vreedzame en duurzame wereld te bereiken.
Religie wordt vaak misbruikt als een instrument voor scheiding en onrecht, waarbij de idealen en leringen die de kern van elk van de grote tradities van de wereld vormen, worden verraden. Anderzijds beseft men dat religieuze en spirituele tradities het leven van miljarden mensen inhoud en vorm geven. Religies verzamelen mensen in de gemeenschappen van gedeelde overtuigingen en praktijken. Wanneer deze diverse gemeenschappen zich in harmonie inzetten voor het gemeenschappelijk goed (algemeen welzijn), is er hoop dat de wereld kan worden getransformeerd.
De Raad zoekt religieuze leiders uit de hele wereld voor overleg samen te brengen. Men zoekt geen eenheid, maar harmonie tussen de religies. Eenheid gaat ten koste van de eigenheid van de afzonderlijke religies. "Interreligieuze harmonie, aan de andere kant, is een haalbaar en zeer gewenst doel. Een dergelijke aanpak respecteert en wordt verrijkt door de specifieke kenmerken van elke traditie. Bovendien zijn binnen elke traditie de hulpmiddelen (filosofische, theologische en spirituele leringen en perspectieven) die elk in staat stellen tot het aangaan van respectvolle, waarderende en coöperatieve betrekkingen met personen en gemeenschappen van andere tradities."[xvii]
Op basis van gemeenschappelijke ethische beginselen kan men samenwerken voor een betere wereld. "Het welzijn van de Aarde en alle leven is afhankelijk van deze samenwerking."
Mondiale Ethiek Verklaring
Als iedereen deze punten als wetmatigheden zou respecteren en naleven, zouden we het welzijn van de hele mensheid op een hoger plan kunnen brengen.
We verklaren, dat we onderling afhankelijk zijn. Elk van ons is afhankelijk van het welzijn van het geheel en dus hebben we respect voor de gemeenschap van levende wezens; voor mensen, dieren en planten en voor het behoud van de aarde: de lucht, het water en de grond.[xviii]
We nemen individuele verantwoordelijkheid voor alles wat we doen. Al onze beslissingen, handelingen en ‘nalatigheid in handelen’ hebben hun gevolgen.
We moeten anderen behandelen op de manier waarop we verwachten dat zij ons behandelen.
We verbinden ons tot het respecteren van leven en waardigheid, van individualiteit en verscheidenheid, zodat iedereen zonder uitzondering menselijk wordt behandeld.
We moeten geduld betrachten en tolerantie.
We moeten in staat zijn te vergeven en te leren van het verleden; maar onszelf nooit toestaan slaaf te worden van gedachten van haat.
Terwijl we onze harten openen voor elkaar, dienen we bekrompen meningsverschillen opzij te zetten voor het belang van de wereldgemeenschap, waarbij we een cultuur van solidariteit en verbondenheid in praktijk brengen.
We beschouwen de mensheid als onze familie.
We moeten ons inspannen om vriendelijk en edelmoedig te zijn. We mogen niet enkel leven voor onszelf, maar zouden ook anderen moeten dienen; waarbij we nooit de zwakkeren en hulpbehoevenden vergeten.
Niemand zou ooit als tweederangsburger beschouwd of behandeld mogen worden of op welke manier dan ook mogen worden uitgebuit.
De relatie tussen man en vrouw zou op gelijkwaardigheid gebaseerd moeten zijn. We mogen niet seksueel immoreel handelen. We moeten alle vormen van dominantie of misbruik achter ons laten.
We verbinden onszelf tot een cultuur van geweldloosheid, respect, rechtvaardigheid, en vrede; andere menselijke wezens zullen we niet onderdrukken, kwetsen of benadelen, folteren of doden en we zullen afstand doen van geweld als een middel om geschillen te beslechten.
We moeten streven naar een rechtvaardige sociale en economische orde, waarin iedereen een gelijke kans heeft om, als menselijk wezen, zijn capaciteiten ten volle te benutten.
We moeten waarheidsgetrouw en met mededogen spreken en handelen en iedereen eerlijk behandelen en vooroordelen en haat vermijden.
We dienen andermans eigendommen te respecteren.
We dienen de dominantie van begerigheid naar macht, prestige, geld en consumptie te overstijgen, teneinde een rechtvaardige en vredige wereld tot stand te brengen.
De aarde kan niet ten goede veranderen, tenzij eerst het bewustzijn van haar bewonders wordt veranderd.
We beloven plechtig om onze aandacht te verhogen door ons denkvermogen te disciplineren, door meditatie, door gebed of door positief-denken.
Zonder het risico en de bereidheid tot opoffering kan er geen fundamentele verandering in onze situatie komen. Daarom verbinden we onszelf tot deze wereldethiek, teneinde elkaar te begrijpen en tot sociaal-heilzame, vrede-koesterende en natuurvriendelijke levensmethoden te komen.
Iedereen, religieus of niet, wordt uitgenodigd, hetzelfde te doen.
Je zou het niet zeggen maar de Koran onderschrijft dit helemaal. Als moslim krijg je zelfs de indruk dat de tekst op koranverzen is gebaseerd.
4. Sociale rechtvaardigheid en ethiek
Uitbreiding van wetenschappelijke inzichten: de Koran pleit voor sociale rechtvaardigheid en ethisch gedrag. De tekst behandelt diverse maatschappelijke kwesties, waaronder de rechten van de armen en behoeftigen. De gelijke behandeling van vrouwen, wezen en minderheden, en de veroordeling van onrechtvaardige economische praktijken. Deze leringen hebben een diepgaande invloed gehad op de islamitische wetgeving en ethiek en bieden richtlijnen voor het creëren van een rechtvaardige en gelijkwaardige samenleving.
Alle soorten bezit (privé, individueel, collectief, coöperatief, gemeenschappelijk en staatsbezit) zijn geen doelen van de Islamitische economie, op zich, noch worden zij beschouwd als de oorsprong van bezit. Alle worden volgens de Heilige Koran beschouwd als middelen om een comfortabel en gelukkig leven te bereiken, om uitbuiting van een gemeenschap door een andere gemeenschap te voorkomen, of de uitbuiting van een individu door een gemeenschap, of van een gemeenschap door een individu.
De economische filosofie is volgens de Heilige Koran gebaseerd op het volgende principe: ‘Elke economie kan toegepast worden wanneer zij het welzijn van de gemeenschap en haar onderdelen bewerkstelligt.’ Wanneer het welzijn van de gemeenschap individuele initiatieven of privé-eigendom vereist, wordt dat aangemoedigd. Wanneer het welzijn van de gemeenschap staatseigendom of coöperatief of een ander eigendom vereist, wordt het ook aangemoedigd. Wanneer het individu of de staat of het coöperatief hun bezit misbruiken, wordt het van hen afgenomen en vervolgens op de meest productieve manier toegepast. Daarom worden nationalisatie noch privatisering als doel beschouwd, maar beide kunnen toegepast worden waar en wanneer het welzijn van de maatschappij wordt gerealiseerd.[xix]
Allah schiep geen permanente eeuwige wereld. Dit is een tijdelijke wereld en alles dat leeft heeft een tijdslimiet. Alle dingen en levende wezens vergaan en sterven. De goede dingen zijn niet voor eeuwig, noch de slechte dingen. We zijn hier voor enige tijd en worden op de proef gesteld. Zij die slagen zegt de Koran, krijgen de eeuwigheid.
Er is een fysieke en morele wet in het universum. Allah staat lijden toe wanneer er zo’n wet wordt overtreden. De fysieke wet is gebaseerd op oorzaak en gevolg. Iemand wordt normaal gesproken ziek omdat hij geen aandacht aan zijn gezondheid heeft besteed. Iemand krijgt een ongeluk omdat hij fouten maakt in het verkeer. Maar er zijn dingen die gebeuren en onrechtvaardig lijken. Zelfs daarbij dienen we in de gaten te houden dat we vaker worden gered dan we verdienen. Vaak zijn we niet voorzichtig genoeg en bereiken toch onze bestemming. Als je ziet hoe mensen in de grote steden autorijden is het een wonder dat er niet nog veel meer mensen aan verkeersongelukken overlijden.
Lijden en beproevingen zijn onderdeel van ‘het leven’, dus van de bedoeling van de schepping. Alles wat wij meemaken, tegenslagen, meevallers, zijn gebeurtenissen om van te leren en dankbaar voor te zijn. Beproevingen kunnen een teken zijn van Allah’s liefde voor ons. Geloof stelt je in staat lijden te ervaren en te verteren met gebed, berouw en goede daden. Maar ook wij ondergaan soms lijden met twijfel en verwarring. Dan geven we Allah de schuld of verzetten ons tegen Hem. Bijna onvermijdelijk is daarom voor veel mensen de volgende vraag:
Wat trok je aan tot geloof in God?
Iemand antwoordde met: ‘Mijn vrouw en mijn moeder waren allebei moslim, dus ze kwamen in mijn leven met hun gebed. Ze vertelden me dat Allah van deze wereld een veilige plek wilde maken, vol liefde. God weet wat er met je is gebeurd. Hij wil je genezen en je liefde tonen zoals je die nog nooit eerder hebt gekend.
Geestelijke verzorging in de Islam komt daaruit voort. Soms raakt het zingevingproces uit zijn evenwicht, tijdens de beleving van ziekte of stoornis. Het is mogelijk om iemand dan te helen door het zingevingproces te ‘herstellen’.
Ik voelde Zijn Aanwezigheid en een geweldig gevoel van liefde stroomde door mijn hele wezen. Hij heeft me Zijn helende Liefde vele malen in mijn leven laten ervaren. Ik wil het weten, omdat ik in de Koran een aantal basisdeugden ben tegengekomen, zoals eerlijkheid:
Voorwaar, degenen die geloven, de joden, de christenen en de bekeerlingen; iedereen die in God en in de Laatste Dag gelooft, en een rechtschapen leven leidt, zullen hun beloning van hun Heer ontvangen; zij hebben niets te vrezen, noch zullen zij treuren. (2:62).
Onze meest dringende vragen: wie zijn we, wat is het doel van ons leven, hoe zijn we op deze wereld gekomen, waar gaan we nu heen, welke religie is de juiste, was het evolutie of schepping … worden tijdens ons leven beantwoord.
De Koran onthult het geheim van het bereiken van geluk in dit leven en voor altijd. We leren uit de Koran dat geluk een exclusieve eigenschap van de ziel is. Een lichaam dat alle materiële successen behaalt waar het naar verlangt – geld, macht, roem, enz. – wordt niet gelukkig zonder ziel. Dat wil zeggen zonder dat z’n ziel wordt gevoed.
Geluk was nooit bedoeld om uit te besteden. Wanneer je het in de handen legt van mensen, omstandigheden of externe goedkeuring, geef je je eigen kracht weg. Mensen veranderen. Situaties verschuiven. Verwachtingen worden niet waargemaakt. En wanneer dat gebeurt, stort je geluk met hen in.
Niemand kan constant aan je emotionele behoeften voldoen. Niemand kan de verantwoordelijkheid dragen voor je innerlijke rust.
Geen enkele relatie, baan of bezit kan een leegte vullen die alleen zelfbewustzijn kan helen.
Dit betekent niet dat je stopt met van anderen te houden of te stoppen met het zoeken naar verbinding. Het betekent dat je stopt met van hen afhankelijk te zijn voor je gevoel van eigenwaarde en tevredenheid.
Relaties zijn bedoeld om te delen, niet om als emotionele krukken te dienen.
Wanneer geluk afhangt van hoe anderen zich gedragen, wordt de vrede fragiel. Waar geluk groeit van binnenuit: uit zelfrespect,
uit acceptatie, uit dankbaarheid, uit leren om bij jezelf te zijn zonder weg te rennen.
Wanneer je verantwoordelijkheid neemt voor je geluk, gebeurt er iets krachtigs. Je verwacht minder en voelt je rustiger, zelfs als het leven niet perfect is.
Anderen kunnen vreugde aan je leven toevoegen, maar jij moet de bron ervan zijn.
5. De Koran als literair en taalkundig wonder
De taalkundige genialiteit van de Koran is een onderwerp van bewondering en studie. Geleerden hebben de unieke stijl, welsprekendheid en ritmische patronen geanalyseerd die de Koran onderscheiden van elk ander Arabisch literair werk. Dit thema is ook belangrijk voor het begrijpen van de uitdaging die de Koran aanging om een tekst van vergelijkbare pracht te produceren, een uitdaging die de goddelijke oorsprong ervan bevestigt.
Het is een standaard gegeven in de Islam: de 'onnavolgbaarheid van de Koran' (i'djaz al-Qur'an). اَلْإِعْجَازُ, net als معجزة, is het Arabische woord voor wonder of de uitdaging van de onnavolgbaarheid van de Koran.
De Koran bezit een wonderbaarlijke kwaliteit - zowel in inhoud als in vorm - die door geen enkele menselijke taal geëvenaard kan worden. Volgens deze doctrine is de Koran een wonder en is de onnavolgbaarheid ervan het bewijs dat aan Mohammed (de profeet van de islam) is verleend ter bevestiging van zijn profetische status. Het dient een dubbel doel: enerzijds bewijst het de authenticiteit van de goddelijkheid ervan als een bron van de Schepper, en anderzijds bewijst het de echtheid van het profeetschap van Mohammed, een ongeletterde man die noch kon lezen noch schrijven, aan wie de Koran werd geopenbaard.
Het onvertaalbare vertalen
Hoe moet je een tekst vertalen die onvertaalbaar is? Vooral als de tekst wordt beschouwd als het levende woord van God? Moslims hebben zich al meer dan een millennium over dit dilemma gebogen.
Het concept van I'djaz bestond in de pre-islamitische Arabische poëzie als een traditie in de zin van het uitdagen van rivalen om iets soortgelijks te creëren. Dit principe werd ook vaak geïnterpreteerd als de onvertaalbaarheid van de Koran. Maar zelfs in de eerste eeuwen van de Islam bracht de bekering van niet-Arabieren de praktische noodzaak tot vertaling.
Blijft de vraag: Waarom sprak Allah alleen Arabisch in de Koran? Waarom heeft Hij de Koran niet in het Engels, een wereldtaal, geopenbaard?
De Koran werd in het Arabisch geopenbaard omdat dit de taal was van het volk van de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) in het 7e-eeuwse Arabië. In die tijd was Arabisch ook een taal die bekend stond om zijn welsprekendheid, mondelinge traditie en poëtische expressie. De Koran zelf bevestigt dit:
Voorwaar, Wij hebben hem geopenbaard als een Arabische Koran, opdat jullie het zouden begrijpen.[xx] De Koran zelf benadrukt de openbaring ervan in een duidelijke Arabische taal.[xxi]
Dit zorgde ervoor dat het eerste publiek de boodschap volledig kon begrijpen zonder taalbarrières. Wil de mens Hem verstaan, dan heeft hij geen andere keus: ‘En wanneer Onze duidelijke Bewijstekenen aan hen worden voorgedragen, zeggen zij, die niet hopen op een ontmoeting met Ons: Breng ons een andere Koran dan deze of vervang haar door iets anders. Zeg: het is niet aan mij, dat ik hem vervang vanuit mijzelf; niet volg ik dan wat aan mij wordt geopenbaard.’ (10:15).
Wij doen het dan maar met de vertaling
Naast de toegankelijkheid werd Arabisch gekozen vanwege de rijke taalstructuur en precisie, die in staat is gelaagde betekenissen, retorische middelen en een unieke literaire stijl over te brengen de taal was zo uniek dat zelfs de beste Arabische dichters werden uitgedaagd om iets soortgelijks te produceren, een uitdaging die ze niet aankonden.[xxii]
Na verloop van tijd werd het Arabisch van de Koran de standaard voor grammatica en woordenschat, waardoor diverse dialecten werden verenigd en de authenticiteit van de tekst door generaties heen werd bewaard.
Omdat het begrijpen van de Koran belangrijk is, ook voor niet-Arabische moslims, zijn er vertalingen gemaakt. Allah heeft zijn grondpersoneel om dat te vertalen.
Het eerste wat de Arabieren deden nadat ze de Koran hadden gekregen, was het Arabisch verspreiden over de toen bekende wereld. Met uitzondering van Noord- en Zuid-Amerika, omdat die continenten nog niet bereikbaar waren.
Na verloop van tijd werd Arabisch gesproken van Spanje en Marokko tot aan Perzië (Iran) en verder in Jemen tot Turkije en Centraal Azië. In dat enorme gebied was Arabisch lange tijd de universele taal. Het Turks, Perzisch, Indonesisch, Urdu, en andere talen werden lange tijd of nog steeds met het Arabische alfabet geschreven.
Arabisch is een Semitische taal die door ongeveer 380 miljoen mensen in verscheidene landen wordt gesproken. De politieke, culturele en religieuze betekenis van de taal werd in 1973 officieel erkend door de Verenigde Naties. De officiële taaldag van de Verenigde Naties voor het Arabisch wordt wereldwijd gevierd op 18 december.
Arabisch wordt geschreven in het Arabisch alfabet, een consonantenschrift dat van rechts naar links wordt geschreven.
Arabisch als heilige taal
Door de openbaring van de Koran is het volk van het Arabisch schiereiland gealfabetiseerd. Het is niet slechts een taal maar een sleutel tot begrip van geloof. Omdat het vaak door Arabieren de taal van Allah, de profeet Mohammed en de Koran wordt genoemd, wordt het door de moslims als een heilige taal beschouwd. De taal heeft een complexe structuur die het mogelijk maakt om zeer specifieke en genuanceerde betekenissen over te dragen. Dit wordt duidelijk door de manier waarop de taal door de eeuwen heen de subtiliteit en diepgang van de Koran heeft weergegeven.
Het leren van de Arabische taal is niet alleen een taalopleiding maar in eerste instantie een manier om de diepgaande betekenis van de Koran te begrijpen en te ervaren. Het begint dan ook op talloze koranschooltjes met het leren van het Arabisch Alfabet en het vormen van de basiswoordenschat van de Koran.
Ook het aantal nieuwe moslims dat Arabisch leest en schrijft neemt toe. Arabisch schrift is veel meer dan louter decoratief schoonschrift; het is in de Koran een diepgaande weerspiegeling van het goddelijke. Door kalligrafie wordt tekst kunst, en wordt het geschreven woord verheven tot een niveau van universele schoonheid dat taalkundige grenzen overstijgt. De kalligraaf houdt zich bezig met een nauwgezet en contemplatief proces, waarbij hij zijn werk vaak beschouwt als een vorm van gebed of aanbidding.
Deze spirituele dimensie van islamitische kalligrafie versterkt de betekenis ervan binnen de islamitische cultuur, omdat het zowel het artistieke streven naar schoonheid als het religieuze streven naar nabijheid tot het goddelijke belichaamt.
Veel moslims en niet-moslims begrijpen de Koran in het Arabisch niet. Toch komen gebeden tot leven door de schoonheid van de Koran in het Arabisch te begrijpen. Toch hebben door de eeuwen heen geleerden zich over de vraag gebogen of we onze gebeden in onze eigen taal mogen verrichten. De bekende geleerde Abu Hanifa heeft daarop bijvoorbeeld bevestigend geantwoord. Nu rijst de vraag: wat is de impact op je leven wanneer je de Koran in het Arabisch leest of wanneer je inhoudelijk, in je eigen taal, delen van de Koran begrijpt?
Vaak herinneren de verzen ons aan Allah’s oneindige genade, Zijn kracht om moeilijkheden te verlichten en Zijn belofte om te voorzien in de behoeften van degenen die op Hem vertrouwen. Deze Koranverzen inspireren tot positief denken door te benadrukken dat geen enkele situatie permanent is en dat gelovigen met geduld, geloof en vertrouwen in Allah hoop, troost en uiteindelijk verlichting kunnen vinden. In tijden van persoonlijke uitdagingen of maatschappelijke problemen bieden deze verzen een krachtige herinnering aan de steun en liefde die Allah biedt.
Door over deze leringen na te denken, kunnen moslims hoop, optimisme en veerkracht behouden, wetende dat Allah altijd bij hen is en hen naar de best mogelijke resultaten leidt. Een uitleg in eigen taal maakt dat natuurlijk veel beter mogelijk.
6. De relatie tussen mens en natuur
Ecotheologen hebben zich gericht op de manier waarop de Koran de natuurlijke wereld afbeeldt als een teken van Allahs scheppende kracht. De Koran moedigt een harmonieuze relatie tussen mens en natuur aan en pleit voor verantwoord beheer van het milieu. Dit thema is steeds relevanter in hedendaagse discussies over ecologische duurzaamheid en evenwicht. We kunnen de Koran rustig een Groen Boek noemen.
Het is ondertussen tot ieder mens doorgedrongen: de opwarming van de aarde, klimaatverandering, milieu en bodemverontreiniging, zijn mensenwerk. Ook in `het westen` heeft het jaren geduurd voordat tot ons doordrong dat natuurlijke processen - zoals verandering van de activiteit van de zon en vulkaanuitbarstingen - nauwelijks een rol spelen in de opwarming van de aarde. Dit alles terwijl het milieu en hoe we met groen omgaan een belangrijk punt van overdenking vormt vanuit de Islam. De horizon van rechtvaardig handelen wordt bepaald door begrippen als Tawhied – dit staat voor de eenheid van de Schepper en de schepping. Chaliefa – dit benadrukt de verantwoordelijkheid van de mens als rentmeester van de aarde, vergelijkbaar met de Bijbelse rentmeesterfunctie. Gedurende veertien eeuwen Islam is alle theologie en leer voor de geloofspraktijk steeds opnieuw geformuleerd op basis van selecties van teksten die men al dan niet een canonieke waarde toekende.
Met welke bedoeling is de Koran geopenbaard?
Op die vraag zegt Allah duidelijk:
Wij hebben de Koran niet geopenbaard
om je ongelukkig te maken.
Dan denk je:
Dus de Koran is er om mij gelukkig te maken?
Hoe bedoelt de Koran dat?
Dat lezen we in het vers dat erop volgt.
De Koran zegt en bedoelt:
‘Ik ben er om je aan Allah te herinneren.
En om woorden te vinden
waarmee je kunt zeggen
dat je blij bent met wat Allah doet.
Het is een openbaring van Hem Die de aarde en de hoge hemelen schiep, de Barmhartige, die op de Troon zit. Aan Hem behoort alles wat in de hemelen is en alles wat op de aarde is, en alles wat daartussen is, en alles wat onder de grond is. [xxiii]
Zoals de Koran zelf getuigt:
Wij zullen hen onze tekenen [āyāt] tonen aan de horizon en in henzelf, totdat voor hen duidelijk wordt dat het de Waarheid is.[xxiv]
7. Morele en spirituele ontwikkeling
De nadruk die de Koran legt op persoonlijke ontwikkeling is diepgaand. Mystici zoals Rumi hebben de leer van de Koran geïnterpreteerd als een leidraad voor innerlijke transformatie en spirituele groei. De tekst moedigt zelfreflectie aan, het cultiveren van deugden zoals nederigheid en mededogen, en waarschuwt tegen egoïsme en materialisme. Dit thema resoneert met de universele zoektocht naar jezelf. Dit zijn zeven adviezen voor onderweg. Het zijn idealen die onbereikbaar lijken, maar daarmee kom je vooruit.
Wees zoals je jezelf voordoet
of doe je voor zoals je bent
Deze magische zin van Rûmî betekent dat wij eigenlijk helemaal en onder alle omstandigheden ‘onszelf’ zouden moeten zijn. Maar dat kunnen we nooit helemaal. Ook kunnen we nooit helemaal voldoen aan de eisen die anderen aan ons stellen. Gebrek aan oprechtheid zal ons uiteindelijk opbreken. Je buitenkant in overeenstemming brengen met je binnenkant is daarmee een belangrijk aspect van onze menselijke waardigheid.
Wees als de zee in verdraagzaamheid
In Nederland waar gelijkheid met de wet wordt beschermd, hebben we de vrijheid om anders te zijn en dat is iets om te koesteren. Nederland staat bekend als een van de meest tolerante landen in Europa. Tolerantie of verdraagzaamheid betekent de erkenning dat naast de eigen denkbeelden, gewoonten en kenmerken, er andere zijn van gelijke waarde. Ter ondersteuning van deze opvatting zijn er Koranteksten, zoals: ‘Er is geen dwang in godsdienst’ en het in de Islam bestaande idee van de aangeboren goedheid, voortkomend uit de aard (fitra) waarmee elk mens wordt geboren: ‘Richt daarom uw aangezicht in oprechtheid tot de religie der godzoekers, overeenkomstig de natuur naar welke Allah de mens heeft geschapen.’ Hieruit komen principes voort als de onkenbaarheid van Gods bedoelingen. Dit houdt in dat de mens niet mag pretenderen alwetend te zijn en dus niet over anderen kan oordelen.
Wees als aarde in bescheidenheid en nederigheid
Nederigheid behoort tot de deugden in de Islam en is voor spiritueel georiënteerde mensen een wat principiëlere term dan bescheidenheid. Nederigheid is niet te combineren met egoïsme of egocentriciteit. Nederigheid dient ook niet verward te worden met gebrek aan zelfwaardering en het is het tegenovergestelde van hoogmoed of arrogantie. In onder andere de joodse, christelijke en Islamitische geloofsethiek speelt het begrip een belangrijke rol. Zoals de Koran zegt: ‘Zij geven aan anderen de voorkeur boven zichzelf.’ ‘En de dienaren van de Barmhartige lopen in nederigheid op aarde. En wanneer de onwetenden zich tot hen richten, zeggen zij: “vrede!”’ Zij die tot liefdadigheid, goedheid en het stichten van vrede onder de mensen aansporen, worden in de Koran aangemoedigd de gulden middenweg van de vergevensgezindheid te kiezen en elkaar aan te sporen tot goedheid en zich af te wenden van de onwetenden.
Wees als een overledene in woede en fanatisme
Woede is geen gemakkelijk onderwerp. Woede uiten of onderdrukken wordt meestal afgewezen en heeft gevolgen voor zowel lichaam als geest. Het is de kunst je woede werkelijk los te laten en je woede te voelen zonder haar te uiten. We kunnen niet om onze woede heen, maar we hoeven er geen gevangene van te worden. Daarom zegt de Koran: ‘Zij die in voorspoed en in tegenspoed wel doen en zij, die hun toorn onderdrukken en mensen vergeven; Allah heeft hen die goed doen lief.’ Over extremisme en fanatisme heeft de profeet gezegd: ‘Religie is makkelijk (te praktiseren). Hij die religie moeilijk (uitvoerbaar) wil maken zal eraan ten ondergaan. Wees dus gematigd.’ De profeet Mohammed was expliciet tegenstander van extremisme of radicalisme. Hij was een pedagoog die volledig besefte dat je geloof niet kunt baseren op haatprediking. Zo heeft hij gezegd dat ‘Adam naar Gods beeld is geschapen. Waardigheid en edelmoedigheid zijn onderdeel van het geboorterecht van ieder mens.’
Wees als de nacht in het bedekken van andermans tekortkomingen
In de praktijk wil dit zeggen: de ander aanvaarden zoals hij is. Het is nooit vrijblijvend, je zult naar de ander toe moeten. God verzoent niet achter de rug van mensen om. Het gaat om goedmaken tussen mensen en fouten door de vingers zien. Elkaars fouten door de vingers zien ligt verankerd in zegswijzen als: water bij de wijn doen, het ene doen en het andere niet laten, en leven en laten leven. Dat wil zeggen: voor dingen die niet kunnen of mogen voorzieningen treffen, waardoor deze op een wat controleerbare wijze tóch voortgang kunnen vinden. De Koran zegt: ‘En indien Allah sommige mensen niet door middel van anderen tegenhield, zouden ongetwijfeld kloosters, kerken, synagogen en moskeeën, waarin dikwijls de naam van Allah wordt herdacht, zijn afgebroken.’ Het is daarmee de taak van iedere moslim elke plaats van aanbidding tegen vernietiging te beschermen en de taak van andersgelovigen moskeeën tegen vernietiging te beschermen. We gaan ervan uit dat godsdienst niet de oorzaak van de conflicten is geweest, laat het dan een oorzaak voor herstel zijn.
Wees als de zon in compassie en mededogen
Volgens Karen Armstrong hebben de verschillende religieuze en ethische tradities gemeen dat zij allemaal een belangrijke rol toekennen aan het begrip compassie. In de praktijk vinden zij elkaar in de Gulden Regel:
‘Wat jij niet wilt dat jou geschiedt, doe dat ook een ander niet.’
De God van de Islam is er één van compassie en mededogen. Daarom staat er boven elk hoofdstuk van de Koran:
‘In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.’
De profeet Mohammed heeft gezegd dat Adam naar Gods beeld is geschapen; waardigheid en edelmoedigheid zijn onderdeel van het geboorterecht van ieder mens. Dit verbreedt gevoelens van compassie naar iets intermenselijks en niet uitsluitend voor moslims onder elkaar.
Wees als stromend water in vrijgevigheid en hulpvaardigheid
Gastvrijheid is het ontvangen en onderhouden van gasten, bezoekers of vreemdelingen in vrijheid en goede wil. In een moderne samenleving wordt het vaak vertaald met dienstverlening. In de Islam heet dit principe ikrâm: de generositeit, het recht van de gastvrijheid, of ikrâm al-dayif, het heilig respect voor de menselijke persoon, van de door God gezonden gast. Dit uit zich in gulheid, vrijgevigheid, de deugd der gastvrijheid en delen met andere mensen in je omgeving. De Koran herinnert driemaal aan de tekst van Genesis 18, vers 1-33, waarin Abraham gastvrijheid schenkt aan drie engelen, uit naam van God, in Mamré. Gastvriendschap is de sleutel tot het verstaan van de verhouding tussen mensen van ander of geen geloof en het opnieuw verstaan van eigen geloof.
8. Voor, tijdens en na de openbaring van de Koran
Een aantal geleerden zegt dat de inhoud van de Koran gaat over de vragen die toen leefden.[xxv] Dat kan je niet zomaar naar deze tijd halen. Hiermee zullen weinig moslims het eens zijn. de meeste moslims zien de Islam als tijdloos en als een openbaring van alle tijden. Het gaat erom na te denken over de vanzelfsprekendheden die in het systeem en de geloofsovertuiging zitten.
We kunnen onderzoeken hoe de openbaringen van de Koran inspeelden op de specifieke omstandigheden van de Arabische samenleving in de 7e eeuw, en hoe deze boodschappen in een moderne context kunnen worden begrepen. Deze analyse helpt de kloof te overbruggen tussen historische gebeurtenissen en huidige interpretaties van de islamitische leer.
Allerlei opmerkingen over ‘de Islam’ komen als een soort algoritme naar voren. In elk gesprek over ‘de Islam’ duiken ze op. Dit wijst erop dat de Islam steeds vaker een centraal onderwerp is in het publieke debat, en dat er een heropleving is van oude vormen van religieuze confrontatie.
Sommigen stellen dat ‘de Islam’ niet in staat is om de vraagstukken van de 21e eeuw op te lossen. Voor zover men daar ‘de moslims’ bedoelt, verschillen die daarin niet veel van de rest van de wereldburgers.
Men maakt zich zorgen over de impact van de Islam op de vrijheid van meningsuiting in de samenleving. Daarnaast zijn er ook zorgen over de invloed van de Islam op het onderwijssysteem en de vrijheid van keuze.
In een andere context wordt ook aangegeven dat de Islam een soort ‘verdovend middel’ is, zoals alcohol. Misschien in navolging van Karl Marx’s gezegde 'Godsdienst is opium voor het volk'. Die zei echter:
’Religie is de zucht van het onderdrukte schepsel, het hart van een harteloze wereld, en de ziel van zielloze omstandigheden. Het is de opium van het volk.’ Religie is ‘het illusoire geluk van het volk’, vervolgt hij, en de afschaffing van religie zou hun ‘echte geluk’ inluiden.[xxvi]
Functioneel gezien geeft religie oriëntatie of inspiratie aan het menselijk
handelen als zingevingssysteem.
9. Interreligieuze betrekkingen en tolerantie
Interreligieuze dynamiek is zeker in de Koran aanwezig. De benadering van de Koran ten opzichte van andere religies, met name de verwijzingen naar christenen en joden als 'Mensen van het Boek', is een belangrijk thema. Dit omvat discussies over religieus pluralisme, tolerantie en co-existentie, om religieuze diversiteit en dialoog te begrijpen.
Het voeren van een echte dialoog is broodnodig
Zeker in deze verontrustende tijd waarin in toenemende mate landen, bevolkingsgroepen, organisaties en individuen vanuit hun eigen werkelijkheid volledig langs elkaar heen praten. En elkaar daardoor niet begrijpen of willen begrijpen. We zien elke dag om ons heen waar dat toe leidt. Chaos, oorlog, geweld en heel veel pijn. De enige manier waarop dat kan stoppen is het opstarten van een dialoog. Maar wel een échte dialoog. Een dialoog waarin alle partijen gelijkwaardig aan bod komen en de kans hebben om hun standpunt of gevoelens naar voren te brengen. Een dialoog die ook verrijkend is, omdat men van de ander iets leert of omdat er de tijd is genomen goed naar elkaar te luisteren. Een stelregel hierbij is: ‘probeer eerst te begrijpen, alvorens begrepen te worden’.[xxvii]
Zorg voor veiligheid
Betrokkenheid is alleen mogelijk indien mensen vrij kunnen spreken en niet bang zijn voor de gevolgen van hun uitspraken. Wanneer iedereen zich veilig voelt in een groep kan een open gesprek tot stand komen. Als mensen niet bekend zijn met de inhoud en de procedurele kant van het traject en niet zeker zijn van de overige deelnemers, levert dit al snel een gevoel van onveiligheid op. De medewerkers zijn dan niet echt betrokken bij het gesprek en zeggen niet wat ze echt vinden.
Empathisch luisteren, met wederzijds respect
Een andere voorwaarde voor een open dialoog is wederzijds respect. Dit betekent dat mensen echt bereid zijn om naar elkaar en elkaars ideeën te luisteren. Dit noemen we empathisch, in-en meevoelend luisteren. Luisteren met de intentie om de ander te begrijpen. Waarbij er naar mogelijkheden wordt gezocht om de ander echt te begrijpen; door je te verplaatsen in het referentiekader van de ander. Dat is iets anders dan het hebben van sympathie voor de ander en zijn standpunten. De essentie van empathisch luisteren is in principe niet dat je het met iemand eens wordt, al zou dat natuurlijk wel helpen, maar dat je in ieder geval verstandelijk en gevoelsmatig begrip hebt voor die ander.
Wie ben ik en wie ben jij?
Een open dialoog vraagt van elke deelnemer om open te staan voor en nieuwsgierig te zijn naar de andere deelnemers. Dit vraagt van eenieder om zichzelf vooraf bijvoorbeeld de volgende vragen te stellen:
Ben ik echt geïnteresseerd in de ander? Wil ik echt weten wat hij/zij te vertellen heeft?
Heb ik zelf voldoende vertrouwen om mijn eigen gedachten onder woorden te brengen? Durf ik mezelf te laten bevragen?
Geef ik de ander een volwaardige plaats in de dialoog? Ben ik overtuigd van zijn of haar mogelijke meerwaarde?
Kan ik mijn eigen oordeel even opzijzetten? Ben ik bereid om mijn eigen oordeel te heroverwegen of aan te laten vullen
Actief andere perspectieven opzoeken
Echte dialoog vraagt de bereidheid én het vermogen om vanuit andere perspectieven te kijken. Dat doe je niet alleen door van perspectief te wisselen of meerdere zintuigen te gebruiken, maar ook door samen met anderen te kijken welke verschillende perspectieven er zijn. Iedereen heeft zijn eigen dominante perspectief en beeld van de werkelijkheid. Het begint daarbij je bewust te zijn van je eigen perspectief en het besef dat dit ook maar één van de perspectieven is. En met een ‘open mind’ te kijken, door je eigen interpretatie en (voor)oordelen achterwege te laten. Dit is makkelijker gezegd dan gedaan. Wat helpt is beginnen met het stellen van open vragen. Vraagwoorden: hoe, wat, wanneer, wie resulteren veelal in een open vraag. ‘Waarom’-vragen kunnen tricky zijn, die kunnen de ander de indruk geven dat hij/zij zich moet verantwoorden. En niet onbelangrijk, laat de ander zijn verhaal in eigen woorden vertellen. Als je het kleurt met suggestieve vragen, krijg je niet duidelijk wat er speelt.
Het tijdig voeren van een echt open dialoog voorkomt niet alleen veel ellende, maar kan mooie dingen tot stand brengen. Door het echt open gesprek te voeren ontstaat daadwerkelijke verbinding. De voedingsbodem waardoor er groei, bloei, vriendschap en liefde kan ontstaan. We hebben dit harder nodig dan ooit. En het is helemaal niet zo moeilijk, begin gewoon met de ander te begrijpen alvorens je zelf begrepen wilt worden.
God kent geen favorieten[xxviii]
De eenheid en heiligheid Gods moeten leiden tot een fundamenteel universalisme. De uitverkiezingdoctrines, die in alle drie de Abrahamgodsdiensten hebben postgevat en die tot wederkerige excommunicaties, tot religieus geweld en tot de legitimatie van dominantie en imperialisme hebben geleid, moeten in het licht van de religieuze onheilsgeschiedenis radicaal van tafel.[xxix]
Geweld immers hoort niet tot de sfeer van de majesteit Gods, in God is geen geweld (brief aan Diognetus). Dit zou het centrale gesprekspunt dienen te zijn tussen Joden, Christenen en Moslims in hun omgang met elkaar, in hun hermeneutische omgang met Schrift en Traditie en in een kritische herlezing van ieders historische en actuele gebruik en misbruik van macht. Over en weer zou de vrijheid van godsdienst een vrije en waarachtige God dienende leefwijze en menselijke solidariteit moeten garanderen en door onderling gesprek en samenwerking inzicht in en begrip voor ieders religieuze erfgoed bevorderen.’[xxx]
10. Juridische en politieke theorieën
De invloed van de Koran op het islamitische juridische en politieke denken is aanzienlijk. De geopenbaarde tekst van de Koran, heeft de sjari’a, het bestuur en de maatschappelijke organisaties beïnvloed. Dit omvat de rechten en plichten van heersers en burgers, de toepassing van rechtvaardigheid en het evenwicht tussen individuele rechten en collectieve verplichtingen. Een goede tekst met een slechte naleving in de moslimwereld en daarbuiten.
Vertrouwen in de samenleving
Het grotere concept van samen leven in een land, vraagt iets van je. Als je een moslim vraagt om zich uit te spreken over aanslagen die plaatsvinden in naam van het geloof, dan zou je vanuit liberaal-democratisch oogpunt kunnen zeggen dat niet elke moslim zich hier alsmaar over hoeft uit te spreken. Maar, als je uitgaat van dat vertrouwen in de samenleving, wat overigens ook een grondregel is in de sjari’a – de verantwoordelijkheid en het verantwoordelijkheidsgevoel voor veiligheid - dan is dat gevraagde weerwoord wel een opdracht. Denk daarbij in Nederland bijvoorbeeld in het bijzonder aan woordvoerders van moskeeën of koepels.
De verschuiving van triomfalistisch denken, uitgaand van een niet bestaand groot-Islamitische wereldrijk, naar besef van gelijkwaardigheid bij het definiëren van wat sjari'a nou eigenlijk is, dient plaats te vinden. Vanwege de persoonlijke verantwoordelijkheid van elk individu binnen de Islam, kunnen we beter niet spreken van een theocratie maar van een theo-democratie. Deze theo-democratie berust op een verdrag dat alle gelovigen op vrijwillige basis met elkaar hebben gesloten. Als lid en als potentiële leiders van de gemeenschap hebben zij hun wederzijdse, gemeenschappelijke sociale verantwoordelijkheid en hun verantwoordelijkheid voor God.
Sjari'a beantwoordt de vraag, ‘Wat zou het menselijk gedrag moeten zijn in individuele en collectieve zin, in zijn relatie met God, anderen en zichzelf, binnen de universele samenleving van de mensheid, om te komen tot de vervulling van zijn tweeledige doel, dat van leven op aarde en het leven in het hiernamaals?’[xxxi]
Methoden die de bestaande gevoelens van sociale verbondenheid over de grens van de eigen groep moeten tillen - zoals de Islam in zijn eigen geschiedenis religie over de grenzen van stammenwaarden en normen heeft willen tillen, zijn nog niet bewust ontwikkeld.
Kritisch denken en in het bijzonder zelfkritisch denken wordt wel vanuit de bronnen van de Islam aangemoedigd, maar is nog geen basis voor veranderings- en emancipatieprocessen geworden. Vereisten hiervoor zijn:
- inspanning tot grondslagen onderzoek, leidend tot hernieuwde interpretatie van de bronnen;
- vanzelfsprekendheden in denken en gedrag bevragen;
- gezamenlijke belangen van moslims en niet-moslims benadrukken.
Het gevoel van onveiligheid dient te worden bestreden. 'En daar heb je als moslim een gedeelde verantwoordelijkheid in. Vanuit dat standpunt verschilt de moslim eigenlijk niet van de niet-moslim. Je kunt ervan uitgaan dat wat goed en kwaad voor jou is, ook voor mij geldt. Moslims zijn niet een exotisch volk dat een heel andere waardenstelsel naleeft wat betreft veiligheid en vertrouwen.
11. actualiteit en toekomst
De belangrijkste thema's van de Koran onthullen een tekst die niet alleen religieus is, maar ook diepgaand betrokken bij morele, sociale, filosofische en existentiële vraagstukken. Deze thema's, in hun rijkdom en diepgang, tonen de relevantie van de Koran in verschillende tijden en culturen, en bieden inzicht in zowel persoonlijke spirituele groei als de bredere sociale en natuurlijke orde. De diversiteit aan interpretaties onderstreept de rol van de Koran als een voortdurende bron van leiding, inspiratie en bezinning voor miljoenen mensen wereldwijd.
Mensenrechten
Dat de rechten van de mens worden geformuleerd als vrijheden van de mens en de Islam eerder overkomt als berover van vrijheid dan als bevrijder, speelt een centrale rol in de controverse. Het is dus van belang om aan de gedachten over vrijheid in de basisteksten van de Islam, en in de geschiedenis van de moslims, aandacht te schenken. Veel moslimdenkers hebben aandacht besteed aan het begrip vrijheid – huriyya, keuzevrijheid – ichtiyâr en de vrije wil – irada. Juristen plaatsen die begrippen in het perspectief van de rechtsterminologie, gebruik en misbruik van vrijheid. Soefi`s zoeken naar innerlijke vrijheid door zichzelf te bevrijden van hun banden met hun lagere zelf. Theologen interesseren zich vooral voor de verhouding tussen de menselijke en de goddelijke wil en hoe de laatste de eerste in zijn vrijheid beperkt. Filosofen nemen de menselijke vrije wil als uitgangspunt voor hun beschouwingen. Zonder godsdienstvrijheid geen religie
De discussie of Gods beschikking de menselijke vrijheid om te handelen beperkt of bepaalt, kun je in zekere zin als een voorloper beschouwen van de discussie over de verhouding tussen aangeboren en aangeleerd. De gevolgen van het feit dat Allah alles dat Hij schiep, in een verhouding en proportioneel schiep , zien we terug in de specifieke kwaliteiten en hoedanigheden in alles wat leeft. Namelijk dat alles een specifieke tijd en plaats heeft; en dat die tijd wordt afgesloten met de dood. Ook binnen de islamitische wet is het van belang dat iemand uit vrije wil handelt. Wanneer iemand onder dwang, uit onwetendheid of door geestelijke instabiliteit handelt, is hij niet verantwoordelijk. Moslimfilosofen zijn niet alleen geïnteresseerd in de relatie tussen menselijke vrijheid en verantwoordelijkheid, maar ook in de verhouding tussen goddelijke macht en vrijheid. Door de eeuwen heen is de centrale vraag geweest: ‘Als het leven van de mens door goddelijke beschikking is vastgesteld, hoe kan hij dan verantwoordelijk zijn voor zijn daden?’ Dit maakt de volgende Koranverzen interessant:
Allah verandert de toestand van een volk niet voordat zij zichzelf veranderen.[xxxii]
En de mens kan niet meer krijgen dan waar hij naar streeft.[xxxiii]
De mens heeft de vrijheid om te kiezen voor de leiding van God of deze af te wijzen, en hij draagt de verantwoordelijkheid voor die keuze. Volgens de profeet Mohammed wordt ieder mens geboren met een neiging tot het goede. Het idee dat de mens in een staat van zuiverheid en onschuld wordt geboren, wordt bevestigd in het volgende Koranvers:
Wend uw gezicht naar religie in oprechtheid, dat is de natuurlijke neiging waarmee Allah de mens schiep.[xxxiv]
Moslims geloven dat alle mensen geboren worden met het vermogen om Gods leiding te kiezen of te verwerpen. Fitra is een Arabisch woord dat `oorspronkelijke aanleg', 'natuurlijke constitutie' of 'aangeboren aard' betekent.
De Koran stelt dat de mens in de meest volmaakte vorm geschapen is[xxxv] en begiftigd is met een oorspronkelijke aard.[xxxvi] Bovendien sloot God een verbond met alle kinderen van Adam, nog voordat ze naar het aardse rijk werden gezonden, betreffende zijn Heerschappij.[xxxvii] Ook waarderen ze de elementen van vrijheid die in de Koran te vinden zijn voor onbedorven lezers. Niet om te gaan geloven en tot een religie over te gaan, noch om mensen tegen te houden die religie te verlaten of het geloof af te zweren. Zonder die kern van vrijheid heeft geloof geen enkele waarde. Godsdienstvrijheid is een van God gegeven recht en kan door de mensen alleen maar worden bevestigd.
In de Koran komen we het moment tegen waarop God aan Adam `de namen der dingen` leerde en daarna aan de engelen vroeg de dingen te benoemen. Zij verklaarden buiten God geen kennis te hebben en Adam droeg de kennis van de namen aan hen over. Hierop gebood God de engelen zich voor Adam neer te werpen. Hij weigerde uit hoogmoed en verklaarde dat hij beter was dan Adam: U hebt mij uit vuur en hem uit klei geschapen! Het is een duidelijke zaak; Iblies gehoorzaamt niet aan Gods gebod om voor Adam te knielen.
Hier hoort de kanttekening bij dat in de leer een onderscheid wordt gemaakt tussen Gods gebod en Zijn wil. Iblies wordt door God weliswaar uit het paradijs verdreven, maar hij was nog niet verstoten of hij begon al om gunsten te smeken.
Iblies had de vrijheid Allahs gebod al dan niet te gehoorzamen. De Koran heeft het over het moment waarop God aan de zielen vraagt: Ben Ik niet uw Schepper? Het eerste mensenpaar wordt precies op dat punt vrijwel direct beproefd. Hen werd echter verboden het fruit van een bepaalde boom te eten, anders zouden ze hun eigen ziel corrumperen. De aantrekkingskracht van het ‘verbodene’ treedt in werking: Zal ik jullie naar de boom van het eeuwige leven leiden en naar een koninkrijk dat nooit zal vergaan?
De boom is misschien een metafoor voor de grenzen die de mens zichzelf moet stellen om niet tegen zijn eigen natuur te handelen. Beide getuigen van het feit dat de waarde van geloof wordt bepaald door de vrijheid geloof te belijden en Allah`s geboden al dan niet te gehoorzamen. Volgens de Koran gaat die vrijheid zo ver dat men kan kiezen te geloven of niet te geloven: Zeg: ‘Het is de waarheid van uw Heer: Laat dan een ieder die wil geloven, en een ieder die wil, laat hem ongelovig zijn.[xxxviii]
Religieuze verscheidenheid wordt door de Islam gezien als iets natuurlijks, samenhangend met de vrije wil en dus de mogelijkheid van de mens om te kiezen. God had alle mensen het volgen van één waarheid als een natuurwet kunnen opleggen, maar heeft dat niet gedaan: `En indien Allah had gewild zou Hij u allen tot één volk hebben gemaakt, maar Hij wenst u op de proef te stellen met hetgeen Hij u heeft gegeven. `
Ook wordt in de Koran gezegd: Indien uw Schepper had gewild, zouden allen die op aarde leven allen hetzelfde geloof hebben gehad. Wilt u de mensen dan dwingen gelovigen te worden?[xxxix]
Als God in Zijn alomvattende wijsheid de mensheid niet gedwongen heeft tot één bepaald principe, zouden wij het als mensen dan onderling moeten doen?
In zijn afscheidswoorden heeft de profeet Mohammed als het ware de hele mensheid opgeroepen met deze woorden: `O mensen! Eenieder die een andersgelovige (jood of christen) onderdrukt en met overmatige lasten bezwaart, zal mij als eiser tegenover zich vinden. `
Ongeacht de naam van zijn geloof kan iedere gelovige volgens de Koran de hemel bereiken: Voorzeker, de gelovigen, de joden, de christenen en de sabianen – wie van hen ook in Allah en de laatste Dag geloven en goede werken verrichten, zullen hun verdienste bij hun Heer ontvangen en er zal geen vrees over hen komen noch zullen zij treuren.
Op het buitengewoon gevoelige terrein van geloof en ongeloof mogen mensen zich geen oordeel over elkaar aanmeten. De enige die mag oordelen is God zelf: Is Allah niet de Rechter aller rechters? Al vroeg in de openbaring van de Koran wordt gesteld: Daarom voor u uw religie en voor mij mijn religie. Ook de profeet Mohammed heeft geen taak te oordelen: Vermaant hen daarom, want u bent slechts een vermaner.
Vrijheid van religie en meningsuiting
Een belangrijke waarde binnen de Nederlandse democratische rechtsstaat is de vrijheid van meningsuiting. Maar, hoe absoluut kan die waarde zijn als het gaat om religie?
Met de absoluutheid van waarden moet je oppassen. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld fundamentalistische islamitische bewegingen denken dat de godsdienst wordt vervangen door democratie. Geëmotioneerd horen we dan moslims vragen of mensen op democratische wijze kunnen vaststellen wat er moet worden geloofd. Misschien wel wat er moet worden gedaan. Dit komt deels voort uit het feit dat moslims hun eigen geschiedenis niet kennen. Zolang de Islam bestaat, is er voortdurend geïnterpreteerd en geherinterpreteerd. Daardoor is bijvoorbeeld de sjari’a een product van de mens geworden. Ook ‘de Islam’ is net als een democratische rechtsstraat een dynamisch systeem. Beide systemen moeten dus niet als iets statisch worden gezien, maar als systemen die elk hun eigen dynamiek kennen.
De hieronder genoemde waarden en gedragscodes hebben geenszins de bedoeling de superioriteit van de ene of de andere cultuur of religie aan te tonen. Culturen geven op authentieke wijze gestalte aan hun ethiek. Het gaat om universele waarden waaraan eenieder zichzelf spiegelt en tot bepaalde handelingen en gedrag komt. Het gaat er om dat we in wezen dezelfde waarden hanteren, die soms vanwege culturele camouflage niet direct voor ieder ander herkenbaar zijn. Zaken als voortschrijdend inzicht, andere tijden andere gewoonten en zeden, digitalisering van onze communicatie en financiële verkeer, etc. hebben ertoe geleid dat we op verschillende wijze invulling geven aan zowel leerplicht en arbeidsethiek als aan naastenplichten, medemenselijkheid, mededogen en compassie.
De zorg over het eventuele verdwijnen van deze waarden delen we met veel mensen om ons heen, ook mensen die geen moslim zijn.
De binnen- en buitenkant van gedrag
Door bijvoorbeeld het gastvrije gedrag van de ouders en andere leden van de gemeenschap af te kijken, kan een kind de innerlijke waarde van gastvrijheid bij zichzelf ontwikkelen. Bepaald gedrag heeft zich ontwikkeld tot een traditie die een eigen leven is gaan leiden. De oorzaken van sommige problemen komen voort uit de vorm die mensen geven aan een ‘innerlijke waarde’. Over de normen van een samenleving op het gebied van gedrag, vooral op seksueel gebied, wordt soms verschillend gedacht. Leergierigheid wordt binnen de Islam en in de samenleving in zijn geheel als een belangrijke waarde gezien.
Veel moslims hebben echter in hun gedrag elementen ontwikkeld die meisjes hinderen optimaal deel te nemen aan onderwijs. Zowel de moslimouders - mijn dochter mag niet naar school van `de Islam` - als de Nederlandse onderwijzers die `de Islam` aanwijzen als oorzaak van probleemgedrag, proberen argumenten te zoeken in de Islam, terwijl ze hun eigen gedrag ter discussie zouden kunnen stellen. Het kan zijn dat de moslimouders menen dat er van hun dochters op school onzedelijk gedrag wordt verwacht, waardoor ze in conflict komen met de innerlijke waarde Hayâ, en daarvan vooral het schaamte of gêne aspect, en niet met Mufakkar, of leergierigheid. Moslims hebben op dit punt veel tradities ontwikkeld, terwijl dat in Nederland niet altijd herkenbaar is en in eigen krijg minder lijkt te worden. Maar bijvoorbeeld problemen op het gebied van privacy en respect op sociale media hebben de aandacht van de hele samenleving.[xl]
[i] Adam was de eerste mens. Sommige theologen gaan ervan uit dat de mens al zo’n 35.000 jaar geleden werd geschapen. Men berekent door de leeftijden van de profeten bij elkaar op te tellen. Omdat zij de enige mensen zijn waarvan we enigszins de geschiedenis kennen. Zo komt men aan een getal tussen de 20.000 en 50.000 jaar. Archeologen hebben overblijfselen gevonden van leven dat wellicht 1 miljoen tot anderhalf miljoen jaar oud is. Dus hoe oud is de aarde dan? En hoe lang leeft de mens op aarde?
[ii] 11:49; 12:102; 52:41; 53:35; 68:47; 81:24
[iii] 4:82; 47:24; 2:219; 2:266; 6:50; 7:184; 30:8; 3:191; 7:176; 10:24; 13:3.
[iv] 50:37
[v] 41:44
[vi] 55:26-27
[vii] 59:19
[viii] Iqbal in Geheimen van het Ego.
[ix] 17:9
[x] 49:10-13
[xi] Categorisch imperatief van Kant.
[xii] 18:110
[xiii] 17:85
[xiv] Lees 54:17, 54:22, 54:32, 54:40.
[xv] 24:61, 30:28, 41:2-3 enz.
[xvi] 39:53 en 30:30
[xvii] Bron: www.parliamentofreligions.org
[xviii] In 1893 sprak William Q. Judge op het Parlement van Wereldreligies.
De Slotverklaring van deze Internationale Bijeenkomst van 1993 in Chicago van bijna dertig jaar geleden, leverde deze tekst op.
[xix] Het concept Economie in de Heilige Koran, Yassien Abo Abdillah
bron: discoverislam.nl
[xx] 12:2
[xxi] 26:195
[xxii] 2:23
[xxiii] 20:1-4
[xxiv] 41:53 Citaat van Seyyid Hossein Nasr
[xxv] Mohamed Arkoun, Nasr Abou Zaid en de Frans-Marokkaanse filosoof Rachid Benzine, stellen dat de Koran in de context van de zevende eeuw geïnterpreteerd moet worden.
[xxvi] Marx, K.H. (1844). p. 72.
[xxvii] Stephen Covey reikt daarbij een essentiële grondhouding aan.
[xxviii] Hand. 10,35 Bible de Jérusalem
[xxix] De theoloog Anton Houtepen brengt hoop met deze uitspraken waarin o.a. de Duitse Katholieke Theoloog Karl-Josef Kuschel citeert.
[xxx] Prof. dr. Anton Houtepen (1940) was tot 2005 hoogleraar oecumenica en interculturele theologie bij de Faculteit Godgeleerdheid van de Universiteit Utrecht en directeur van het Interuniversitair Instituut voor Missiologie en Oecumenica te Utrecht.
[xxxi] De jurist Mohammed Cherif Bassiouni overschrijdt hierin een grens, namelijk die van 'wij moslims' naar 'wij mensen'.
[xxxii] 13:11
[xxxiii] 53:39-41
[xxxiv] 30:30
[xxxv] 95:4
[xxxvi] 30:30
[xxxvii] 7:172-173
[xxxviii] Een Bijbelvertaler zegt over dit koranvers: De zin ‘Het is de waarheid van uw Heer: laat daarom geloven wie wil en niet geloven die niet wil’ komt uit de Bijbel en benadrukt de essentie van geloof. Jezus zelf benadrukt in Johannes 14:6 dat Hij de weg, de waarheid en het leven is, en dat alleen wie in Hem gelooft, de ware God kan kennen. Dit benadrukt dat geloof in God en in de waarheid van Hem de sleutel is tot vrijheid en waarheid in het leven. Het is belangrijk om te erkennen dat geloof in God en in de waarheid van Hem de sleutel is tot vrijheid en waarheid in het leven. www.debijbel.nl
[xxxix] 10:99
[xl] Lkoundi A. (1993).
De Islam is niet 1400 jaar geleden ontstaan. Overgave maakt dat je deelneemt aan de schepping. Een moslim is iemand die tracht in overgave te leven tot Allah. Die overgave begon toen Allah Adam en Eva schiep.[i] Overgave kent een aantal dimensies. Je geeft je over aan natuurwetten. Je kunt niet anders. Je geeft je over aan het grote mysterie achter de natuurwetten. Sommigen noemen dat God. Anderen Allah. Overgave doe je in liefde. Dat kan voor een schepsel zijn. Of het kan voor de Schepper zijn.
En toch zijn er mensen die anderen als gelijken van Allah beschouwen. Daar houden zij van zoals zij van Allah zouden moeten houden. Maar de gelovigen zijn sterker in hun liefde voor Allah. (2:165).
Zeg, [O Mohammed]: "Als jullie Allah liefhebben, volg mij dan, [dan] zal Allah jullie liefhebben en jullie zonden vergeven. En Allah is Vergevend en Barmhartig. (3:31).
Veel mensen denken ten onrechte dat de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) de stichter van de Islam was. Maar de Islam bestaat al sinds de mens voor het eerst voet op aarde zette. In werkelijkheid gaat de Islam veel verder terug, naar Adam en Eva, die de eersten waren die zich overgaven aan Allah. De Koran is de laatste openbaring van God, maar andere heilige boeken, zoals de Tora en het Evangelie, zijn ook geschenken van Allah aan de mensheid. Moslims geloven in alle profeten, inclusief Jezus en Mozes.
Om een religie goed te begrijpen, is het essentieel om de boodschap te lezen en te begrijpen waarop hij is gebaseerd. In de Koran wordt het begrip ‘Islam’ uitgebreid behandeld. Wij moslims hebben net zoveel liefde voor Mohammed als voor Jezus en andere profeten. Als we als moslims niet in Jezus en andere profeten geloven, kunnen we onszelf geen moslim noemen. Die andere profeten, bijvoorbeeld ... Adam, Abraham, Noach, Mozes, Jezus, worden ook als moslims beschouwd. Overgave stond in hun boodschap centraal. En zo hebben ze geleefd.
Voor moslims is de Islam in essentie dezelfde religie die aan alle andere profeten is geopenbaard. De naam is afkomstig van Allah zelf:
Heden heb ik uw religie voor u vervolmaakt, en Mijn gunst aan u voltooid, en Ik heb de Islam voor u als religie gekozen. (5:3)
Iets over de thematiek van de Koran
1. De Eenheid van Allah (Tawhied)
Het concept van Tawhied, of de Eenheid van Allah, is fundamenteel in de Islamitische theologie. De Koran bevestigt herhaaldelijk Gods eenheid, almacht en alwetendheid. Dit thema gaat verder dan loutere erkenning van Gods bestaan; het vormt het Islamitische wereldbeeld en beïnvloedt elk aspect van het leven van een moslim, van aanbidding tot ethisch gedrag. De weergave van Gods eigenschappen in de Koran, zoals barmhartigheid, rechtvaardigheid en wijsheid, biedt een alomvattend begrip van de goddelijke natuur. Dit thema behandelt ook de valkuilen van sjirk (het toekennen van partners aan Allah) en afgoderij, en waarschuwt tegen afwijking van het monotheïsme.
Waarom God?
Waarom moeten we zo nodig een `hoger wezen' inbrengen die de werkelijkheid alleen maar moeilijker maakt en een last voor ons verstand en onze ziel vormt? De Koran noemt dit ‘geloof in en bewustwording van 'het onzienlijke'.
Mensen die niet ‘met geloof’ zijn opgegroeid, groeien er soms langzaam naar toe. Anderen maken een plotselinge sprong. Misschien komt eerst de ontdekking van de fitrah of natuurlijke aanleg van de mens. Waarom maken we ons druk om onrechtvaardigheid. Waarom voelen we barmhartigheid voor alles wat klein en zielig en vertrapt is? Waarom zegt een kind: Dat is niet eerlijk! Dat 'onzienlijke' wordt min of meer zichtbaar gemaakt door middel van openbaring aan profeten en daardoor aan ons.[ii]
God`s bestaan kan worden 'thuis gebracht' door hen die de moeite nemen het bestaan te overpeinzen, overdenken, te reflecteren, na te denken.[iii] Hierdoor is het niet langer een irrationeel of onredelijk geloof, omdat er een koppeling tussen weten en geloven blijkt te bestaan. Dat is de taak van de Koran en die taak zou tijdens de verklaring voor kinderen 'naar boven dienen te komen'. De Koran noemt een aantal manieren om God te 'vinden'. Luisteren is een erg belangrijke kunst, maar de Koran bedoelt ‘gehoor geven aan’: Daarin is zeker een gedachtenis voor hem die een hart heeft en luistert en oplettend is.[iv] Aan de ene kant wordt gezegd: Zij worden aangeroepen van een verre plaats.[v] Aan de andere kant: Wij hebben de mens geschapen en Wij weten alles wat zijn ego hem influistert.
De koran wil ons niet op het niveau van menselijke logica met theologische bewijzen overstelpen. Wel wil hij ons wakker schudden. Dat doet hij door de aandacht te vestigen op bepaalde feiten die door de Koran tot gedenkwaardige momenten worden verheven - die de gedachten op God brengen. Dat alles afhankelijk van Hem is, dus ook de hele natuur, heeft een metafysiek en moreel aspect. Zo is soera al-Fatiha, die in elk gebed door de moslims wordt gelezen een dialoog tussen mens en God. Zo laat de profeet zien dat die dialoog mogelijk is. De Islam moedigt niet aan om na te doen, maar wil ons tot een nieuwe Adam vormen. De nieuwe mens, die een nieuwe wereldorde kan creëren. Indien je je eigen waarde realiseert, breng je een oceaan voort. Als we dat letterlijke zien niet meer geloven en verwerpen, gooien we dan alles overboord?
Het is beter je dat alziende en alwetende van Allah voor te stellen als iets beschermends en geruststellends; dus als alles begrijpend. Als je Allah niet kan 'vinden' gaat hij misschien niet voor je leven. Vinden is niet zo maar een woord. Het houdt onder meer in dat je de in de werkelijkheid bestaande oerorde herwaardeert. Hierdoor komt alles in een nieuw perspectief te staan en kan opnieuw betekenis krijgen.
De eerste consequentie daarvan is dat God niet kan worden beschouwd als bestaande onder andere bestaansvormen.[vi] Hij is bestaand met en in alles, hij maakt het mogelijk dat ieder mens in de mensenmassa's zich individueel uniek voelt. Zijn bestaan maakt de integriteit van elk ding mogelijk:
En weest niet als zij die God vergaten, zodat zij zichzelf vergaten...[vii]
'De moraal en het religieuze ideaal van de mens is geen zelfontkenning maar zelfbevestiging en hij bereikt dat ideaal door meer en meer individueel te worden, meer en meer uniek.’[viii]
De profeet heeft gezegd: 'Absorbeer in jezelf de kwaliteiten van Allah.' De mens kan dus uniek worden door meer en meer als de meest unieke individu te worden. Hoe groter zijn afstand van God hoe minder zijn individualiteit. Zo is hij die God het meest nabij komt is de meest complete persoon.
Samenvattend kunnen we kort over God- en mensbeeld in de koran zeggen dat de visie op de mens niet optimistisch of pessimistisch is, maar 'voor verbetering vatbaar'.
En dat Allah met al Zijn macht en glorie in essentie de genadevolle God is. Uit deze twee aspecten kan een goede relatie met God en tussen mensen voortkomen
Misschien kunnen we zo tot een soort theo-democratisch besef komen. Een besef dat ons leert dat de Koran als pedagogisch instrument, het menselijk sociaal gedrag en sociale rechtvaardigheid als doel heeft.
2. Profeetschap en Openbaring
Het is de bedoeling dat elke moslim zich diepgaand verdiept in de verhalen van verschillende profeten die in de Koran staan. Deze verhalen dienen meerdere doelen: ze bieden morele en spirituele lessen, geven voorbeelden van geduld en doorzettingsvermogen en bevestigen de continuïteit van Allah’s boodschap door verschillende tijdperken en samenlevingen heen. Het concept van profeetschap in de Koran is niet alleen een historische weergave, maar ook een middel om de mensheid te leiden naar ethische en spirituele diepgang. De rol van de Profeet Mohammed (vrede zij met hem), als de laatste profeet, krijgt speciale aandacht, waarbij zijn leven en leer (Soennah) worden beschouwd als een rolmodel voor moslims.
De Heilige Koran werd geopenbaard om de mensheid te leiden en is de maatstaf voor wat goed en wat kwaad is. Allah zegt: Deze Koran leidt naar wat het meest rechtvaardig is...[ix] om de mensheid te verenigen die vóór de komst van de Islam verdeeld was als strijdende stammen. De Koran moest dienen als een paraplu van eenheid voor de verschillende stammen die voor de openbaring ervan vijanden van elkaar waren. Terwijl Allah zegt: De gelovigen zijn slechts broeders: sticht daarom vrede en verzoening tussen jullie broeders en wees je Allah bewust, opdat jullie barmhartigheid mogen ontvangen.[x]
De Koran is een boodschap van God en niet de persoonlijke biografie van de profeet.
Wij kunnen de biografie van de profeet Mohammed lezen als context voor de Koran, vooral wanneer
- een blijvende regel door God voor de mensheid wordt afgekondigd,
- regels voor sociaal leven worden onderwezen
- of een specifiek gebod wordt gegeven, zoals Amri bi’l ma’roef nahyi ‘ani’l munkar - Het goede gebieden en het kwade verbieden
De laatste regel wil zeggen dat je je handeling baseert op een morele wet die universeel en absoluut is. En door eenieder zou kunnen worden gevolgd.[xi]
Maar al zijn persoonlijke emoties, zoals de pijn van het verlies van zijn geliefde vrouw Khadija na 25 jaar huwelijk, zijn oom Abu Talib en de dood van zijn kinderen, worden niet in de Koran beschreven. Ook zijn liefde voor zijn dochter Fatima (ra) en kleinkinderen, komen we niet in de Koran tegen.
De kennis, die hij niet alleen als profeet maar ook als mens heeft opgedaan in het Arabische culturele en sociale leven, wordt niet beschreven. Er wordt geen enkele poging gedaan om hem tot een onbereikbare, superieure profeet te maken in de Koran. De Koran laat hem zeggen: Ik ben slechts een mens als jullie, het enige bijzondere is dat ik openbaringen ontvang.[xii]
Zijn ontmoeting met de barmhartige God wordt levendig beschreven. De afwezigheid van zijn persoonlijke leven in de Koran en alle nederige lofprijzingen aan God bewijzen dat de Koran niet door hem is geschreven.
De Koran is helend voor ons
Het luisteren naar het reciet van de Koran kan helend werken. Het kalligraferen en illumineren van de Koran wordt beschouwd als een meditatieve bezigheid, die helend werkt. Maar de bedoeling van de Koran openbaring was mensen aan het denken te zetten. Wat zou moeten leiden tot het begrijpen en volgen van de inhoud. Dat kan onze psychologische toestand in balans brengen en onze geest tot een gelukkiger niveau brengen, niet alleen voor onszelf, maar ook voor anderen. Als we dit niet kunnen, hoe verwachten we dan een gezonde relatie met anderen? En als we geen gezonde relatie kunnen opbouwen, hoe verwachten we dan een vredige mentale toestand zonder onszelf psychologisch te kraken? Maar als je reciteert zonder te weten hoe prachtig de wijsheid is die God ons heeft geleerd in de Koran, heeft dat misschien toch minder waarde.
In naam van Allah, de Barmhartige, de Meedogende
Zeg: de Geest is van het gebod van mijn Heer.[xiii]
Het Hebreeuwse woord roeʹach, of het Arabische woord roeh, betekent geest. In de Koran wordt al gezegd dat we niet echt weten wat deze woorden betekenen.
Sommige mensen zeggen dat het reciteren van de Koran op zichzelf de geest geneest en stress vermindert. Nou, dat komt door de schoonheid van de Arabische taal in de Koran. Rijm en ritme spelen een rol en daarom heeft het reciteren ervan een impact op de geest en onze psychologische toestand wordt hierdoor beïnvloed.
Allah heeft ons opgedragen te lezen met het doel de inhoud van wat we lezen te begrijpen. Dan kunnen we Zijn geboden volgen en eerlijk en oprecht zijn.
Hetzelfde koranversregel wordt tot viermaal toe herhaald om de nadruk te leggen op ‘aandacht schenken aan iets’:
Wij hebben de Koran gemakkelijk te onthouden gemaakt, maar is er iemand die oplet?[xiv]
En alles is opgeschreven. God heeft ons het Boek gegeven en al het kleine en grote is in dit Boek opgeschreven. Elke keer dat God iets openbaarde, zei Hij erbij dat Hij ons een gemakkelijke Koran gaf, zodat wij het zouden begrijpen.[xv]
Wanhoop niet aan de Genade van Allah, waarlijk, Allah vergeeft alle zonden. Allah vergeeft niet (de zonde van) het toekennen van gelijken aan Hem, maar Hij vergeeft alle andere zonden van wie Hij wil.
Richt je gezicht daarom eerlijk en oprecht, tot geloof, als iemand die heel graag God ontmoet volgens de natuur of fitra - waarmee Allah je heeft gemaakt.[xvi]
Van de Koran weten we dat als iemand een zonde begaat en er berouw voor toont, Allah zijn berouw accepteert. Als je maar oprecht bent in je berouw.
3. De Laatste Dag en het Hiernamaals
De beschrijvingen van het leven na de dood in de Koran zijn levendig en gedetailleerd. Zij dienen om het islamitische perspectief op het doel van het aardse leven te begrijpen. De beschrijvingen in de Koran van de hemel en de hel, de Dag des Oordeels en het concept van goddelijke gerechtigheid dienen als moreel kompas voor gelovigen en sporen hen aan een rechtvaardig leven te leiden. Dit thema behandelt ook existentiële vragen over de ziel, verantwoordelijkheid en de eeuwige gevolgen van iemands daden.
Het parlement van wereldreligies is in 1893 in de Verenigde Staten opgericht om (1) harmonie te bevorderen tussen religieuze en spirituele gemeenschappen in de wereld en (2) hun engagement met de wereld en haar leidende instellingen te bevorderen, ten einde een rechtvaardige, vreedzame en duurzame wereld te bereiken.
Religie wordt vaak misbruikt als een instrument voor scheiding en onrecht, waarbij de idealen en leringen die de kern van elk van de grote tradities van de wereld vormen, worden verraden. Anderzijds beseft men dat religieuze en spirituele tradities het leven van miljarden mensen inhoud en vorm geven. Religies verzamelen mensen in de gemeenschappen van gedeelde overtuigingen en praktijken. Wanneer deze diverse gemeenschappen zich in harmonie inzetten voor het gemeenschappelijk goed (algemeen welzijn), is er hoop dat de wereld kan worden getransformeerd.
De Raad zoekt religieuze leiders uit de hele wereld voor overleg samen te brengen. Men zoekt geen eenheid, maar harmonie tussen de religies. Eenheid gaat ten koste van de eigenheid van de afzonderlijke religies. "Interreligieuze harmonie, aan de andere kant, is een haalbaar en zeer gewenst doel. Een dergelijke aanpak respecteert en wordt verrijkt door de specifieke kenmerken van elke traditie. Bovendien zijn binnen elke traditie de hulpmiddelen (filosofische, theologische en spirituele leringen en perspectieven) die elk in staat stellen tot het aangaan van respectvolle, waarderende en coöperatieve betrekkingen met personen en gemeenschappen van andere tradities."[xvii]
Op basis van gemeenschappelijke ethische beginselen kan men samenwerken voor een betere wereld. "Het welzijn van de Aarde en alle leven is afhankelijk van deze samenwerking."
Mondiale Ethiek Verklaring
Als iedereen deze punten als wetmatigheden zou respecteren en naleven, zouden we het welzijn van de hele mensheid op een hoger plan kunnen brengen.
We verklaren, dat we onderling afhankelijk zijn. Elk van ons is afhankelijk van het welzijn van het geheel en dus hebben we respect voor de gemeenschap van levende wezens; voor mensen, dieren en planten en voor het behoud van de aarde: de lucht, het water en de grond.[xviii]
We nemen individuele verantwoordelijkheid voor alles wat we doen. Al onze beslissingen, handelingen en ‘nalatigheid in handelen’ hebben hun gevolgen.
We moeten anderen behandelen op de manier waarop we verwachten dat zij ons behandelen.
We verbinden ons tot het respecteren van leven en waardigheid, van individualiteit en verscheidenheid, zodat iedereen zonder uitzondering menselijk wordt behandeld.
We moeten geduld betrachten en tolerantie.
We moeten in staat zijn te vergeven en te leren van het verleden; maar onszelf nooit toestaan slaaf te worden van gedachten van haat.
Terwijl we onze harten openen voor elkaar, dienen we bekrompen meningsverschillen opzij te zetten voor het belang van de wereldgemeenschap, waarbij we een cultuur van solidariteit en verbondenheid in praktijk brengen.
We beschouwen de mensheid als onze familie.
We moeten ons inspannen om vriendelijk en edelmoedig te zijn. We mogen niet enkel leven voor onszelf, maar zouden ook anderen moeten dienen; waarbij we nooit de zwakkeren en hulpbehoevenden vergeten.
Niemand zou ooit als tweederangsburger beschouwd of behandeld mogen worden of op welke manier dan ook mogen worden uitgebuit.
De relatie tussen man en vrouw zou op gelijkwaardigheid gebaseerd moeten zijn. We mogen niet seksueel immoreel handelen. We moeten alle vormen van dominantie of misbruik achter ons laten.
We verbinden onszelf tot een cultuur van geweldloosheid, respect, rechtvaardigheid, en vrede; andere menselijke wezens zullen we niet onderdrukken, kwetsen of benadelen, folteren of doden en we zullen afstand doen van geweld als een middel om geschillen te beslechten.
We moeten streven naar een rechtvaardige sociale en economische orde, waarin iedereen een gelijke kans heeft om, als menselijk wezen, zijn capaciteiten ten volle te benutten.
We moeten waarheidsgetrouw en met mededogen spreken en handelen en iedereen eerlijk behandelen en vooroordelen en haat vermijden.
We dienen andermans eigendommen te respecteren.
We dienen de dominantie van begerigheid naar macht, prestige, geld en consumptie te overstijgen, teneinde een rechtvaardige en vredige wereld tot stand te brengen.
De aarde kan niet ten goede veranderen, tenzij eerst het bewustzijn van haar bewonders wordt veranderd.
We beloven plechtig om onze aandacht te verhogen door ons denkvermogen te disciplineren, door meditatie, door gebed of door positief-denken.
Zonder het risico en de bereidheid tot opoffering kan er geen fundamentele verandering in onze situatie komen. Daarom verbinden we onszelf tot deze wereldethiek, teneinde elkaar te begrijpen en tot sociaal-heilzame, vrede-koesterende en natuurvriendelijke levensmethoden te komen.
Iedereen, religieus of niet, wordt uitgenodigd, hetzelfde te doen.
Je zou het niet zeggen maar de Koran onderschrijft dit helemaal. Als moslim krijg je zelfs de indruk dat de tekst op koranverzen is gebaseerd.
4. Sociale rechtvaardigheid en ethiek
Uitbreiding van wetenschappelijke inzichten: de Koran pleit voor sociale rechtvaardigheid en ethisch gedrag. De tekst behandelt diverse maatschappelijke kwesties, waaronder de rechten van de armen en behoeftigen. De gelijke behandeling van vrouwen, wezen en minderheden, en de veroordeling van onrechtvaardige economische praktijken. Deze leringen hebben een diepgaande invloed gehad op de islamitische wetgeving en ethiek en bieden richtlijnen voor het creëren van een rechtvaardige en gelijkwaardige samenleving.
Alle soorten bezit (privé, individueel, collectief, coöperatief, gemeenschappelijk en staatsbezit) zijn geen doelen van de Islamitische economie, op zich, noch worden zij beschouwd als de oorsprong van bezit. Alle worden volgens de Heilige Koran beschouwd als middelen om een comfortabel en gelukkig leven te bereiken, om uitbuiting van een gemeenschap door een andere gemeenschap te voorkomen, of de uitbuiting van een individu door een gemeenschap, of van een gemeenschap door een individu.
De economische filosofie is volgens de Heilige Koran gebaseerd op het volgende principe: ‘Elke economie kan toegepast worden wanneer zij het welzijn van de gemeenschap en haar onderdelen bewerkstelligt.’ Wanneer het welzijn van de gemeenschap individuele initiatieven of privé-eigendom vereist, wordt dat aangemoedigd. Wanneer het welzijn van de gemeenschap staatseigendom of coöperatief of een ander eigendom vereist, wordt het ook aangemoedigd. Wanneer het individu of de staat of het coöperatief hun bezit misbruiken, wordt het van hen afgenomen en vervolgens op de meest productieve manier toegepast. Daarom worden nationalisatie noch privatisering als doel beschouwd, maar beide kunnen toegepast worden waar en wanneer het welzijn van de maatschappij wordt gerealiseerd.[xix]
Allah schiep geen permanente eeuwige wereld. Dit is een tijdelijke wereld en alles dat leeft heeft een tijdslimiet. Alle dingen en levende wezens vergaan en sterven. De goede dingen zijn niet voor eeuwig, noch de slechte dingen. We zijn hier voor enige tijd en worden op de proef gesteld. Zij die slagen zegt de Koran, krijgen de eeuwigheid.
Er is een fysieke en morele wet in het universum. Allah staat lijden toe wanneer er zo’n wet wordt overtreden. De fysieke wet is gebaseerd op oorzaak en gevolg. Iemand wordt normaal gesproken ziek omdat hij geen aandacht aan zijn gezondheid heeft besteed. Iemand krijgt een ongeluk omdat hij fouten maakt in het verkeer. Maar er zijn dingen die gebeuren en onrechtvaardig lijken. Zelfs daarbij dienen we in de gaten te houden dat we vaker worden gered dan we verdienen. Vaak zijn we niet voorzichtig genoeg en bereiken toch onze bestemming. Als je ziet hoe mensen in de grote steden autorijden is het een wonder dat er niet nog veel meer mensen aan verkeersongelukken overlijden.
Lijden en beproevingen zijn onderdeel van ‘het leven’, dus van de bedoeling van de schepping. Alles wat wij meemaken, tegenslagen, meevallers, zijn gebeurtenissen om van te leren en dankbaar voor te zijn. Beproevingen kunnen een teken zijn van Allah’s liefde voor ons. Geloof stelt je in staat lijden te ervaren en te verteren met gebed, berouw en goede daden. Maar ook wij ondergaan soms lijden met twijfel en verwarring. Dan geven we Allah de schuld of verzetten ons tegen Hem. Bijna onvermijdelijk is daarom voor veel mensen de volgende vraag:
Wat trok je aan tot geloof in God?
Iemand antwoordde met: ‘Mijn vrouw en mijn moeder waren allebei moslim, dus ze kwamen in mijn leven met hun gebed. Ze vertelden me dat Allah van deze wereld een veilige plek wilde maken, vol liefde. God weet wat er met je is gebeurd. Hij wil je genezen en je liefde tonen zoals je die nog nooit eerder hebt gekend.
Geestelijke verzorging in de Islam komt daaruit voort. Soms raakt het zingevingproces uit zijn evenwicht, tijdens de beleving van ziekte of stoornis. Het is mogelijk om iemand dan te helen door het zingevingproces te ‘herstellen’.
Ik voelde Zijn Aanwezigheid en een geweldig gevoel van liefde stroomde door mijn hele wezen. Hij heeft me Zijn helende Liefde vele malen in mijn leven laten ervaren. Ik wil het weten, omdat ik in de Koran een aantal basisdeugden ben tegengekomen, zoals eerlijkheid:
Voorwaar, degenen die geloven, de joden, de christenen en de bekeerlingen; iedereen die in God en in de Laatste Dag gelooft, en een rechtschapen leven leidt, zullen hun beloning van hun Heer ontvangen; zij hebben niets te vrezen, noch zullen zij treuren. (2:62).
Onze meest dringende vragen: wie zijn we, wat is het doel van ons leven, hoe zijn we op deze wereld gekomen, waar gaan we nu heen, welke religie is de juiste, was het evolutie of schepping … worden tijdens ons leven beantwoord.
De Koran onthult het geheim van het bereiken van geluk in dit leven en voor altijd. We leren uit de Koran dat geluk een exclusieve eigenschap van de ziel is. Een lichaam dat alle materiële successen behaalt waar het naar verlangt – geld, macht, roem, enz. – wordt niet gelukkig zonder ziel. Dat wil zeggen zonder dat z’n ziel wordt gevoed.
Geluk was nooit bedoeld om uit te besteden. Wanneer je het in de handen legt van mensen, omstandigheden of externe goedkeuring, geef je je eigen kracht weg. Mensen veranderen. Situaties verschuiven. Verwachtingen worden niet waargemaakt. En wanneer dat gebeurt, stort je geluk met hen in.
Niemand kan constant aan je emotionele behoeften voldoen. Niemand kan de verantwoordelijkheid dragen voor je innerlijke rust.
Geen enkele relatie, baan of bezit kan een leegte vullen die alleen zelfbewustzijn kan helen.
Dit betekent niet dat je stopt met van anderen te houden of te stoppen met het zoeken naar verbinding. Het betekent dat je stopt met van hen afhankelijk te zijn voor je gevoel van eigenwaarde en tevredenheid.
Relaties zijn bedoeld om te delen, niet om als emotionele krukken te dienen.
Wanneer geluk afhangt van hoe anderen zich gedragen, wordt de vrede fragiel. Waar geluk groeit van binnenuit: uit zelfrespect,
uit acceptatie, uit dankbaarheid, uit leren om bij jezelf te zijn zonder weg te rennen.
Wanneer je verantwoordelijkheid neemt voor je geluk, gebeurt er iets krachtigs. Je verwacht minder en voelt je rustiger, zelfs als het leven niet perfect is.
Anderen kunnen vreugde aan je leven toevoegen, maar jij moet de bron ervan zijn.
5. De Koran als literair en taalkundig wonder
De taalkundige genialiteit van de Koran is een onderwerp van bewondering en studie. Geleerden hebben de unieke stijl, welsprekendheid en ritmische patronen geanalyseerd die de Koran onderscheiden van elk ander Arabisch literair werk. Dit thema is ook belangrijk voor het begrijpen van de uitdaging die de Koran aanging om een tekst van vergelijkbare pracht te produceren, een uitdaging die de goddelijke oorsprong ervan bevestigt.
Het is een standaard gegeven in de Islam: de 'onnavolgbaarheid van de Koran' (i'djaz al-Qur'an). اَلْإِعْجَازُ, net als معجزة, is het Arabische woord voor wonder of de uitdaging van de onnavolgbaarheid van de Koran.
De Koran bezit een wonderbaarlijke kwaliteit - zowel in inhoud als in vorm - die door geen enkele menselijke taal geëvenaard kan worden. Volgens deze doctrine is de Koran een wonder en is de onnavolgbaarheid ervan het bewijs dat aan Mohammed (de profeet van de islam) is verleend ter bevestiging van zijn profetische status. Het dient een dubbel doel: enerzijds bewijst het de authenticiteit van de goddelijkheid ervan als een bron van de Schepper, en anderzijds bewijst het de echtheid van het profeetschap van Mohammed, een ongeletterde man die noch kon lezen noch schrijven, aan wie de Koran werd geopenbaard.
Het onvertaalbare vertalen
Hoe moet je een tekst vertalen die onvertaalbaar is? Vooral als de tekst wordt beschouwd als het levende woord van God? Moslims hebben zich al meer dan een millennium over dit dilemma gebogen.
Het concept van I'djaz bestond in de pre-islamitische Arabische poëzie als een traditie in de zin van het uitdagen van rivalen om iets soortgelijks te creëren. Dit principe werd ook vaak geïnterpreteerd als de onvertaalbaarheid van de Koran. Maar zelfs in de eerste eeuwen van de Islam bracht de bekering van niet-Arabieren de praktische noodzaak tot vertaling.
Blijft de vraag: Waarom sprak Allah alleen Arabisch in de Koran? Waarom heeft Hij de Koran niet in het Engels, een wereldtaal, geopenbaard?
De Koran werd in het Arabisch geopenbaard omdat dit de taal was van het volk van de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) in het 7e-eeuwse Arabië. In die tijd was Arabisch ook een taal die bekend stond om zijn welsprekendheid, mondelinge traditie en poëtische expressie. De Koran zelf bevestigt dit:
Voorwaar, Wij hebben hem geopenbaard als een Arabische Koran, opdat jullie het zouden begrijpen.[xx] De Koran zelf benadrukt de openbaring ervan in een duidelijke Arabische taal.[xxi]
Dit zorgde ervoor dat het eerste publiek de boodschap volledig kon begrijpen zonder taalbarrières. Wil de mens Hem verstaan, dan heeft hij geen andere keus: ‘En wanneer Onze duidelijke Bewijstekenen aan hen worden voorgedragen, zeggen zij, die niet hopen op een ontmoeting met Ons: Breng ons een andere Koran dan deze of vervang haar door iets anders. Zeg: het is niet aan mij, dat ik hem vervang vanuit mijzelf; niet volg ik dan wat aan mij wordt geopenbaard.’ (10:15).
Wij doen het dan maar met de vertaling
Naast de toegankelijkheid werd Arabisch gekozen vanwege de rijke taalstructuur en precisie, die in staat is gelaagde betekenissen, retorische middelen en een unieke literaire stijl over te brengen de taal was zo uniek dat zelfs de beste Arabische dichters werden uitgedaagd om iets soortgelijks te produceren, een uitdaging die ze niet aankonden.[xxii]
Na verloop van tijd werd het Arabisch van de Koran de standaard voor grammatica en woordenschat, waardoor diverse dialecten werden verenigd en de authenticiteit van de tekst door generaties heen werd bewaard.
Omdat het begrijpen van de Koran belangrijk is, ook voor niet-Arabische moslims, zijn er vertalingen gemaakt. Allah heeft zijn grondpersoneel om dat te vertalen.
Het eerste wat de Arabieren deden nadat ze de Koran hadden gekregen, was het Arabisch verspreiden over de toen bekende wereld. Met uitzondering van Noord- en Zuid-Amerika, omdat die continenten nog niet bereikbaar waren.
Na verloop van tijd werd Arabisch gesproken van Spanje en Marokko tot aan Perzië (Iran) en verder in Jemen tot Turkije en Centraal Azië. In dat enorme gebied was Arabisch lange tijd de universele taal. Het Turks, Perzisch, Indonesisch, Urdu, en andere talen werden lange tijd of nog steeds met het Arabische alfabet geschreven.
Arabisch is een Semitische taal die door ongeveer 380 miljoen mensen in verscheidene landen wordt gesproken. De politieke, culturele en religieuze betekenis van de taal werd in 1973 officieel erkend door de Verenigde Naties. De officiële taaldag van de Verenigde Naties voor het Arabisch wordt wereldwijd gevierd op 18 december.
Arabisch wordt geschreven in het Arabisch alfabet, een consonantenschrift dat van rechts naar links wordt geschreven.
Arabisch als heilige taal
Door de openbaring van de Koran is het volk van het Arabisch schiereiland gealfabetiseerd. Het is niet slechts een taal maar een sleutel tot begrip van geloof. Omdat het vaak door Arabieren de taal van Allah, de profeet Mohammed en de Koran wordt genoemd, wordt het door de moslims als een heilige taal beschouwd. De taal heeft een complexe structuur die het mogelijk maakt om zeer specifieke en genuanceerde betekenissen over te dragen. Dit wordt duidelijk door de manier waarop de taal door de eeuwen heen de subtiliteit en diepgang van de Koran heeft weergegeven.
Het leren van de Arabische taal is niet alleen een taalopleiding maar in eerste instantie een manier om de diepgaande betekenis van de Koran te begrijpen en te ervaren. Het begint dan ook op talloze koranschooltjes met het leren van het Arabisch Alfabet en het vormen van de basiswoordenschat van de Koran.
Ook het aantal nieuwe moslims dat Arabisch leest en schrijft neemt toe. Arabisch schrift is veel meer dan louter decoratief schoonschrift; het is in de Koran een diepgaande weerspiegeling van het goddelijke. Door kalligrafie wordt tekst kunst, en wordt het geschreven woord verheven tot een niveau van universele schoonheid dat taalkundige grenzen overstijgt. De kalligraaf houdt zich bezig met een nauwgezet en contemplatief proces, waarbij hij zijn werk vaak beschouwt als een vorm van gebed of aanbidding.
Deze spirituele dimensie van islamitische kalligrafie versterkt de betekenis ervan binnen de islamitische cultuur, omdat het zowel het artistieke streven naar schoonheid als het religieuze streven naar nabijheid tot het goddelijke belichaamt.
Veel moslims en niet-moslims begrijpen de Koran in het Arabisch niet. Toch komen gebeden tot leven door de schoonheid van de Koran in het Arabisch te begrijpen. Toch hebben door de eeuwen heen geleerden zich over de vraag gebogen of we onze gebeden in onze eigen taal mogen verrichten. De bekende geleerde Abu Hanifa heeft daarop bijvoorbeeld bevestigend geantwoord. Nu rijst de vraag: wat is de impact op je leven wanneer je de Koran in het Arabisch leest of wanneer je inhoudelijk, in je eigen taal, delen van de Koran begrijpt?
Vaak herinneren de verzen ons aan Allah’s oneindige genade, Zijn kracht om moeilijkheden te verlichten en Zijn belofte om te voorzien in de behoeften van degenen die op Hem vertrouwen. Deze Koranverzen inspireren tot positief denken door te benadrukken dat geen enkele situatie permanent is en dat gelovigen met geduld, geloof en vertrouwen in Allah hoop, troost en uiteindelijk verlichting kunnen vinden. In tijden van persoonlijke uitdagingen of maatschappelijke problemen bieden deze verzen een krachtige herinnering aan de steun en liefde die Allah biedt.
Door over deze leringen na te denken, kunnen moslims hoop, optimisme en veerkracht behouden, wetende dat Allah altijd bij hen is en hen naar de best mogelijke resultaten leidt. Een uitleg in eigen taal maakt dat natuurlijk veel beter mogelijk.
6. De relatie tussen mens en natuur
Ecotheologen hebben zich gericht op de manier waarop de Koran de natuurlijke wereld afbeeldt als een teken van Allahs scheppende kracht. De Koran moedigt een harmonieuze relatie tussen mens en natuur aan en pleit voor verantwoord beheer van het milieu. Dit thema is steeds relevanter in hedendaagse discussies over ecologische duurzaamheid en evenwicht. We kunnen de Koran rustig een Groen Boek noemen.
Het is ondertussen tot ieder mens doorgedrongen: de opwarming van de aarde, klimaatverandering, milieu en bodemverontreiniging, zijn mensenwerk. Ook in `het westen` heeft het jaren geduurd voordat tot ons doordrong dat natuurlijke processen - zoals verandering van de activiteit van de zon en vulkaanuitbarstingen - nauwelijks een rol spelen in de opwarming van de aarde. Dit alles terwijl het milieu en hoe we met groen omgaan een belangrijk punt van overdenking vormt vanuit de Islam. De horizon van rechtvaardig handelen wordt bepaald door begrippen als Tawhied – dit staat voor de eenheid van de Schepper en de schepping. Chaliefa – dit benadrukt de verantwoordelijkheid van de mens als rentmeester van de aarde, vergelijkbaar met de Bijbelse rentmeesterfunctie. Gedurende veertien eeuwen Islam is alle theologie en leer voor de geloofspraktijk steeds opnieuw geformuleerd op basis van selecties van teksten die men al dan niet een canonieke waarde toekende.
Met welke bedoeling is de Koran geopenbaard?
Op die vraag zegt Allah duidelijk:
Wij hebben de Koran niet geopenbaard
om je ongelukkig te maken.
Dan denk je:
Dus de Koran is er om mij gelukkig te maken?
Hoe bedoelt de Koran dat?
Dat lezen we in het vers dat erop volgt.
De Koran zegt en bedoelt:
‘Ik ben er om je aan Allah te herinneren.
En om woorden te vinden
waarmee je kunt zeggen
dat je blij bent met wat Allah doet.
Het is een openbaring van Hem Die de aarde en de hoge hemelen schiep, de Barmhartige, die op de Troon zit. Aan Hem behoort alles wat in de hemelen is en alles wat op de aarde is, en alles wat daartussen is, en alles wat onder de grond is. [xxiii]
Zoals de Koran zelf getuigt:
Wij zullen hen onze tekenen [āyāt] tonen aan de horizon en in henzelf, totdat voor hen duidelijk wordt dat het de Waarheid is.[xxiv]
7. Morele en spirituele ontwikkeling
De nadruk die de Koran legt op persoonlijke ontwikkeling is diepgaand. Mystici zoals Rumi hebben de leer van de Koran geïnterpreteerd als een leidraad voor innerlijke transformatie en spirituele groei. De tekst moedigt zelfreflectie aan, het cultiveren van deugden zoals nederigheid en mededogen, en waarschuwt tegen egoïsme en materialisme. Dit thema resoneert met de universele zoektocht naar jezelf. Dit zijn zeven adviezen voor onderweg. Het zijn idealen die onbereikbaar lijken, maar daarmee kom je vooruit.
Wees zoals je jezelf voordoet
of doe je voor zoals je bent
Deze magische zin van Rûmî betekent dat wij eigenlijk helemaal en onder alle omstandigheden ‘onszelf’ zouden moeten zijn. Maar dat kunnen we nooit helemaal. Ook kunnen we nooit helemaal voldoen aan de eisen die anderen aan ons stellen. Gebrek aan oprechtheid zal ons uiteindelijk opbreken. Je buitenkant in overeenstemming brengen met je binnenkant is daarmee een belangrijk aspect van onze menselijke waardigheid.
Wees als de zee in verdraagzaamheid
In Nederland waar gelijkheid met de wet wordt beschermd, hebben we de vrijheid om anders te zijn en dat is iets om te koesteren. Nederland staat bekend als een van de meest tolerante landen in Europa. Tolerantie of verdraagzaamheid betekent de erkenning dat naast de eigen denkbeelden, gewoonten en kenmerken, er andere zijn van gelijke waarde. Ter ondersteuning van deze opvatting zijn er Koranteksten, zoals: ‘Er is geen dwang in godsdienst’ en het in de Islam bestaande idee van de aangeboren goedheid, voortkomend uit de aard (fitra) waarmee elk mens wordt geboren: ‘Richt daarom uw aangezicht in oprechtheid tot de religie der godzoekers, overeenkomstig de natuur naar welke Allah de mens heeft geschapen.’ Hieruit komen principes voort als de onkenbaarheid van Gods bedoelingen. Dit houdt in dat de mens niet mag pretenderen alwetend te zijn en dus niet over anderen kan oordelen.
Wees als aarde in bescheidenheid en nederigheid
Nederigheid behoort tot de deugden in de Islam en is voor spiritueel georiënteerde mensen een wat principiëlere term dan bescheidenheid. Nederigheid is niet te combineren met egoïsme of egocentriciteit. Nederigheid dient ook niet verward te worden met gebrek aan zelfwaardering en het is het tegenovergestelde van hoogmoed of arrogantie. In onder andere de joodse, christelijke en Islamitische geloofsethiek speelt het begrip een belangrijke rol. Zoals de Koran zegt: ‘Zij geven aan anderen de voorkeur boven zichzelf.’ ‘En de dienaren van de Barmhartige lopen in nederigheid op aarde. En wanneer de onwetenden zich tot hen richten, zeggen zij: “vrede!”’ Zij die tot liefdadigheid, goedheid en het stichten van vrede onder de mensen aansporen, worden in de Koran aangemoedigd de gulden middenweg van de vergevensgezindheid te kiezen en elkaar aan te sporen tot goedheid en zich af te wenden van de onwetenden.
Wees als een overledene in woede en fanatisme
Woede is geen gemakkelijk onderwerp. Woede uiten of onderdrukken wordt meestal afgewezen en heeft gevolgen voor zowel lichaam als geest. Het is de kunst je woede werkelijk los te laten en je woede te voelen zonder haar te uiten. We kunnen niet om onze woede heen, maar we hoeven er geen gevangene van te worden. Daarom zegt de Koran: ‘Zij die in voorspoed en in tegenspoed wel doen en zij, die hun toorn onderdrukken en mensen vergeven; Allah heeft hen die goed doen lief.’ Over extremisme en fanatisme heeft de profeet gezegd: ‘Religie is makkelijk (te praktiseren). Hij die religie moeilijk (uitvoerbaar) wil maken zal eraan ten ondergaan. Wees dus gematigd.’ De profeet Mohammed was expliciet tegenstander van extremisme of radicalisme. Hij was een pedagoog die volledig besefte dat je geloof niet kunt baseren op haatprediking. Zo heeft hij gezegd dat ‘Adam naar Gods beeld is geschapen. Waardigheid en edelmoedigheid zijn onderdeel van het geboorterecht van ieder mens.’
Wees als de nacht in het bedekken van andermans tekortkomingen
In de praktijk wil dit zeggen: de ander aanvaarden zoals hij is. Het is nooit vrijblijvend, je zult naar de ander toe moeten. God verzoent niet achter de rug van mensen om. Het gaat om goedmaken tussen mensen en fouten door de vingers zien. Elkaars fouten door de vingers zien ligt verankerd in zegswijzen als: water bij de wijn doen, het ene doen en het andere niet laten, en leven en laten leven. Dat wil zeggen: voor dingen die niet kunnen of mogen voorzieningen treffen, waardoor deze op een wat controleerbare wijze tóch voortgang kunnen vinden. De Koran zegt: ‘En indien Allah sommige mensen niet door middel van anderen tegenhield, zouden ongetwijfeld kloosters, kerken, synagogen en moskeeën, waarin dikwijls de naam van Allah wordt herdacht, zijn afgebroken.’ Het is daarmee de taak van iedere moslim elke plaats van aanbidding tegen vernietiging te beschermen en de taak van andersgelovigen moskeeën tegen vernietiging te beschermen. We gaan ervan uit dat godsdienst niet de oorzaak van de conflicten is geweest, laat het dan een oorzaak voor herstel zijn.
Wees als de zon in compassie en mededogen
Volgens Karen Armstrong hebben de verschillende religieuze en ethische tradities gemeen dat zij allemaal een belangrijke rol toekennen aan het begrip compassie. In de praktijk vinden zij elkaar in de Gulden Regel:
‘Wat jij niet wilt dat jou geschiedt, doe dat ook een ander niet.’
De God van de Islam is er één van compassie en mededogen. Daarom staat er boven elk hoofdstuk van de Koran:
‘In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.’
De profeet Mohammed heeft gezegd dat Adam naar Gods beeld is geschapen; waardigheid en edelmoedigheid zijn onderdeel van het geboorterecht van ieder mens. Dit verbreedt gevoelens van compassie naar iets intermenselijks en niet uitsluitend voor moslims onder elkaar.
Wees als stromend water in vrijgevigheid en hulpvaardigheid
Gastvrijheid is het ontvangen en onderhouden van gasten, bezoekers of vreemdelingen in vrijheid en goede wil. In een moderne samenleving wordt het vaak vertaald met dienstverlening. In de Islam heet dit principe ikrâm: de generositeit, het recht van de gastvrijheid, of ikrâm al-dayif, het heilig respect voor de menselijke persoon, van de door God gezonden gast. Dit uit zich in gulheid, vrijgevigheid, de deugd der gastvrijheid en delen met andere mensen in je omgeving. De Koran herinnert driemaal aan de tekst van Genesis 18, vers 1-33, waarin Abraham gastvrijheid schenkt aan drie engelen, uit naam van God, in Mamré. Gastvriendschap is de sleutel tot het verstaan van de verhouding tussen mensen van ander of geen geloof en het opnieuw verstaan van eigen geloof.
8. Voor, tijdens en na de openbaring van de Koran
Een aantal geleerden zegt dat de inhoud van de Koran gaat over de vragen die toen leefden.[xxv] Dat kan je niet zomaar naar deze tijd halen. Hiermee zullen weinig moslims het eens zijn. de meeste moslims zien de Islam als tijdloos en als een openbaring van alle tijden. Het gaat erom na te denken over de vanzelfsprekendheden die in het systeem en de geloofsovertuiging zitten.
We kunnen onderzoeken hoe de openbaringen van de Koran inspeelden op de specifieke omstandigheden van de Arabische samenleving in de 7e eeuw, en hoe deze boodschappen in een moderne context kunnen worden begrepen. Deze analyse helpt de kloof te overbruggen tussen historische gebeurtenissen en huidige interpretaties van de islamitische leer.
Allerlei opmerkingen over ‘de Islam’ komen als een soort algoritme naar voren. In elk gesprek over ‘de Islam’ duiken ze op. Dit wijst erop dat de Islam steeds vaker een centraal onderwerp is in het publieke debat, en dat er een heropleving is van oude vormen van religieuze confrontatie.
Sommigen stellen dat ‘de Islam’ niet in staat is om de vraagstukken van de 21e eeuw op te lossen. Voor zover men daar ‘de moslims’ bedoelt, verschillen die daarin niet veel van de rest van de wereldburgers.
Men maakt zich zorgen over de impact van de Islam op de vrijheid van meningsuiting in de samenleving. Daarnaast zijn er ook zorgen over de invloed van de Islam op het onderwijssysteem en de vrijheid van keuze.
In een andere context wordt ook aangegeven dat de Islam een soort ‘verdovend middel’ is, zoals alcohol. Misschien in navolging van Karl Marx’s gezegde 'Godsdienst is opium voor het volk'. Die zei echter:
’Religie is de zucht van het onderdrukte schepsel, het hart van een harteloze wereld, en de ziel van zielloze omstandigheden. Het is de opium van het volk.’ Religie is ‘het illusoire geluk van het volk’, vervolgt hij, en de afschaffing van religie zou hun ‘echte geluk’ inluiden.[xxvi]
Functioneel gezien geeft religie oriëntatie of inspiratie aan het menselijk
handelen als zingevingssysteem.
9. Interreligieuze betrekkingen en tolerantie
Interreligieuze dynamiek is zeker in de Koran aanwezig. De benadering van de Koran ten opzichte van andere religies, met name de verwijzingen naar christenen en joden als 'Mensen van het Boek', is een belangrijk thema. Dit omvat discussies over religieus pluralisme, tolerantie en co-existentie, om religieuze diversiteit en dialoog te begrijpen.
Het voeren van een echte dialoog is broodnodig
Zeker in deze verontrustende tijd waarin in toenemende mate landen, bevolkingsgroepen, organisaties en individuen vanuit hun eigen werkelijkheid volledig langs elkaar heen praten. En elkaar daardoor niet begrijpen of willen begrijpen. We zien elke dag om ons heen waar dat toe leidt. Chaos, oorlog, geweld en heel veel pijn. De enige manier waarop dat kan stoppen is het opstarten van een dialoog. Maar wel een échte dialoog. Een dialoog waarin alle partijen gelijkwaardig aan bod komen en de kans hebben om hun standpunt of gevoelens naar voren te brengen. Een dialoog die ook verrijkend is, omdat men van de ander iets leert of omdat er de tijd is genomen goed naar elkaar te luisteren. Een stelregel hierbij is: ‘probeer eerst te begrijpen, alvorens begrepen te worden’.[xxvii]
Zorg voor veiligheid
Betrokkenheid is alleen mogelijk indien mensen vrij kunnen spreken en niet bang zijn voor de gevolgen van hun uitspraken. Wanneer iedereen zich veilig voelt in een groep kan een open gesprek tot stand komen. Als mensen niet bekend zijn met de inhoud en de procedurele kant van het traject en niet zeker zijn van de overige deelnemers, levert dit al snel een gevoel van onveiligheid op. De medewerkers zijn dan niet echt betrokken bij het gesprek en zeggen niet wat ze echt vinden.
Empathisch luisteren, met wederzijds respect
Een andere voorwaarde voor een open dialoog is wederzijds respect. Dit betekent dat mensen echt bereid zijn om naar elkaar en elkaars ideeën te luisteren. Dit noemen we empathisch, in-en meevoelend luisteren. Luisteren met de intentie om de ander te begrijpen. Waarbij er naar mogelijkheden wordt gezocht om de ander echt te begrijpen; door je te verplaatsen in het referentiekader van de ander. Dat is iets anders dan het hebben van sympathie voor de ander en zijn standpunten. De essentie van empathisch luisteren is in principe niet dat je het met iemand eens wordt, al zou dat natuurlijk wel helpen, maar dat je in ieder geval verstandelijk en gevoelsmatig begrip hebt voor die ander.
Wie ben ik en wie ben jij?
Een open dialoog vraagt van elke deelnemer om open te staan voor en nieuwsgierig te zijn naar de andere deelnemers. Dit vraagt van eenieder om zichzelf vooraf bijvoorbeeld de volgende vragen te stellen:
Ben ik echt geïnteresseerd in de ander? Wil ik echt weten wat hij/zij te vertellen heeft?
Heb ik zelf voldoende vertrouwen om mijn eigen gedachten onder woorden te brengen? Durf ik mezelf te laten bevragen?
Geef ik de ander een volwaardige plaats in de dialoog? Ben ik overtuigd van zijn of haar mogelijke meerwaarde?
Kan ik mijn eigen oordeel even opzijzetten? Ben ik bereid om mijn eigen oordeel te heroverwegen of aan te laten vullen
Actief andere perspectieven opzoeken
Echte dialoog vraagt de bereidheid én het vermogen om vanuit andere perspectieven te kijken. Dat doe je niet alleen door van perspectief te wisselen of meerdere zintuigen te gebruiken, maar ook door samen met anderen te kijken welke verschillende perspectieven er zijn. Iedereen heeft zijn eigen dominante perspectief en beeld van de werkelijkheid. Het begint daarbij je bewust te zijn van je eigen perspectief en het besef dat dit ook maar één van de perspectieven is. En met een ‘open mind’ te kijken, door je eigen interpretatie en (voor)oordelen achterwege te laten. Dit is makkelijker gezegd dan gedaan. Wat helpt is beginnen met het stellen van open vragen. Vraagwoorden: hoe, wat, wanneer, wie resulteren veelal in een open vraag. ‘Waarom’-vragen kunnen tricky zijn, die kunnen de ander de indruk geven dat hij/zij zich moet verantwoorden. En niet onbelangrijk, laat de ander zijn verhaal in eigen woorden vertellen. Als je het kleurt met suggestieve vragen, krijg je niet duidelijk wat er speelt.
Het tijdig voeren van een echt open dialoog voorkomt niet alleen veel ellende, maar kan mooie dingen tot stand brengen. Door het echt open gesprek te voeren ontstaat daadwerkelijke verbinding. De voedingsbodem waardoor er groei, bloei, vriendschap en liefde kan ontstaan. We hebben dit harder nodig dan ooit. En het is helemaal niet zo moeilijk, begin gewoon met de ander te begrijpen alvorens je zelf begrepen wilt worden.
God kent geen favorieten[xxviii]
De eenheid en heiligheid Gods moeten leiden tot een fundamenteel universalisme. De uitverkiezingdoctrines, die in alle drie de Abrahamgodsdiensten hebben postgevat en die tot wederkerige excommunicaties, tot religieus geweld en tot de legitimatie van dominantie en imperialisme hebben geleid, moeten in het licht van de religieuze onheilsgeschiedenis radicaal van tafel.[xxix]
Geweld immers hoort niet tot de sfeer van de majesteit Gods, in God is geen geweld (brief aan Diognetus). Dit zou het centrale gesprekspunt dienen te zijn tussen Joden, Christenen en Moslims in hun omgang met elkaar, in hun hermeneutische omgang met Schrift en Traditie en in een kritische herlezing van ieders historische en actuele gebruik en misbruik van macht. Over en weer zou de vrijheid van godsdienst een vrije en waarachtige God dienende leefwijze en menselijke solidariteit moeten garanderen en door onderling gesprek en samenwerking inzicht in en begrip voor ieders religieuze erfgoed bevorderen.’[xxx]
10. Juridische en politieke theorieën
De invloed van de Koran op het islamitische juridische en politieke denken is aanzienlijk. De geopenbaarde tekst van de Koran, heeft de sjari’a, het bestuur en de maatschappelijke organisaties beïnvloed. Dit omvat de rechten en plichten van heersers en burgers, de toepassing van rechtvaardigheid en het evenwicht tussen individuele rechten en collectieve verplichtingen. Een goede tekst met een slechte naleving in de moslimwereld en daarbuiten.
Vertrouwen in de samenleving
Het grotere concept van samen leven in een land, vraagt iets van je. Als je een moslim vraagt om zich uit te spreken over aanslagen die plaatsvinden in naam van het geloof, dan zou je vanuit liberaal-democratisch oogpunt kunnen zeggen dat niet elke moslim zich hier alsmaar over hoeft uit te spreken. Maar, als je uitgaat van dat vertrouwen in de samenleving, wat overigens ook een grondregel is in de sjari’a – de verantwoordelijkheid en het verantwoordelijkheidsgevoel voor veiligheid - dan is dat gevraagde weerwoord wel een opdracht. Denk daarbij in Nederland bijvoorbeeld in het bijzonder aan woordvoerders van moskeeën of koepels.
De verschuiving van triomfalistisch denken, uitgaand van een niet bestaand groot-Islamitische wereldrijk, naar besef van gelijkwaardigheid bij het definiëren van wat sjari'a nou eigenlijk is, dient plaats te vinden. Vanwege de persoonlijke verantwoordelijkheid van elk individu binnen de Islam, kunnen we beter niet spreken van een theocratie maar van een theo-democratie. Deze theo-democratie berust op een verdrag dat alle gelovigen op vrijwillige basis met elkaar hebben gesloten. Als lid en als potentiële leiders van de gemeenschap hebben zij hun wederzijdse, gemeenschappelijke sociale verantwoordelijkheid en hun verantwoordelijkheid voor God.
Sjari'a beantwoordt de vraag, ‘Wat zou het menselijk gedrag moeten zijn in individuele en collectieve zin, in zijn relatie met God, anderen en zichzelf, binnen de universele samenleving van de mensheid, om te komen tot de vervulling van zijn tweeledige doel, dat van leven op aarde en het leven in het hiernamaals?’[xxxi]
Methoden die de bestaande gevoelens van sociale verbondenheid over de grens van de eigen groep moeten tillen - zoals de Islam in zijn eigen geschiedenis religie over de grenzen van stammenwaarden en normen heeft willen tillen, zijn nog niet bewust ontwikkeld.
Kritisch denken en in het bijzonder zelfkritisch denken wordt wel vanuit de bronnen van de Islam aangemoedigd, maar is nog geen basis voor veranderings- en emancipatieprocessen geworden. Vereisten hiervoor zijn:
- inspanning tot grondslagen onderzoek, leidend tot hernieuwde interpretatie van de bronnen;
- vanzelfsprekendheden in denken en gedrag bevragen;
- gezamenlijke belangen van moslims en niet-moslims benadrukken.
Het gevoel van onveiligheid dient te worden bestreden. 'En daar heb je als moslim een gedeelde verantwoordelijkheid in. Vanuit dat standpunt verschilt de moslim eigenlijk niet van de niet-moslim. Je kunt ervan uitgaan dat wat goed en kwaad voor jou is, ook voor mij geldt. Moslims zijn niet een exotisch volk dat een heel andere waardenstelsel naleeft wat betreft veiligheid en vertrouwen.
11. actualiteit en toekomst
De belangrijkste thema's van de Koran onthullen een tekst die niet alleen religieus is, maar ook diepgaand betrokken bij morele, sociale, filosofische en existentiële vraagstukken. Deze thema's, in hun rijkdom en diepgang, tonen de relevantie van de Koran in verschillende tijden en culturen, en bieden inzicht in zowel persoonlijke spirituele groei als de bredere sociale en natuurlijke orde. De diversiteit aan interpretaties onderstreept de rol van de Koran als een voortdurende bron van leiding, inspiratie en bezinning voor miljoenen mensen wereldwijd.
Mensenrechten
Dat de rechten van de mens worden geformuleerd als vrijheden van de mens en de Islam eerder overkomt als berover van vrijheid dan als bevrijder, speelt een centrale rol in de controverse. Het is dus van belang om aan de gedachten over vrijheid in de basisteksten van de Islam, en in de geschiedenis van de moslims, aandacht te schenken. Veel moslimdenkers hebben aandacht besteed aan het begrip vrijheid – huriyya, keuzevrijheid – ichtiyâr en de vrije wil – irada. Juristen plaatsen die begrippen in het perspectief van de rechtsterminologie, gebruik en misbruik van vrijheid. Soefi`s zoeken naar innerlijke vrijheid door zichzelf te bevrijden van hun banden met hun lagere zelf. Theologen interesseren zich vooral voor de verhouding tussen de menselijke en de goddelijke wil en hoe de laatste de eerste in zijn vrijheid beperkt. Filosofen nemen de menselijke vrije wil als uitgangspunt voor hun beschouwingen. Zonder godsdienstvrijheid geen religie
De discussie of Gods beschikking de menselijke vrijheid om te handelen beperkt of bepaalt, kun je in zekere zin als een voorloper beschouwen van de discussie over de verhouding tussen aangeboren en aangeleerd. De gevolgen van het feit dat Allah alles dat Hij schiep, in een verhouding en proportioneel schiep , zien we terug in de specifieke kwaliteiten en hoedanigheden in alles wat leeft. Namelijk dat alles een specifieke tijd en plaats heeft; en dat die tijd wordt afgesloten met de dood. Ook binnen de islamitische wet is het van belang dat iemand uit vrije wil handelt. Wanneer iemand onder dwang, uit onwetendheid of door geestelijke instabiliteit handelt, is hij niet verantwoordelijk. Moslimfilosofen zijn niet alleen geïnteresseerd in de relatie tussen menselijke vrijheid en verantwoordelijkheid, maar ook in de verhouding tussen goddelijke macht en vrijheid. Door de eeuwen heen is de centrale vraag geweest: ‘Als het leven van de mens door goddelijke beschikking is vastgesteld, hoe kan hij dan verantwoordelijk zijn voor zijn daden?’ Dit maakt de volgende Koranverzen interessant:
Allah verandert de toestand van een volk niet voordat zij zichzelf veranderen.[xxxii]
En de mens kan niet meer krijgen dan waar hij naar streeft.[xxxiii]
De mens heeft de vrijheid om te kiezen voor de leiding van God of deze af te wijzen, en hij draagt de verantwoordelijkheid voor die keuze. Volgens de profeet Mohammed wordt ieder mens geboren met een neiging tot het goede. Het idee dat de mens in een staat van zuiverheid en onschuld wordt geboren, wordt bevestigd in het volgende Koranvers:
Wend uw gezicht naar religie in oprechtheid, dat is de natuurlijke neiging waarmee Allah de mens schiep.[xxxiv]
Moslims geloven dat alle mensen geboren worden met het vermogen om Gods leiding te kiezen of te verwerpen. Fitra is een Arabisch woord dat `oorspronkelijke aanleg', 'natuurlijke constitutie' of 'aangeboren aard' betekent.
De Koran stelt dat de mens in de meest volmaakte vorm geschapen is[xxxv] en begiftigd is met een oorspronkelijke aard.[xxxvi] Bovendien sloot God een verbond met alle kinderen van Adam, nog voordat ze naar het aardse rijk werden gezonden, betreffende zijn Heerschappij.[xxxvii] Ook waarderen ze de elementen van vrijheid die in de Koran te vinden zijn voor onbedorven lezers. Niet om te gaan geloven en tot een religie over te gaan, noch om mensen tegen te houden die religie te verlaten of het geloof af te zweren. Zonder die kern van vrijheid heeft geloof geen enkele waarde. Godsdienstvrijheid is een van God gegeven recht en kan door de mensen alleen maar worden bevestigd.
In de Koran komen we het moment tegen waarop God aan Adam `de namen der dingen` leerde en daarna aan de engelen vroeg de dingen te benoemen. Zij verklaarden buiten God geen kennis te hebben en Adam droeg de kennis van de namen aan hen over. Hierop gebood God de engelen zich voor Adam neer te werpen. Hij weigerde uit hoogmoed en verklaarde dat hij beter was dan Adam: U hebt mij uit vuur en hem uit klei geschapen! Het is een duidelijke zaak; Iblies gehoorzaamt niet aan Gods gebod om voor Adam te knielen.
Hier hoort de kanttekening bij dat in de leer een onderscheid wordt gemaakt tussen Gods gebod en Zijn wil. Iblies wordt door God weliswaar uit het paradijs verdreven, maar hij was nog niet verstoten of hij begon al om gunsten te smeken.
Iblies had de vrijheid Allahs gebod al dan niet te gehoorzamen. De Koran heeft het over het moment waarop God aan de zielen vraagt: Ben Ik niet uw Schepper? Het eerste mensenpaar wordt precies op dat punt vrijwel direct beproefd. Hen werd echter verboden het fruit van een bepaalde boom te eten, anders zouden ze hun eigen ziel corrumperen. De aantrekkingskracht van het ‘verbodene’ treedt in werking: Zal ik jullie naar de boom van het eeuwige leven leiden en naar een koninkrijk dat nooit zal vergaan?
De boom is misschien een metafoor voor de grenzen die de mens zichzelf moet stellen om niet tegen zijn eigen natuur te handelen. Beide getuigen van het feit dat de waarde van geloof wordt bepaald door de vrijheid geloof te belijden en Allah`s geboden al dan niet te gehoorzamen. Volgens de Koran gaat die vrijheid zo ver dat men kan kiezen te geloven of niet te geloven: Zeg: ‘Het is de waarheid van uw Heer: Laat dan een ieder die wil geloven, en een ieder die wil, laat hem ongelovig zijn.[xxxviii]
Religieuze verscheidenheid wordt door de Islam gezien als iets natuurlijks, samenhangend met de vrije wil en dus de mogelijkheid van de mens om te kiezen. God had alle mensen het volgen van één waarheid als een natuurwet kunnen opleggen, maar heeft dat niet gedaan: `En indien Allah had gewild zou Hij u allen tot één volk hebben gemaakt, maar Hij wenst u op de proef te stellen met hetgeen Hij u heeft gegeven. `
Ook wordt in de Koran gezegd: Indien uw Schepper had gewild, zouden allen die op aarde leven allen hetzelfde geloof hebben gehad. Wilt u de mensen dan dwingen gelovigen te worden?[xxxix]
Als God in Zijn alomvattende wijsheid de mensheid niet gedwongen heeft tot één bepaald principe, zouden wij het als mensen dan onderling moeten doen?
In zijn afscheidswoorden heeft de profeet Mohammed als het ware de hele mensheid opgeroepen met deze woorden: `O mensen! Eenieder die een andersgelovige (jood of christen) onderdrukt en met overmatige lasten bezwaart, zal mij als eiser tegenover zich vinden. `
Ongeacht de naam van zijn geloof kan iedere gelovige volgens de Koran de hemel bereiken: Voorzeker, de gelovigen, de joden, de christenen en de sabianen – wie van hen ook in Allah en de laatste Dag geloven en goede werken verrichten, zullen hun verdienste bij hun Heer ontvangen en er zal geen vrees over hen komen noch zullen zij treuren.
Op het buitengewoon gevoelige terrein van geloof en ongeloof mogen mensen zich geen oordeel over elkaar aanmeten. De enige die mag oordelen is God zelf: Is Allah niet de Rechter aller rechters? Al vroeg in de openbaring van de Koran wordt gesteld: Daarom voor u uw religie en voor mij mijn religie. Ook de profeet Mohammed heeft geen taak te oordelen: Vermaant hen daarom, want u bent slechts een vermaner.
Vrijheid van religie en meningsuiting
Een belangrijke waarde binnen de Nederlandse democratische rechtsstaat is de vrijheid van meningsuiting. Maar, hoe absoluut kan die waarde zijn als het gaat om religie?
Met de absoluutheid van waarden moet je oppassen. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld fundamentalistische islamitische bewegingen denken dat de godsdienst wordt vervangen door democratie. Geëmotioneerd horen we dan moslims vragen of mensen op democratische wijze kunnen vaststellen wat er moet worden geloofd. Misschien wel wat er moet worden gedaan. Dit komt deels voort uit het feit dat moslims hun eigen geschiedenis niet kennen. Zolang de Islam bestaat, is er voortdurend geïnterpreteerd en geherinterpreteerd. Daardoor is bijvoorbeeld de sjari’a een product van de mens geworden. Ook ‘de Islam’ is net als een democratische rechtsstraat een dynamisch systeem. Beide systemen moeten dus niet als iets statisch worden gezien, maar als systemen die elk hun eigen dynamiek kennen.
De hieronder genoemde waarden en gedragscodes hebben geenszins de bedoeling de superioriteit van de ene of de andere cultuur of religie aan te tonen. Culturen geven op authentieke wijze gestalte aan hun ethiek. Het gaat om universele waarden waaraan eenieder zichzelf spiegelt en tot bepaalde handelingen en gedrag komt. Het gaat er om dat we in wezen dezelfde waarden hanteren, die soms vanwege culturele camouflage niet direct voor ieder ander herkenbaar zijn. Zaken als voortschrijdend inzicht, andere tijden andere gewoonten en zeden, digitalisering van onze communicatie en financiële verkeer, etc. hebben ertoe geleid dat we op verschillende wijze invulling geven aan zowel leerplicht en arbeidsethiek als aan naastenplichten, medemenselijkheid, mededogen en compassie.
De zorg over het eventuele verdwijnen van deze waarden delen we met veel mensen om ons heen, ook mensen die geen moslim zijn.
De binnen- en buitenkant van gedrag
Door bijvoorbeeld het gastvrije gedrag van de ouders en andere leden van de gemeenschap af te kijken, kan een kind de innerlijke waarde van gastvrijheid bij zichzelf ontwikkelen. Bepaald gedrag heeft zich ontwikkeld tot een traditie die een eigen leven is gaan leiden. De oorzaken van sommige problemen komen voort uit de vorm die mensen geven aan een ‘innerlijke waarde’. Over de normen van een samenleving op het gebied van gedrag, vooral op seksueel gebied, wordt soms verschillend gedacht. Leergierigheid wordt binnen de Islam en in de samenleving in zijn geheel als een belangrijke waarde gezien.
Veel moslims hebben echter in hun gedrag elementen ontwikkeld die meisjes hinderen optimaal deel te nemen aan onderwijs. Zowel de moslimouders - mijn dochter mag niet naar school van `de Islam` - als de Nederlandse onderwijzers die `de Islam` aanwijzen als oorzaak van probleemgedrag, proberen argumenten te zoeken in de Islam, terwijl ze hun eigen gedrag ter discussie zouden kunnen stellen. Het kan zijn dat de moslimouders menen dat er van hun dochters op school onzedelijk gedrag wordt verwacht, waardoor ze in conflict komen met de innerlijke waarde Hayâ, en daarvan vooral het schaamte of gêne aspect, en niet met Mufakkar, of leergierigheid. Moslims hebben op dit punt veel tradities ontwikkeld, terwijl dat in Nederland niet altijd herkenbaar is en in eigen krijg minder lijkt te worden. Maar bijvoorbeeld problemen op het gebied van privacy en respect op sociale media hebben de aandacht van de hele samenleving.[xl]
[i] Adam was de eerste mens. Sommige theologen gaan ervan uit dat de mens al zo’n 35.000 jaar geleden werd geschapen. Men berekent door de leeftijden van de profeten bij elkaar op te tellen. Omdat zij de enige mensen zijn waarvan we enigszins de geschiedenis kennen. Zo komt men aan een getal tussen de 20.000 en 50.000 jaar. Archeologen hebben overblijfselen gevonden van leven dat wellicht 1 miljoen tot anderhalf miljoen jaar oud is. Dus hoe oud is de aarde dan? En hoe lang leeft de mens op aarde?
[ii] 11:49; 12:102; 52:41; 53:35; 68:47; 81:24
[iii] 4:82; 47:24; 2:219; 2:266; 6:50; 7:184; 30:8; 3:191; 7:176; 10:24; 13:3.
[iv] 50:37
[v] 41:44
[vi] 55:26-27
[vii] 59:19
[viii] Iqbal in Geheimen van het Ego.
[ix] 17:9
[x] 49:10-13
[xi] Categorisch imperatief van Kant.
[xii] 18:110
[xiii] 17:85
[xiv] Lees 54:17, 54:22, 54:32, 54:40.
[xv] 24:61, 30:28, 41:2-3 enz.
[xvi] 39:53 en 30:30
[xvii] Bron: www.parliamentofreligions.org
[xviii] In 1893 sprak William Q. Judge op het Parlement van Wereldreligies.
De Slotverklaring van deze Internationale Bijeenkomst van 1993 in Chicago van bijna dertig jaar geleden, leverde deze tekst op.
[xix] Het concept Economie in de Heilige Koran, Yassien Abo Abdillah
bron: discoverislam.nl
[xx] 12:2
[xxi] 26:195
[xxii] 2:23
[xxiii] 20:1-4
[xxiv] 41:53 Citaat van Seyyid Hossein Nasr
[xxv] Mohamed Arkoun, Nasr Abou Zaid en de Frans-Marokkaanse filosoof Rachid Benzine, stellen dat de Koran in de context van de zevende eeuw geïnterpreteerd moet worden.
[xxvi] Marx, K.H. (1844). p. 72.
[xxvii] Stephen Covey reikt daarbij een essentiële grondhouding aan.
[xxviii] Hand. 10,35 Bible de Jérusalem
[xxix] De theoloog Anton Houtepen brengt hoop met deze uitspraken waarin o.a. de Duitse Katholieke Theoloog Karl-Josef Kuschel citeert.
[xxx] Prof. dr. Anton Houtepen (1940) was tot 2005 hoogleraar oecumenica en interculturele theologie bij de Faculteit Godgeleerdheid van de Universiteit Utrecht en directeur van het Interuniversitair Instituut voor Missiologie en Oecumenica te Utrecht.
[xxxi] De jurist Mohammed Cherif Bassiouni overschrijdt hierin een grens, namelijk die van 'wij moslims' naar 'wij mensen'.
[xxxii] 13:11
[xxxiii] 53:39-41
[xxxiv] 30:30
[xxxv] 95:4
[xxxvi] 30:30
[xxxvii] 7:172-173
[xxxviii] Een Bijbelvertaler zegt over dit koranvers: De zin ‘Het is de waarheid van uw Heer: laat daarom geloven wie wil en niet geloven die niet wil’ komt uit de Bijbel en benadrukt de essentie van geloof. Jezus zelf benadrukt in Johannes 14:6 dat Hij de weg, de waarheid en het leven is, en dat alleen wie in Hem gelooft, de ware God kan kennen. Dit benadrukt dat geloof in God en in de waarheid van Hem de sleutel is tot vrijheid en waarheid in het leven. Het is belangrijk om te erkennen dat geloof in God en in de waarheid van Hem de sleutel is tot vrijheid en waarheid in het leven. www.debijbel.nl
[xxxix] 10:99
[xl] Lkoundi A. (1993).
Attentie: dit is een niet-commerciële website.
Indien er beeldmateriaal of tekst is die u verwijderd wilt zien, stuur een e-mail en ik verwijder het.
Attention please: this is a non-commercial website.
If there are any text's or images here that you wish to be removed, just email me and I will do so immediately.
Indien er beeldmateriaal of tekst is die u verwijderd wilt zien, stuur een e-mail en ik verwijder het.
Attention please: this is a non-commercial website.
If there are any text's or images here that you wish to be removed, just email me and I will do so immediately.